Dario Argento

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dario Argento, 2006

Dario Argento (Rome, 7 september 1940) is een Italiaanse filmregisseur die wereldberoemd is om zijn extreem gewelddadige maar stijlvol gemaakte horrorfilms. Met deze films heeft hij een zogeheten cultstatus verworven. Zijn beroemdste film is de horrorklassieker Suspiria (1977).

Met zijn films had hij vooral in jaren 70 succes, terwijl hij de laatste twee decennia alleen nog maar een beperkt publiek van horrorfans aanspreekt. Argento heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van het horrorgenre en in technisch opzicht waren zijn films destijds baanbrekend revolutionair en hun tijd ver vooruit.

Dario Argento werd in 1940 in Rome geboren als de zoon van de Italiaanse filmproducent Salvatore Argento en een Braziliaans fotomodel. Dario stond z'n hele leven al midden in de filmwereld: hij claimde ooit dat zijn vroegste herinnering was dat hij op schoot zat bij Sophia Loren. Ook werkte hij als achtjarig jongetje al op de filmsets van zijn vader.

Toen Argento 18 jaar was en klaar was met school ging hij werken als filmcriticus voor de Roman Times. Enkele jaren later ging hij werken als scenarioschrijver. Zo schreef hij samen met Bernardo Bertoluci en Sergio Leone het script van de legendarische westernklassieker Once upon a Time in the West (1968).

De Giallo-films[bewerken]

In 1970 maakte Argento z'n speelfilmdebuut met de thriller De messenmoorden, die door zijn vader geproduceerd werd. Deze film was een groot succes en liet al zien wat de stijl was voor de rest van alle andere Argento-films.

De film behoort tot het zogeheten Giallo-genre. Dit zijn thrillers waarin seriemoordenaars centraal staan. Kenmerkend voor Giallo-films is dat het geweld veel bloediger is dan in conventionele films en dat de vormgeving altijd heel uitbundig en barok is. De naam Giallo (geel in het Italiaans) is afgeleid van de stuiverromans met hun gele kaft waarop de films veelal waren gebaseerd.

De meestal goedkoop gemaakte Giallo-films werden, mede dankzij Argento, in de jaren zeventig razend populair. Het gros van de films werd door critici beschouwd als exploitatie B-films, terwijl de cinema van Dario Argento beschouwd werd als experimentele avant-gardekunst. In 1971 en 1973 maakte Argento respectievelijk Il gatto a nove code en Quattro mosche di velluto grigio, beide films vormden samen met De messenmoorden (L'uccello dalle piume di cristallo) de zogeheten "dierentrilogie", alle drie de films waren stilistisch identieke films die allemaal de naam van een dier in de titel hebben. De drie films werden beschouwd als uitstekende vernieuwende thrillers.

In 1975 behaalde Argento grote successen met Profondo rosso, volgens velen de beste Giallo-thriller ooit.

De horrorfilms[bewerken]

Later in de jaren zeventig sloeg Argento een nieuwe weg in door bovennatuurlijke elementen in zijn films te verwerken. Ook werd het verhaal steeds minder belangrijk en moeilijker te volgen, hetgeen de mysterieuze sfeer alleen maar versterkte. Argento brak met traditionele conventies van ensceneren en ging rijkelijk experimenteren met vormgeving, beeld, geluid en muziek.

In 1977 bereikte Argento zijn commercieel en artistiek hoogtepunt met Suspiria, een soort dromerig gruwelsprookje dat door sommigen gezien wordt als de beste horrorfilm ooit gemaakt. Deze film had nauwelijks een verhaal en was meer een aaneenschakeling van beeldschone gruwelscènes, spectaculaire camerabewegingen, felgekleurde decors en vreemde geluidseffecten. Vrijwel de gehele film werd begeleid door een hysterische score van de rockband Goblin. Deze niet aflatende stortregen van zeer gewelddadige scènes en shock-effecten zorgden voor een overdonderend effect op de kijker. Een criticus omschreef de film eens als een eindeloze nachtmerrie die voelt als een achtbaanrit.

Argento had de smaak flink te pakken en ging nog veel verder met Inferno. Deze satanische en zwaar occulte horrorfilm die zich in een hotel in New York afspeelt, ging verder waar Suspiria eindigde, een waanzinnige vormgeving, veel geweld, veel technische experimenten en wederom een abstract verhaal. Deze film sloeg echter niet aan bij het publiek. Veel experimenten hadden niet het gewenste effect op de kijker en, hoewel Inferno wordt beschouwd als Argento's meest originele film, was deze commercieel een mislukking.

De mindere jaren[bewerken]

Na het floppen van Inferno wilden nog maar weinig producenten geld steken in de films van Argento. Bovendien betekende de opkomst van televisie, video en een steeds grotere Amerikaanse concurrentie het einde van de Italiaanse exploitatiecinema.

Argento moest zijn genoegen nemen met low-budget thrillers die veel conventioneler waren dan zijn vroegere werk. Opmerkelijk aan al deze films is dat enerzijds de techniek en de vormgeving zeer indrukwekkend zijn terwijl de inhoud (slecht verhaal, matig acteerwerk, erbarmelijke nasynchronatie) juist tegenvalt.

Tenebrae (1982) werd vooral beroemd om een onafgebroken camerashot van 2,5 minuten waarin een camera langs de voorgevel van een huis omhoog klimt, over het dak zweeft en aan de achterkant weer omlaag glijdt. Voor dit shot experimenteerde Argento met de Luma crane, een kraan die sindsdien veel gebruikt wordt in films.

Phenomena (1985) werd weer beroemd om de lugubere speciale effecten en om de vele steady cam shots. Opera (1987) daarentegen schreef geschiedenis vanwege een shot waarin een kogel in slow-motion dwars door een menselijk oog gaat en vanwege een subjectief camerashot vanuit het standpunt van een vliegende kraai.

In Hollywood[bewerken]

Na de teloorgang van de Italiaanse exploitatie cinema verhuisde Argento naar Hollywood in de hoop dat hij daar meer projecten kon verfilmen. Deze Hollywood-carrière zou slechts twee films opleveren: in 1990 maakte hij samen met George A. Romero het tweeluik Two Evil Eyes en in 1993 de geflopte film Trauma.

De laatste jaren[bewerken]

Na het mislukken van zijn loopbaan in Hollywood is Argento teruggekeerd naar Italië. Hij heeft zijn eigen productiemaatschappij Medusa films waarmee hij volledig onafhankelijk low-budget films maakt. Veel van deze films kwamen wel in Italië in de bioscoop maar werden hier alleen op video uitgebracht. In 1996 maakte hij The Stendhall Syndrome, de eerste Italiaanse film waarin digitale animatie-effecten werden gebruikt en de eerste film die deels werd opgenomen in het museum van Florence.

In 2000 maakte hij met The Phantom of the Opera een enorme flop, volgens velen de slechtste Italiaanse film aller tijden.

In 2002 maakte Argento met Sleepless weer een ouderwetse Giallo-film.

De laatste jaren maakte Argento achtereenvolgens Sleepless (2002), The Card Player (2004) en Do You Like Hitchcock? (2005). In 2005 en 2006 heeft Argento ook twee films gemaakt voor de televisieserie Masters of Horror, respectievelijk Jenifer en Pelts.

Het laatste deel van zijn Three Mothers-trilogie, La Terza Madre (The Third Mother) verscheen in 2007.

Privéleven[bewerken]

Argento is in het dagelijks leven getrouwd geweest met actrice Daria Nicolodi (die in een aantal van zijn films speelt). Zijn dochter Asia Argento is ook actrice.

De stijl van de Dario Argento[bewerken]

De films van Argento zijn herkenbaar en vertonen stilistische overeenkomsten. Hier volgen een aantal van de meest opvallende Argento-handelsmerken.

Inhoudelijke Handelsmerken[bewerken]

  1. In alle films van Argento raakt een onschuldig iemand bij toeval betrokken bij een moord (vaak is hij getuige). De politie verdenkt de hoofdpersoon juist zelf van deze moord en hij moet zelf op onderzoek uitgaan om zijn onschuld te bewijzen. Hij wordt geterroriseerd door de moordenaar en ontsnapt meerdere keren aan de dood. Tijdens de film gaat de hoofdpersoon op zoek naar de moordenaar. Opvallend is dat deze hoofdpersoon altijd een bepaald artistiek beroep uitoefent: bv. een componist in Deep Red, een drummer in Four Flies on Grey Velvet, een ballet danseres in Suspiria, een opera zangeres in Opera en een schrijver in Inferno en De messenmoorden. Is het hoofdpersonage een man dan raakt hij tijdens het verhaal verliefd op een vrouw die hem helpt bij het onderzoek, is de hoofdpersoon een vrouw dan is het omgekeerd.
  2. Alle films van Argento gaan over seriemoordenaars. In de meest van zijn films leidt een moord tot nog vele andere moorden die meestal worden gepleegd door dezelfde dader. Tot op het einde blijft de identiteit van de moordenaar onduidelijk totdat hij op het einde door de hoofdpersoon ontmaskerd wordt. De dader blijkt een totaal ander iemand te zijn dan je verwacht en vaak liggen zijn motieven in een jeugdtrauma.
  3. Een steeds terugkerend kenmerk is dat de hoofdpersoon iets heeft gezien of gehoord maar dat hij/zij niet meer precies weet wat. De hoofdpersoon probeert zich te herinneren wat er precies gebeurde en er zijn steeds fragmenten van de scène uit het begin van de film. In het hoofd van hoofdpersoon wordt het beeld steeds vervormd, pas op het einde weet hij/zij weer precies wat er gebeurde. Dan wordt de scène uit het begin opnieuw afgespeeld, de scène speelt een rol in de ontknoping.
  4. De ontknoping vindt vaak plaats aan de hand van een wetenschappelijk feit. Bijvoorbeeld: in De messenmoorden wordt de moordenaar ontdekt aan de hand van een vogelgeluid dat hoorbaar is op de achtergrond van een telefoongesprek. De zeldzame vogel blijkt zich maar op een plek in Rome te bevinden en verraadt zo de locatie van de moordenaar. In veel van Argento's films zitten dit soort ontknopingen: in Four Flies on Grey Velvet wordt de dader herkend aan de hand van het dode netvlies op de ogen van een van z'n slachtoffers en in The Cat o Nine Tails aan de hand van een genetisch onderzoek.
  5. Argento heeft in zijn scenario's een fascinatie voor voyeurisme. Zowel de hoofdpersoon als de moordenaar houdt ervan mensen te begluren.
  6. Identiteitsverwisselingen en dubbelgangers komen vaak voor.
  7. Argento is berucht om zijn extreme en verrassende plotwendingen. Hij laat het verhaal plotseling 180 graden draaien. Bijvoorbeeld: iemand die dood was blijkt nog te leven, iemand die bijna zeker de moordenaar was, blijkt op het laatst toch onschuldig te zijn, 2 personen blijken samen 1 persoon te zijn of omgekeerd.

Visuele kenmerken[bewerken]

  1. De moordenaar blijft zo lang mogelijk buiten beeld. Het enige wat je van de moordenaar te zien krijgt, zijn close-ups van handen, gehuld in zwartleren handschoenen, die een moordwapen (bijna altijd een mes) vasthouden. Soms worden zie je ook een extreme close-up van het oog van de moordenaar. Ook maakt Argento continu gebruik van het subjectieve shot: een camera die filmt door de ogen van de moordenaar. Pas op het allerlaatst komt de moordenaar in beeld.
  2. De moordpartijen zijn extreem gewelddadig, sadistisch, smerig en bloederig. Argento laat in minutenlange scènes zien hoe iemand achtervolgd wordt door de moordenaar en probeert te vluchten. Zijn vluchtpoging mislukt en hij wordt op originele en vaak spectaculaire wijze gedood. Argento maakt hierbij vaak gebruikt van extreme close-ups van wonden.
  3. De decors en gebouwen in de films van Argento zijn gebouwd in Jugendstil of Art-Deco stijl.
  4. Decors en kostuums hebben vaak felle primaire kleuren, zoals scharlaken, blauw of geel.
  5. Zijn films worden meestal begeleid door muziek gecomponeerd en uitgevoerd door een rock- of heavymetalband.
  6. Argento filmt normale, alledaagse dingen (bijvoorbeeld een druppelende kraan, een knipperende gloeilamp, een ventilator of een telefoon) en brengt deze op een vreemde griezelige manier in beeld zodat ze uit hun verband worden gerukt en surrealistisch worden. Ze dragen bij aan de spanning van de film terwijl er niet eens iets gebeurt.
  7. Bizarre overdreven geluidseffecten (zoals hijgende stemmen, stromend water of voetstappen) voeren de spanning nog verder op al zijn ze soms niet eens relevant binnen het verhaal. Met geluidseffecten wordt een soort muziek gemaakt.
  8. Muziek wordt vaak gemaakt door de psychedelische rockband Goblin.
  9. Grote totaalshots vanuit ongewone standpunten.
  10. Lange rijdende shots.
  11. Veel subjectieve camerashots.
  12. Vaak een travelling shot over het gereedschap van de moordenaar.
  13. Argento heeft vaak een cameo optreden aan het begin van de film. Hij speelt dan vaak de rol van arts of politie inspecteur. Bij Suspiria spreekt hij de voice-over in.
  14. Vaak een shot van een camera die door rode gordijnen gaat.
  15. Maakt veel gebruik van spiegels.