Germanisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een germanisme is een barbarisme dat aan het Duits ontleend is.

Geschiedenis in Nederland[bewerken]

Hegemonie van het Duits[bewerken]

Voor de Tweede Wereldoorlog was de invloed van het Duits op het Nederlands groot. Burgers van het Europese deel van het Koninkrijk kenden de taal doorgaans, als zij althans vreemde talen beheersten. Daarbij kwam dat het Duits de internationale taal van de wetenschap was: publicaties verschenen eveneens in het Frans en het Engels, maar de positie van Duitstalige artikelen was dominant.

Beïnvloeding[bewerken]

Er waren twee oorzaken voor de infiltratie van Duitse woorden in het Nederlands. In de eerste plaats het frequente gebruik van die taal, dat leidde tot de neiging taalelementen over te nemen. Daarnaast maakte het feit dat Duits en Nederlands sterk op elkaar lijken, het vaak moeilijk te onderkennen dat een bepaald taalelement geen "echt" Nederlands was.

Dat neemt niet weg dat de strijd tegen de germanismen fel was: op school werden leerlingen onderwezen in het gebruik van zuiver Nederlands, en maatgevende instellingen, zoals woordenboeken, gaven expliciet aan dat een bepaald woord een germanisme was. Het Genootschap Onze Taal werd in 1931 opgericht met de strijd tegen germanismen als hoofddoel. Vermoedelijk speelden ook politieke motieven indertijd een rol, ook al is dit nooit zo expliciet door Onze Taal vermeld.

Afname[bewerken]

In de overzeese rijksdelen was de Duitstalige invloed veel minder sterk: daar richtte men zich vooral op de Amerikaanse en Australische cultuur, terwijl er ook sterke banden bestonden met de toenmalige Britse koloniën.

Het Duits raakte zijn dominante positie na de Tweede Wereldoorlog kwijt ten gunste van het Engels. Weerstand tegen de voormalige bezetter was daaraan mede debet. Het onderwijs in de moderne vreemde talen concentreerde zich meer dan voorheen op het Engels; dat werd ook de algemeen aanvaarde taal van de wetenschap en toen de televisie haar intrede deed, van de populaire cultuur. Met de komst van de computer en het internet is die invloed uiteraard versterkt.

Voorbeelden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van germanismen in het Nederlands voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Letterlijk uit het Duits vertaalde woorden zijn bijvoorbeeld:

  • beduidend (Duits bedeutend) voor "aanmerkelijk";
  • begeestering (Begeisterung) voor "enthousiasme";
  • namelijk (nämlich) voor "te weten";
  • meerdere (mehrere) voor "verscheidene";
  • eenduidig (eindeutig) voor "ondubbelzinnig".

Een aantal samentrekkingen van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden zijn in het Nederlands in verschillende mate ingeburgerd, hoewel dit type samenstelling normaliter germanistisch heet te zijn. Bij het schaken spreekt men bijvoorbeeld bijna altijd van een dubbelpion; dit zou volgens de Nederlandse grammaticaregels een "dubbele pion" moeten zijn.

Sommige germanismen lijken beperkt te zijn tot een klein deel van het taalgebied. Samenstellingen als grootstad (voor "grote stad") en kortverhaal (voor "kort verhaal) komen in Vlaanderen veelvuldig voor, maar zijn in Nederland zeldzaam. In dit soort gevallen is niet altijd met zekerheid te zeggen dat deze vormingen ook echt germanismen zijn: het is ook mogelijk ze als regionaal Nederlands (in het onderhavige geval dus Belgisch Nederlands) te bestempelen. Een vergelijkbaar geval zijn woorden die eindigen op -er van het type Edammer kaas. Deze er-uitgang doet ietwat Duits aan (Schwarzwalder Kirschtorte), maar kan ook beschouwd worden als een regionaal voorkomend Nederlands woordvormingsprocedé. In Noord-Nederlandse tongvallen komen veel onregelmatige vormingen van dit type voor (de Pettemer zeewering bij Petten) die het vermoeden lijken te bevestigen dat het hier om een autochtoon zij het regionaal woordvormingsprocedé gaat.

Onderkenning[bewerken]

Een woord als dame (het schaakstuk) is door Van Dale eens ten onrechte als germanisme gekenmerkt. De sterke gelijkenis tussen beide talen maakt het soms moeilijk om te bepalen of iets een fremdkörper is; bij dat laatste woord is geen twijfel mogelijk; bij noodwendig zal niet iedereen onderkennen dat er van een germanisme sprake is, bij meerdere ("er zijn meerdere mogelijkheden") is dat nog minder het geval.

Een andere moeilijkheid houdt daarmee verband. Het is in beginsel denkbaar dat een woord al in het vroegere Nederlands in gebruik was, daarna in onbruik is geraakt of alleen nog gewestelijk werd gebruikt, maar in het Duits ondertussen voortleefde in (nagenoeg) dezelfde vorm. Als dat woord nu in het Nederlands opnieuw gebruikelijk wordt, valt moeilijk te bepalen of het een germanisme betreft dan wel een herleving.

Daarbij komt dat de aandacht voor het verschijnsel is verminderd. Tegenwoordig staat de opmars van Engelstalige elementen veel meer in de belangstelling.

Zie ook[bewerken]