Hein van Aken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hein van Aken (Brussel, circa 1250 - ?, tussen 1325 en 1330), was een Middelnederlands dichter uit het hertogdom Brabant.

Hein van Aken was wellicht pastoor te Korbeek-Lo. Hij wordt voor het eerst vermeld in Der leken spieghel van Jan van Boendale, die in 1330 werd voltooid, en waarin hij geprezen werd als dichter.

Het eerste werk van Hein van Aken was Die Rose uit 1280, een vertaling van de Franse Roman de la rose van Guillaume de Lorris en "voltooid" door Jean de Meung. Dit werk telde 14224 versregels. Daarna vertaalde hij L'Ordene de Chevalerie als Van de Coninc Saladijn ende van Huygen van Tabaryen. Dit werk handelt over Hugo van Sint-Omaars, die sultan Saladijn inwijdt in de riddergebruiken en hem daarna tot ridder slaat.

Hein van Aken zou ook de auteur (kunnen) zijn van de Roman van Heinric en Margriete van Limborch, die begonnen werd in 1291 en voltooid in 1318. Het is een "romantische" avonturenroman in 12 boeken, waarmee doelbewust de Aeneas-roman van Vergilius geïmiteerd wordt.[1]

Sommigen schrijven ook Het vierde boek van den Wapene-Martijn uit 1299 aan hem toe, maar hierover bestaat weinig zekerheid.

In de 19e eeuw brachten Jan Frans Willems en Ferdinand Augustijn Snellaert Hein van Aken terug onder de aandacht door de uitgave van zijn dichtwerken.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Lieve de Wachter, Een literair-historisch onderzoek naar de effecten van ontleningen op de compositie en de zingeving van de Roman van Heinric en Margriete van Limborch. Leuven 1998.