Die Rote Kapelle

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Die Rote Kapelle, letterlijk vertaald Het Rode Orkest, was een verzetsbeweging en spionagegroep, die volgens de regering van de voormalige DDR een grote invloed had op de nederlaag van Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar volgens westerse historici vooral als verzetsbeweging tegen de nazi's van betekenis was; haar informatie zou voor de Sovjet-Unie van weinig waarde zijn, omdat die tijdens de Tweede Wereldoorlog militair niet in West-Europa geïnteresseerd zou zijn. Nog altijd wordt de betekenis van de politiek links georiënteerde beweging sterk verschillend beoordeeld, al naargelang de politieke kleur van de schrijver. De bekende theoloog Dietrich Bonhoeffer, zelf een tegenstander van de nazi's, had veel waardering voor de beweging.

Ontstaan[bewerken]

Die Rote Kapelle ontstond omstreeks 1933 in kringen van Noord-Duitse kunstenaars en intellectuelen. De drie voornaamste "oprichters", dan wel leden van het eerste uur waren de architect Harro Schulze-Boysen en de econoom Arvid Harnack en diens vrouw. In Berlijn deelde de groep o.a. vlugschriften uit, waarin de misdaden van de nazi's tegen Joden en politiek andersdenkenden werden onthuld en veroordeeld. De regering van de Sovjet-Unie kreeg lucht van het bestaan van de groep, en het Rode Leger kreeg opdracht, de groep te ondersteunen en internationaal uit te breiden. De bekendste spionnen zijn zonder meer Richard Sorge en Leopold Trepper. Sorge kreeg de leiding in de Japanse sector en Trepper werd de leiding in Europa toevertrouwd.

Die Rote Kapelle was de belangrijkste en meest effectieve spionagegroep tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanuit het hart van het Nazirijk zelf, begon het een organisatie die een web vormde over het gehele bezette gebied in Europa.

Die Rote Kapelle in Oostende[bewerken]

Toen Trepper op bezoek kwam in Oostende was hij niet opgetogen over de winkelruimte en het tekort aan vluchtwegen. Daarom trok hij, samen met zijn vriend Grossvogel, op zoek naar een andere winkel die hij wat verder in de Kapellestraat vond. Het lukte hem een huis te huren in de aanliggende Witte Nonnenstraat en verbond beide huizen, die aan elkaar waren gebouwd, door enkele muren te slopen en te vervangen door een gang. Aldus schiep hij zich een mooie vluchtweg, terwijl de winkelruimte veel groter was dan de vorige en er ook meerdere achterzalen in voorkwamen. Mikhail Makarov was in het bezit gekomen van drie zenders, een in Brussel, een in Charleroi en een in Oostende. Alhier werd een telegrafist aangeworven, een Oostendenaar marconist op de Oostende-Doverlijn, die door een Russische ingenieur Yefremen aan Grossvogel werd voorgesteld.

Leopold Trepper was op de hoogte van de datum waarop de Duitsers België zouden binnenvallen en wist ook dat zij op zoek waren naar zijn groepering. Daarom vertrok hij, op 9 mei, met de Oostendse zender en zijn kompanen naar Knokke om vandaar, bij het uitbreken van de oorlog te verhuizen naar Brussel.

Daardoor waren de bombardementen van de Duitsers op de Kapellestraat en omliggende totaal overbodig, maar dat wisten de Duitsers op dat moment niet.

Het einde[bewerken]

Die Rote Kapelle heeft nog geruime tijd meegespeeld maar toen Efremov werd aangehouden en fel gemarteld werd tijdens de ondervragingen, verraadde hij een deel van de groep. Hoewel dit een klein deel was, werden er toch nog dertig man aangehouden en ter dood veroordeeld. Volgens een andere lezing wist de Duitse contraspionage, de Abwehr, in 1942 een geheim bericht van de groep te ontcijferen, en zo achter de verblijfplaatsen van enige leden te komen. In totaal werden 217 leden van Die Rote Kapelle aangehouden en veroordeeld, 143 werden geëxecuteerd (veelal in de gevangenis Berlijn-Plötzensee, door ophanging aan een vleeshaak) of verloren het leven in een concentratiekamp.

Leden van Die Rote Kapelle[bewerken]

Hieronder een (niet complete) lijst van leden van 'Die Rote Kapelle'.

Verwante onderwerpen[bewerken]

Externe links[bewerken]