Berliner Philharmoniker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
gebouw

De Berliner Philharmoniker is een Duits symfonieorkest van wereldnaam dat in 1882 werd opgericht. Sinds 1887 heet het orkest officieel Berliner Philharmonisches Orchester. Op plaat- en CD-opnamen heet het orkest Berliner Philharmoniker.

Na een bescheiden begin nam het orkest onder de dirigenten Hans von Bülow, Hans Richter en Arthur Nikisch een hoge vlucht. Componisten als Edvard Grieg, Richard Strauss en Gustav Mahler dirigeerden hun werken voor het orkest. Onder Nikisch maakte men met de Berliner Philharmoniker de eerste commerciële opname van een orkest, de Vijfde Symfonie van Beethoven. In 1923 trad de legendarische Wilhelm Furtwängler aan. Tevens had Bruno Walter in de jaren 20 jaarlijks een eigen concertreeks met het orkest. Nog voor het Nazi-bewind werd het orkest in de periode van financiële crisis in de Weimar-republiek gesubsidieerd, in ruil waarvoor populaire concerten voor scholen en het volk ten gehore moest worden gebracht. Toen in 1934 - na het aantreden van Hitler als kanselier - werk van Felix Mendelssohn werd gespeeld en Fürtwangler de "entartet" (of 'gedegenereerd') verklaarde componist Paul Hindemith verdedigde werd hij uitgenodigd terug te treden uit zijn functie als chef-dirigent. Na de Tweede Wereldoorlog kon Furtwängler niet meteen naar Berlijn terugkeren. In 1945 leidde Leo Borchard korte tijd het orkest. Nadat Borchard per ongeluk door Amerikaanse soldaten bij een Brits-Amerikaanse sectorengrens van Berlijn was doodgeschoten, nam de Roemeense dirigent Sergiu Celibidache ad interim tot 1952 de dirigeerstok over. Furtwängler dirigeerde de Berliner Philharmoniker opnieuw tussen 1952 tot aan zijn dood in 1954.

Van 1954 tot 1989 speelde het orkest onder leiding van Herbert von Karajan. Met Karajan werden talloze opnamen gemaakt, ook voor tv en video. Onder Karajan werden veel werken van de Eerste Weense School uitgevoerd, maar was er ook aandacht voor Schönberg en Webern. Waar Fürtwangler een der grootste dirigenten van de eerste helft van de 20ste eeuw was kan van Karajan hetzelfde gezegd worden voor de tweede helft van diezelfde eeuw. Zoals Johannes Althof (2002) opmerkt: „Der berühmte volle und seidene Klang der Berliner Philharmoniker, der zu ihrem Markenzeichen wurde, hat sich unter seiner Leitung erst in seiner ganzen Pracht entfaltet.“. Echter kon de concertklank volgens critici onder Karajan soms tamelijk fel zijn, met doordringend trompetspel en agressieve pauken. Omdat er in het naoorlogse, verwoeste Berlijn geen concertzaal meer bestond vonden er concerten plaats in het Titania-Palast alsook in een voormalige ijsbaan. In 1963 kwam de vijfhoekige concertzaal Berliner Philharmonie naar een ontwerp van Hans Scharoun gereed aan de Berlijnse Kemperplatz. De felgele concertzaal met 2240 plaatsen is net als de van hetzelfde complex deel uitmakende Kammermusiksaal in tentvorm gebouwd. Het orkest zat voor het eerst midden in het publiek, dat rondom het orkest kon plaatsnemen. Het type zaal kreeg wereldwijd navolging. Als bijnaam had het gebouw dan ook 'Zirkus Karajani', naar Karajan, die vanaf de jaren dertig dirigeerde bij het orkest.

Na de lange periode onder Karajan werd Carlos Kleiber uitgenodigd om chef-dirigent te worden; Kleiber weigerde echter. Claudio Abbado volgde Karajan derhalve op als chef-dirigent. Abbado paste het repertoire zodanig aan dat er meer nadruk kwam te liggen op werken uit de 20ste eeuw. Tevens kwamen er verjongde het orkest in deze periode sterk. In 2002 volgde de Britse dirigent Simon Rattle Abbado op. Onder zijn leiding werd het orkest in 2004 geheel onafhankelijk van de stadstaat Berlijn. In de loop der jaren hebben vele gastdirigenten hun opwachting gemaakt bij het orkest, onder wie ook de Nederlanders Bernard Haitink en Edo de Waart. Op 20 mei 2008 raakte een kwart van het dak van de concertzaal door een brand beschadigd. [1] Inmiddels is het dak weer gerepareerd.

Aan de klank en het spel van het orkest vallen de enorme precisie, de eenheid van aanpak en het prachtige samenspel op. Ook kan het orkest buitengewoon warm en mild spelen. Verschillende leden van het orkest zijn ook bekend als solist op hun instrument, zoals de klarinettist Karl Leister en de fluitisten James Galway en Emmanuel Pahud.

Dirigenten[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Johannes Althoff: Die Philharmonie. Berlin-Edition, Berlin 2002, ISBN 3-8148-0035-4.
  • Peter Muck: Einhundert Jahre Berliner Philharmonisches Orchester. Darstellung in Dokumentation im Auftrag des Berliner Orchesters. Tutzing: Hans Schneider Verlag, 1982, 3 Bände: 1. Band: "1882-1922", 512 Seiten, ISBN 3-7952-0339-2; 2. Band: "1922-1982", 483 Seiten, ISBN 3-7952-0340-6; 3. Band: "Die Mitglieder des Orchesters - Die Programme - Die Konzertreisen - Erst- und Uraufführungen", 509 Seiten, ISBN 3-7952-0341-4
  • "Das Reichsorchester, die Berliner Philharmoniker und der Nationalsozialismus". Door Mischa Aster. Uitgever Siedler Verlag, 2007. ISBN 978-3-88680-876-2.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties