Branobel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Branobel was een oliemaatschappij die in 1876 door Ludvig en Robert Nobel werd opgezet in Bakoe in Azerbeidzjan, toen onderdeel van het Russische Rijk. Het was aan het einde van de 19e eeuw een van de grootste oliemaatschappijen ter wereld.

Geschiedenis[bewerken]

De Vuurtempel van Bakoe was het symbool van Branobel

Op verzoek van zijn broer Ludvig ging Robert Nobel in 1873 naar Bakoe in de Kaukasus. Eigenlijk moest hij notenhout voor de geweerproductie kopen, maar hij zag de kansen die de opkomende olie-hausse bood. De gebroeders verzekerden zich van de onderzoeks- en gebruiksrechten van de Russische staat voor ruwe olie in het gebied aan de Kaspische Zee. Gezamenlijk ontgonnen ze vanaf 1876 met gunstige aankopen, succesvolle boringen en innovatieve raffinaderijen de oliebronnen ter plaatse. In 1877 brachten ze voor het eerst hun uitvinding van de pijpleiding in de praktijk en reduceerden daarmee de transportkosten voor olie aanzienlijk.

Hun bedrijf, het op 15 mei 1878 in Sint-Petersburg met een kapitaal van drie miljoen roebel opgerichte Naftaproductionsbolaget Bröderna Nobel (Branobel), kon zich handhaven tegen de concurrentie, vooral tegen de Parijse tak van de ondernemersfamilie Rothschild en tegen John D. Rockefeller. In dat jaar verscheen ook de Zoroaster in Bakoe, een tanker die de gebroeders in Zweden hadden laten bouwen. Het was de eerste tanker ter wereld die als zodanig gebruikt werd. In 1903 kwam de tanker Vandal in de vaart voor Branobel. Het was het eerste dieselmotorschip ter wereld en tevens het eerste dieselelektrische schip. Ludvig en Robert lieten in Bakoe, vlak bij hun huis Villa Petrolea in de wijk Zwarte Stad, een groot park aanleggen, dat heden nog steeds bestaat.

Toen Ludvig in 1888 overleed, nam zijn zoon Emanuel de leiding van het bedrijf over. Op 10 april 1902 tekende Branobel een contract voor de aankoop van olievelden in Roemenië die in bezit waren van olieproducent Isabey Hajinsky. Op 17 oktober 1905 kocht het de olievelden van olieproducent A. Adamov.

In 1916 was het bedrijf de grootste oliemaatschappij van Rusland, met een productie van 76 miljoen poed (wat overeenkomt met goed 1,2 miljoen ton olie per jaar of 25 000 vaten per dag). De Russian General Corporation Oil, die in 1912 in Londen door de belangrijkste Russische en buitenlandse banken werd opgericht, verenigde 20 bedrijven. Hieronder waren A.I. Mantashev & Co., G.M. Lianosov & Sons, Moscow-Caucasus Trade Company, Caspian Partnership, Russian Petroleum Society, Absheron Petroleum Society en andere. In 1914 bedroeg het bedrijfskapitaal 23 miljoen roebel; tegen 1917 was dit onder leiding van de Russisch-Aziatische Bank opgelopen tot 125 miljoen roebel.

Op 28 april 1920 namen de bolsjewieken de macht over in Bakoe en werd Branobel genationaliseerd. De overige oliebelangen in andere delen van Europa konden voor een goede prijs verkocht worden.

Nobelprijs[bewerken]

Ongeveer 12% van het geld dat Alfred Nobel gebruikte om de Nobelprijs in te stellen, kwam van zijn aandelen in het bedrijf. Hij was de grootste individuele investeerder.

Externe links[bewerken]