Boomkorvisserij
Boomkorvisserij is een visserijmethode waarbij met een viskotter twee sleepnetten over de zeebodem worden getrokken. De vangst bestaat vooral uit platvis. Deze vorm van visserij wordt vooral beoefend door Nederlanders en Belgen, maar er zijn ook Engelse, Ierse, Duitse en Deense boomkorkotters. De boomkorvisserij vindt plaats in de zeeën rond deze landen zoals de Noordzee, Het Kanaal, de Ierse Zee, de Golf van Biskaje en het Skagerrak. De voornaamste vissoorten die ermee gevangen worden zijn schol, tong, schar, tarbot en andere platvissoorten.
De boomkor bestaat uit een sleepnet, dat wordt opengehouden door de boom - een metalen buis aan de voorkant van het net. Vroeger werd voor deze staaf een boomstam gebruikt, vandaar ook de naam boomkor. Aan de uiteinden van de boom zitten zware stalen sloffen of sleeën, die over de zeebodem glijden. Kor betekent sleepnet. Aan de boomkor zijn verschillende kettingen bevestigd die ervoor dienen de platvis uit het zand op te laten "schrikken". Deze kettingen worden daarom "wekkerkettingen" genoemd.
Doordat de zware vistuigen over de bodem heen gesleept moeten worden, vergt de boomkorvisserij veel kracht. De eurokotters (kustzone) zijn uitgerust met motoren van 300 pk. De grotere kotters hebben 2000 (vroeger tot wel 4000) pk. Nu de olieprijs structureel hoog is, wordt de boomkorvisserij minder rendabel.
Inhoud |
[bewerken] Milieu-effecten
Boomkorvisserij heeft verschillende effecten op het milieu. Deze zijn met name een gevolg van het gebruik van wekkerkettingen, die over de bodem slepen. De bodem wordt zo tot op enkele centimeters diepte doorgeploegd (in de woelige Noordzee is dit volgens sommigen verwaarloosbaar vergeleken bij het natuurlijke verloop [1]). Daarnaast komt er door het omwoelen tijdelijk meer voedsel (o.a. kleine bodemdiertjes) in het water, waardoor opportunistische vissoorten het ecosysteem gedeeltelijk kunnen overnemen. Verder kom veel bodemleven in het net terecht of wordt beschadigd door de wekkerkettingen. De bijvangst wordt wel weer over boord gezet, maar slechts een deel van de bijvangst overleeft het vang- en sorteringsproces aan boord. Om deze redenen zijn veel milieubewegingen tegen boomkorvisserij. De boomkorvissers zelf hebben hier duidelijk een andere mening over. Ze vissen namelijk al jaren op dezelfde bestekken en het opvallende daarbij is dat telkens dezelfde (beviste) bestekken visnamig zijn. Door het omwoelen van de bodem door de wekkerkettingen komen veel bodemdiertjes tevoorschijn waar andere vissoorten weer van profiteren, zoals meeuwen op een bewerkte akker af komen. Het gebied waar niet gevist mag worden is een ongunstige gebied geworden voor de platvis. Zeesterren overheersen het gebied, waardoor de platvis zich niet meer in het zand kan nestelen.
Om de teruglopende scholpopulatie zich te laten herstellen, werd in 1989 een reservaat voor jonge schol ingesteld, de scholbox. Maar het verwachte gevolg, een toename van de scholpopulatie bleef uit. Het bleek dat de boomkorvisserij helemaal niet zo'n grote invloed had op het bodemleven dan eerder gedacht.[2]
[bewerken] Alternatieve vistechnieken
Om boomkorvisserij meer duurzaam (zie duurzaamheid) te maken, wordt geëxperimenteerd met aanpassingen aan het vistuig. Drie veelbelovende ontwikkelingen[3]:
- Het vervangen van de wekkerkettingen door strengen van elektroden, die stroomstootjes afgeven. De platvis ook opgeschrikt, maar de bodem wordt niet omgewoeld en het bodemleven blijft dus ongedeerd. De sleepweerstand van de wekkerkettingen vervalt, waardoor het brandstofverbruik afneemt. Dit vistuig wordt pulskor of elektrokor genoemd.
- Het toepassen van de sumwing: een vleugelprofiel, dat zweeft boven de bodem, ter vervanging van de boom met zware sloffen aan weerskanten. Ook dit leidt tot forse afname van de sleepweerstand en daarmee het brandstofverbruik; de brandstofbesparing kan oplopen tot 20%. Deze techniek kan worden gebruikt voor alle platvissen. De vangst ligt ongeveer op hetzelfde niveau als bij de traditionele platvisvisserij, maar de bijvangst daalt en de kwaliteit van de vis gaat omhoog.
- Bij de hydrorig is het vleugelprofiel van de sumwing verder verbeterd. Door de vorm wordt een waterstroming opgewekt die de vis van de bodem loszuigt. Dit reduceert de bodemberoering nog meer en heeft verder dezelfde voordelen als de sumwing.
IMARES (voorheen RIVO) in Nederland en het ILVO - Visserij (voorheen DvZ) in België, doen al jaren onderzoek op dit gebied.
[bewerken] Verbod gebruik boomkor in deel Noordzee
In december 2011 sloot de Nederlandse regering een akkoord dat in een kwart van de Noordzeekustzone boomkorvisserij verbied. Vissen met met behulp van kettingen over de zeebodem heeft als nadelen dat deze wordt omgewoeld en vis wordt beschadigd. In 2014 wordt het verbod uitgebreid tot bijna de helft van dit Natura 2000-gebied en in 2016 geldt in beide gebieden een totaalverbod voor de boomkor[4]. Dit akkoord is ondertekend door Stichting de Noordzee, Natuurmonumenten, WNF, Waddenvereniging, Productschap Vis, Vissersbond, VisNed en het ministerie van EL&I[4]
Het zogenaamde VIBEG-akkoord (Visserij In Beschermde Gebieden), regelt de visserij in de Natura 2000-gebied van de Noordzee. Dit betreft de Vlakte van de Raan in de zuid-westelijke delta en de Noordzeekustzone, een strook drie mijl zeewaarts van Bergen, Noord-Holland, tot Rottum in de Waddenzee[4]. In beide kuststroken zijn de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn van toepassing waardoor Nederland in deze gebieden de zandbanken moet beschermen. Deze laatste zijn belangrijke leefgebieden voor vissen en schelpdiersoorten die op hun beurt weer door zeevogels worden gegeten[4].
[bewerken] Externe link
- Boomkorvisserij op de website van Stichting Noordzee
- Er is geen greintje bewijs voor de verwoesting van de zeebodem door de boomkorvisserij
- Noordzeekotters met boomkorvisserij
Bronnen, noten en/of referenties
|