Edith Cavell

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edith Cavell
Cavell in de tuin met haar twee honden, vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog

Edith Louisa Cavell (Swardeston, Norfolk, 4 december 1865 - Brussel, 12 oktober 1915) was een Britse verpleegster die door een Duits vuurpeloton tijdens de Eerste Wereldoorlog in België werd gefusilleerd.

Biografie[bewerken]

Edith was de oudste dochter van Frederick Cavell (een Anglicaanse dominee) en Louisa Sophia Warming.

Vanaf 1884 ging ze naar school in Kensington, Clevedon, tegen Bristol, en dan aan Laurel Court (Peterborough).

In 1886 was ze een tweetal jaar gouvernante, tot ze een kleine erfenis kreeg en met dat geld besloot naar het vasteland te trekken, naar Oostenrijk en Beieren om uiteindelijk in 1890 gouvernante te worden bij een Brusselse familie.

In 1895 keerde ze terug naar haar vaderland om haar zieke vader te verzorgen, waardoor ze zin kreeg in de verpleegkunde en in 1898 het diploma van verpleegster behaalde aan het Royal London Hospital.

Edith Cavell trok in 1907 opnieuw naar Brussel, waar zij een baan aanvaardde, aangeboden door dokter Depage, om aan het hoofd te staan van de door hem net opgerichte verpleegsterschool L'École Belge d'Infirmières Diplômées te Brussel. In die tijd wekte het nog weerstand op dat een vrouw werkte, maar toen de Belgische koningin haar arm brak en naar een verpleegster uit die school vroeg, verwierf de school haar aanzien en status.[1]

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd het ziekenhuis een Rode Kruishospitaal en droeg Cavell haar verpleegsters op alle gewonden te verzorgen, ongeacht hun nationaliteit.

Begin september 1914, toen ze ook Engelse soldaten verzorgde en ook hielp vluchten, begon ze ook te werken voor de Britse geheime dienst. Ze organiseerde ontsnappingsroutes voor (een 200-tal) Belgische, Britse en Franse soldaten over de Nederlandse grens. Daarnaast verzamelde ze militaire inlichtingen door gewonde Duitse soldaten uit te horen.[2]

Voor haar contacten met de geheime diensten reisde ze regelmatig naar Gent waar ze in café "De Stad Audenaarde", verbleef.

Toen in Brussel Philippe Baucq werd opgepakt met een lijst waarop haar naam stond, werd ze op 5 augustus 1915 door de Duitsers aangehouden en op 12 oktober gefusilleerd op de Nationale Schietbaan in Schaarbeek, waar ze begraven werd. Haar laatste woorden waren "Nu ik hier sta, in het zicht van de Heer en de eeuwigheid, besef ik dat vaderlandsliefde niet genoeg is. Ik moet ook geen haat of bitterheid voor wie dan ook voelen."[3]

Haar dood veroorzaakte in 1915 internationale verontwaardiging, mede dankzij de Britse propaganda die haar afbeeldde als een onschuldige, reddende engel à la Florence Nightingale.

In mei 1919 werd haar stoffelijk overschot opgegraven, er werd een plechtigheid georganiseerd waarop ook koning Albert I van België aanwezig was en daarna werd ze gerepatrieerd naar Westminster Abbey voor een plechtigheid. Hierna werd ze overgebracht naar de kathedraal van Norwich, waar ze nu begraven ligt in het oostelijk gedeelte.

A marble statue of Edith Cavell in nurse's uniform backed by a large granite column, surmounted by a figure representing Humanity
Standbeeld in London

Gedachtenis[bewerken]

Na Cavells gewelddadige dood werd Édith een populaire voornaam voor meisjes in Frankrijk en België; Édith Piaf is de bekendste van hen.[4]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Nurse Edith Cavell
  2. Smith, Michael, SIX. A History of Britain's Secret Intelligence Service (London, 2010), 56-57.
  3. Ch. Hatt, De Eerste Wereldoorlog, (Harmelen, NL: Ars Scribendi BV, 2000), 29.
  4. Monuments for Edith Cavell