Breedkopskink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Breedkopskink
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2007)
Eumeces laticeps Skink.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Familie: Scincidae (Skinken)
Geslacht: Plestiodon
Soort
Plestiodon laticeps
(Schneider, 1801)
Afbeeldingen Breedkopskink op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Breedkopskink op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De breedkopskink[2] (Plestiodon laticeps) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae). De soort behoorde lange tijd tot het geslacht Eumeces.[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De breedkopskink heeft een forse kop die breed en driehoekig is dankzij de grote bek. Hiermee kan een beet worden toegediend die erg pijnlijk is maar geen verwondingen zal veroorzaken. Het is een van de twee grotere soorten uit het geslacht Plestiodon met ruim 30 centimeter en de staart maakt daarvan bijna de helft uit. Het lichaam is erg rond en de staart groot en dik zodat de hagedis een worst-achtig uiterlijk heeft. De schubben zijn erg glad en een tekening ontbreekt bij volwassen mannetjes, de vrouwtjes hebben vijf lichte strepen op de kop en in de nek tot aan de staart en juvenielen zijn donkerbruin tot zwart, duidelijk gestreept en hebben een blauwe staart. In de paartijd kleurt de kop van de mannetjes helder oranje om zo een vrouwtje te lokken. Vrouwtjes zijn bij deze soort iets groter dan de mannetjes.

Algemeen[bewerken]

Leefgebied

De breedkopskink komt voor in een groot aantal staten in het zuidoostelijk deel van de Verenigde Staten, en leeft in bossen, bosranden en andere gebieden met bomen, vooral eikenbomen hebben de voorkeur. Het is een van de weinige Plestiodon- soorten die regelmatig klimt, al is het voornamelijk om te vluchten en rusten; jagen doet de skink het liefst op de bodem tussen de bladeren en het mos. Het voedsel bestaat uit insecten en andere ongewervelden.

Voortplanting[bewerken]

De mannetjes zijn alleen in de paartijd erg territoriaal en bevechten elkaar om het grootste vrouwtje. Het aantal eieren dat een vrouwtje produceert hangt namelijk samen met de grootte van het vrouwtje en er worden 8 tot 22 eitjes gelegd. Het vrouwtje bewaakt deze tot ze uitkomen wat wel meer verwante soorten doen. De juvenielen zijn bij de geboorte ongeveer 6 tot 8 centimeter lang.
Er werd in de streken waar de breedkopskink voorkomt nog wel eens verondersteld dat deze soort giftig is, en de soort wordt zelfs 'schorpioen' genoemd. Dit is echter een mythe, buiten een pijnlijke beet is de skink totaal ongevaarlijk voor de mens.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) Breedkopskink op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 295 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Plestiodon laticeps

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Plestiodon laticeps - Website Geconsulteerd 30 januari 2012