Homologie (wiskunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de hogere wiskunde worden bepaalde ingewikkelde structuren, zoals topologische ruimten of variëteiten, gekarakteriseerd door er een relatief eenvoudige rij abelse groepen mee te associëren, de homologiegroepen.

In een abstractere context is een homologie een rij modulen die wordt geassocieerd met een ketencomplex over een gegeven ring R. Homologie en het duale begrip cohomologie vormen de centrale studie-objecten van de homologische algebra.

Motiverend voorbeeld[bewerken]

Bij de studie van vectorvelden in de driedimensionale Euclidische ruimte \mathbb{R}^3, en ook bij hun toepassing in de natuurkunde (magnetisch veld, vergelijkingen van Maxwell), wordt vaak gebruik gemaakt van differentiaaloperatoren.

Zo stelt James Clerk Maxwell dat het magnetische veld divergentievrij is. Dit is de wiskundige vertaling van de vaststelling dat er in de klassieke theorie geen magnetische monopolen bestaan.

Als een vectorveld op \mathbb{R}^3 divergentie 0 heeft, dan is het de rotor van een ander vectorveld. Dit andere vectorveld noemen natuurkundigen de magnetische vectorpotentiaal. De vectorpotentiaal is slechts op een gradiënt na bepaald, want de rotor van elke gradiënt is nul. De vrijheid die dit oplevert bij de keuze van de magnetische vectorpotentiaal, heet ijkinvariantie.

We hebben dus een "ketting" van differentiaaloperatoren

grad - rot - div

met de eigenschap dat de samenstellingen "rot grad" en "div rot" nul opleveren.

Omgekeerd geldt ook: een divergentievrij veld is de rotor van een ander veld, en een rotatievrij veld is een gradiënt.

Als we in plaats van \mathbb{R}^3 een andere driedimensionale ruimte beschouwen, bijvoorbeeld een open deelverzameling van \mathbb{R}^3 of een oriënteerbare gekromde ruimte (variëteit), dan geldt nog steeds: rot grad = 0, div rot = 0. Maar het omgekeerde is niet meer waar! Een divergentievrij vectorveld is weliswaar plaatselijk te schrijven als een rotor, maar er hoeft geen globaal vectorveld op de hele variëteit te bestaan waarvan het oorspronkelijke (divergentievrije) veld de rotor is. Een rotatievrij vectorveld is plaatselijk te schrijven als een gradiënt, maar er hoeft geen globale scalaire functie op de hele variëteit te bestaan waarvan het oorspronkelijke (rotatievrije) veld de gradiënt is.

De homologie van de onderlinge topologische ruimte geeft aan, in hoeverre de reconstructie "mislukt", bijvoorbeeld hoeveel divergentievrije vectorvelden er zijn die niet globaal als een rotor kunnen geschreven worden.

De natuurlijke setting is die van een ketencomplex, ruwweg een rij vectorruimten met daartussen lineaire operatoren, zodanig dat de samenstelling van twee opeenvolgende operatoren steeds nul oplevert. De "mislukkingsgraad" wordt weergegeven door de nulruimte van de tweede operator, uit te delen naar de beeldruimte van de eerste operator.

In bovenstaand voorbeeld van magnetische velden komt het ketencomplex als volgt tot stand. Zij X de driedimensionale toestandsruimte die de vrijheidsgraden van het geladen deeltje aangeeft, bijvoorbeeld een deel van de Euclidische ruimte of een oriënteerbare variëteit. De niet-triviale objecten van het ketencomplex zijn:

  • S = de ruimte der onbeperkt differentieerbare reële scalaire functies op X
  • V = de ruimte der onbeperkt differentieerbare vectorvelden op X
  • de ruimte der constante reële functies op X, die we identificeren met de reële getallen

en het ketencomplex is

0\stackrel0\longrightarrow\mathbb{R}\stackrel{\rm const}\longrightarrow S\stackrel{\rm grad}\longrightarrow V\stackrel{\rm rot}\longrightarrow V\stackrel{\rm div}\longrightarrow S\stackrel0\longrightarrow0

Abstracte definitie[bewerken]

Voor een gegeven ketencomplex van R-modulen

\cdots\stackrel{d_{n+1}}{\longrightarrow}A_{n}\stackrel{d_n}{\longrightarrow}A_{n-1}\stackrel{d_{n-1}}{\longrightarrow}A_{n-2}\stackrel{d_{n-2}}{\longrightarrow}\cdots

is de n-de homologie het factormoduul tussen de kern van een morfisme en het beeld van het vorige morfisme:

H_n=\hbox{Ker}\,d_n/\hbox{Im}\,d_{n+1}

Het feit dat de kern van elk morfisme het beeld van het vorige morfisme als deelmoduul omvat, volgt uit de definitie van een ketencomplex. Men kan ook zeggen dat de homologie bestaat uit de cykels modulo de randen.

Als de keten exact is in een moduul An, dan zijn kern en beeld op die plaats gelijk en is de n-de homologie het triviale moduul {0}. De homologie geeft dus aan, in welke mate een ketencomplex afwijkt van exactheid.

Men spreekt ook van homologiegroep in het geval dat alle beschouwde structuren modulen over de ring der gehele getallen, en dus abelse groepen, zijn.

Voorbeeld[bewerken]

De singuliere homologie van een topologische ruimte X is gebaseerd op de keten waarvan het n-de element de vrije abelse groep op de singuliere n-simplices van X is. De homomorfismen worden voortgebracht door elk n-simplex op de georiënteerde som van zijn n+1 randen (simplices van orde n-1) af te beelden.

De 0-simplices van X zijn de punten van X, de 1-simplices zijn de continue paden in X. H0 bestaat dus uit de verschillen van telkens twee punten, modulo de verschillen van telkens twee eindpunten van een pad. Dit is de vrije abelse groep op d-1 voortbrengers, waar d het aantal wegsamenhangscomponenten van X is.

De eerste singuliere homologiegroep H1 is de abelianisering van de fundamentaalgroep van X.