Goederenrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het goederenrecht is een onderdeel van het vermogensrecht. Een ander belangrijk onderdeel van het vermogensrecht is het verbintenissenrecht. In zowel Nederland als België was eerder de term zakenrecht gebruikelijk.

Kenmerkend voor het goederenrecht is, dat het gaat over vermogensrechten die een bepaalde gradatie van de zeggenschap geven over een goed. Eigendom verschaft de rechthebbende de meest verstrekkende bevoegdheden. Beperktere zeggenschap over een goed geven het recht van vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, opstal, erfpacht, van pand en van hypotheek en het appartementsrecht.

Onderscheid met verbintenissenrecht[bewerken]

Men spreekt van het gesloten systeem van het goederenrecht of het zakenrecht. Daarmee wordt bedoeld dat het aantal zakelijke vermogensrechten wettelijk is gelimiteerd. Dit in tegenstelling tot het overeenkomstenrecht, waar sprake is van een open systeem, wat betekent dat het aantal verschillende soorten overeenkomsten in beginsel onbeperkt is.

Een belangrijke eigenschap van goederenrechtelijke vermogensrechten is, dat zij tegenover iedereen gehandhaafd kunnen worden; zij hebben zogezegd absolute werking. Dit maakt absolute rechten in de regel tot sterkere rechten dan verbintenisrechtelijke vermogensrechten, die in beginsel slechts tegenover de wederpartij geldend gemaakt kunnen worden.

Ten slotte is het tijdstip van vestiging van absolute rechten van belang voor de rangorde van meerdere absolute rechten op hetzelfde goed. Het oudste recht heeft voorrang. Een eerder gevestigde erfdienstbaarheid op een perceel grond gaat daarom voor een later gevestigd recht van erfpacht

Goederenrecht in België[bewerken]

In het Belgisch Burgerlijk Wetboek zijn de bepalingen in kwestie terug te vinden in boek II. Een welbepaald recht op een welbepaalde zaak heet daar een zakelijk recht.

Zie ook[bewerken]