Bhagwanbeweging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Osho International Meditation Resort, Poona, India.

De beweging rond Bhagwan Sri Rajneesh (Osho) wordt de Bhagwanbeweging genoemd, zijn volgelingen worden sannyasins genoemd.

Eigenschappen[bewerken]

De Bhagwanbeweging kenmerkt zich door de volgende eigenschappen:

  • eclectisch;
  • rebels;
  • bevrijdend;
  • paranoïde.

Eclectisch[bewerken]

De beweging die zich baseert op een veelheid aan spirituele en godsdienstige bronnen en invloeden, waaronder hindoeïsme, soefisme, Zen, christendom, tantrayoga, taoïsme en boeddhisme, is toch bovenal beïnvloed door de eigenzinnige, radicale visie van de onconventionele mysticus Bhagwan (Osho) en diens commentaar op de gewezen mystici en mystieke tradities. De kern is het zoeken naar zichzelf door meditatie, therapie en liefde.

Rebels[bewerken]

De beweging zette zich af tegen de bestaande religieuze, maatschappelijke en politieke orde. Rajneesh deed dat onder andere door felle, confronterende en zelfs beledigende teksten uit te spreken. Hij sprak vaak kritisch over moeder Theresa, over priesters en politici als de maffia van de ziel. Deze laatsten noemt hij onder andere lafaards en huichelaars.

Over Jezus heeft hij ook lezingen gegeven die nadien in boekvorm zijn vastgelegd. Hij was er vooral op uit de Jezus, zoals gepresenteerd door en in de kerk , een nieuw 'eigentijds' en rebels gezicht te (her)geven. Hij was eveneens kritisch over landgenoten als Mahatma Gandhi.

Bevrijdend[bewerken]

Rajneesh verkondigde een boodschap van radicale individuele bevrijding. Deze bevrijding kan gaan via het lichaam (seks en vrije gevoelsuiting) en via de spiritualiteit (streven naar verlichting), met name door het beoefenen van door hem aangeprezen of ontworpen meditatievormen. Tienduizenden westerse en niet-westerse jongeren waren in de jaren zeventig en tachtig van de 20e eeuw gevoelig voor deze boodschap.

Paranoïde[bewerken]

Bij een kleine kern van sannyasins (volgelingen) nam de goed-fout-tegenstelling tussen henzelf en de "buitenwereld" vooral in de jaren tachtig sektarische vormen aan. In Rajeeshpuram, Oregon, waar Rajneesh aan het begin van de tachtiger jaren verbleef, werd een speciaal soort politie opgericht (uniformen, wapens en de kenmerkende rajneesh halsketting), mensen werden bij aankomst gefouilleerd, metaaldetectoren werden schering en inslag. Het verhaal gaat nog steeds dat Bhagwan (Osho) vergiftigd zou zijn in opdracht van de Amerikaanse overheid, alhoewel daar nimmer enig bewijs voor is gevonden.

In Nederland (en België) was de situatie gezonder: binnen de Nederlandse Bhagwanbeweging is nooit een dergelijke politie opgericht, en er zijn altijd talloze sannyasins geweest die in de "buitenwereld" leefden. Contact met familie en vrienden die geen sannyasin waren, werd nooit ontmoedigd.

Bronnen

Literatuur

  1. Reender Kranenborg, Dr., Oosterse geloofsbewegingen in het Westen: Bhagwanbeweging, Hare Krishna gemeenschap, Transcendente Meditatie, Healthy-Happy-Holy-Organization, Divine Light Mission, Yoga, Verenigingskerk (Zomer en Keuning/Ede, 1982). ISBN 90-210-4965-1.
  2. Jan van der Lans, Dr., Volgelingen van de goeroe: Hedendaagse religieuze bewegingen in Nederland, (Ambo/Baarn, 1981) (Geschreven in opdracht van en te koop bij KSGV). ISBN 9026305214.
  3. Paul Schnabel, Prof. Dr., Tussen stigma en charisma — Nieuwe religieuze bewegingen en geestelijke volksgezondheid (Van Loghum Slaterus/Deventer, 1982), pp. 37, 102, 132-141. ISBN 9060017463.
  4. Lin Stevens, Een schijn van heiligheid — Ontmoeting met Bhagwan (memoires), (Bruna/Utrecht 1979; Rainbow Maarten Muntinga/Amsterdam, 19852). ISBN 9067660213.