Funiculì Funiculà

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over het Napolitaanse volksliedje en niet over het Vlaamse muziekprogramma op Radio 2 (Vlaanderen). Zie daarvoor: Funiculi Funicula (radioprogramma).

Funiculì Funiculà is waarschijnlijk het bekendste Napolitaanse volkslied.

Het lied werd geschreven in 1880 door Peppino Turco (tekst) en Luigi Denza (muziek) ter gelegenheid van het feest van Piedigrotta, op 8 september van dat jaar. Sinds de jaren dertig van de 19e eeuw werd op dit festival een schrijfwedstrijd voor Napolitaanse liederen gehouden. Turco en Denza schreven dit lied voor de grap in Napolitaans dialect naar aanleiding van de opening van de eerste kabelspoorweg (funicolare) op de Vesuvius op 6 mei 1880, die de toeristen naar de krater van de vulkaan bracht. Het lied won de wedstrijd op het festival en wordt sindsdien beschouwd als het lied dat aan het begin stond van de bloei van de Napolitaanse liedtraditie.

Vele Italiaanse zangers hebben het nummer intussen op hun repertoire staan, onder wie Luciano Pavarotti.

Tekst[bewerken]

Aissera, Nanninè, me ne sagliette,
tu saie addò? Tu saie addò?
Addò sto core ngrato chiù dispiette
farme non pò... farme non pò
Addò llo fuoco coce, ma si fuie
te lassa stà, te lassa stà,
E non te corre appriesso, non te struje
sulo a guardà. Sulo a guardà!

Jammo, jammo, ncoppa jammo, ja
Jammo, jammo, ncoppa jammo, ja
Funiculì, funiculà, funiculì, funiculà,
ncoppa jammo ja, funiculì, funiculà.

Nè jammo dalla terra a la montagna
no passo nc'è, no passo nc'è.
Se vede Francia, Procida, la Spagna
e io veco a te, e io veco a te.
Tirate co lli fune nnitto, nfatto
'ncielo se va, 'ncielo se va.
Se va comm'a llo viento, à l'antrasatto
Gué, saglie sà! Gué, saglie sà!

Jammo, jammo, ncoppa jammo, ja ...

Se n'è sagliuta, oie Nè, se n'è sagliuta
la capa già. La capa già.
È ghiuta, pò è tornata, e pò è venuta,
stà sempre ccà! Sta sempre ccà!
La capa vota vota attuorno attuorno,
attuorno a te. Attuorno a te.
Llo core canta sempe no taluorno
sposammo, oie Nè! Sposammo, oie Nè!

Jammo, jammo, ncoppa jammo, ja ...

Varianten[bewerken]

In de Jordaan in Amsterdam werd een variant bekend waarin zowel de Jordanese liefde voor het Napolitaanse lied als voor jenever tot uitdrukking kwam.

Jajem, jajem, jajem moet er zijn.
Jajem, jajem, jajem moet er zijn.
We nemen er een, we nemen er twee, we nemen er drie, we nemen er vier.
En als er dan geen jajem is dan drinken we maar bier.

(Jajem is Bargoens voor 'jenever'.)

Richard Strauss nam het melodietje van "Funiculì, Funiculà" op in zijn symfonisch gedicht "Aus Italien"; hij vermoedde dat het een originele Italiaanse volksmelodie was. Toen Luigi Denza dit ontdekte, ging hij naar de rechter en klaagde Strauss aan voor plagiaat en eiste royalty's. Denza won. Ook de Italiaanse componist Alfredo Casella nam de melodie op in zijn orkestwerk "Italia".