Huis Ligne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huis Ligne
Huis Ligne
Wapenspreuk Quo tes cumque cadunt, stat semper linea recta.
Verheffing 1601
Stamvader Lamoraal I van Ligne
Familiehoofd Michel, 14e prins van Ligne (sinds 2005)
Titels
  • Prins van het Heilige Roomse Rijk
  • Prins van Ligne
  • Prins van Épinoy
  • Prins van Amblise

Het huis Ligne is een van de oudste en meest prestigieuze adellijke geslachten van België, dat zijn naam ontleent aan het dorp Ligne bij Aat in het graafschap Henegouwen. De leden dragen de titel prins. Het hoofd van de familie draagt de titels prins van Ligne, van Amblise en van Épinoy. Hun stamslot is het bekende Kasteel van Belœil.

In de loop van de geschiedenis van Europa heeft deze familie een niet onbelangrijke rol gespeeld, met als resultaat dat deze familie met niet minder dan 45 families is verbonden, waaronder de huizen Arenberg, d'Arragonna, Liechtenstein en Nassau.

Geschiedenis[bewerken]

De oorspronkelijke leden van deze familie waren ridders in dienst van de graven van Henegouwen. In 1180 werd het hoofd baron en treden zij toe tot de zwaardadel. Zij werden erfelijk maarschalk en pair van Henegouwen.

Zij traden vervolgens in dienst van de Bourgondische hertogen. In 1544 werd Jacob van Ligne door keizer Karel V verheven tot graaf van Ligne.

Lamoraal I van Ligne kreeg op 20 maart 1601 van keizer Rudolf II de titel van prins van het Heilig Roomse Rijk, voor hemzelf en zijn nakomelingen die de naam dragen. Dit had echter geen rechtsgevolgen in de Nederlanden. Een jaar later, op 22 augustus 1602, verhieven Albrecht en Isabella het graafschap Ligne tot prinsdom Ligne, waarbij de titel prins van Ligne enkel door het familiehoofd wordt gedragen.

Door zijn huwelijk met Anna-Maria van Melun kwam de familie in het bezit van het prinsdom Épinoy, het markizaat Roubaix en de heerlijkheden Antoing en Fagnolle. De aanspraken hierop zijn niet onomstreden, aangezien een andere tak van het huis Melun, hierin gesteund door Frankrijk, deze titels bleef dragen.

Lamoraals zoon Floris zou het familiebezit vermeerderen door de aankoop van het prinsdom Amblise.

Op 20 juli 1770 werd de baronie van Fagnolle verheven tot rijksgraafschap. Het vormt dan tot de Franse aanhechting in 1794 een soeverein staatje binnen het Heilig Roomse Rijk.

Koning Willem I der Nederlanden benoemde op 13 maart 1816 Eugène de Ligne in de Ridderschap van Brabant en erkende de titel van prins voor hem en al zijn afstammelingen die de naam dragen.

In 1923 werd door koning Albert I toestemming verleend aan Ernest de Ligne de (oude) titels van prins van Amblise en prins van Épinoy te gebruiken met overgang bij eerstgeboorte op mannelijke afstammelingen, en werd aan alle leden van het geslacht toestemming verleend het predicaat 'hoogheid' te dragen.

De prinselijke familie heeft door haar oeroude nobele afkomst recht op een speciale protocollaire status, en sinds 1923 op het predicaat 'hoogheid'. De familie behoort tot de families van de Salon Bleu en ze mogen de leden van de koninklijke familie tutoyeren.

Kasteel[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kasteel van Belœil voor het hoofdartikel over dit onderwerp

De familie liet in de 18de eeuw onder andere het bekende Kasteel van Belœil verbouwen tot een lustslot. Het bewoonde kasteel, sinds 1311 privaat eigendom van de familie de Ligne, herbergt een collectie meubilair en kunst. De grote bibliotheek is meer dan 20.000 oude banden rijk. De tuin is een voorbeeld van Franse tuinarchitectuur, in de stijl van Le Nôtre.

Baronnen, graven en prinsen (familiehoofd) van Ligne[bewerken]

baronnen van Ligne[bewerken]

graven van Ligne[bewerken]

  • Jacob van Ligne (†ca. 1552), zoon van de voorgaande, baron, vervolgens eerste graaf van Ligne in 1545, tweede graaf van Fauquemberghe
  • Filips van Ligne (1533–1583), zoon van de voorgaande, tweede graaf van Ligne

prinsen van Ligne[bewerken]

  1. Lamoraal (1563-1624) zoon van de voorgaande, derde graaf van Ligne, verheven tot prins in 1601
  2. Albert Henri (1615-1641), kleinzoon van de voorgaande
  3. Claude Lamoral I (1618-1679), broer van de voorgaande
  4. Henri Louis Ernest (1644-1702), zoon van voorgaande
  5. Antoine Joseph Ghislain (1682-1750), zoon van voorgaande
  6. Claude Lamoral II (1685-1766), broer van voorgaande,
  7. Charles-Joseph (1735-1814), zoon van voorgaande
  8. Eugène I (1804-1880), kleinzoon van voorgaande
  9. Louis (1854-1918), kleinzoon van voorgaande
  10. Ernest (1857-1937), broer van voorgaande
  11. Eugène II (1893-1960), zoon van voorgaande
  12. Baudouin (1918-1985), zoon van voorgaande
  13. Antoine (1925-2005), broer van voorgaande
  14. Michel (1951), zoon van voorgaande

Zijtakken[bewerken]

Baron Michel III gaf de baronie Barbançon aan zijn tweede zoon Willem (†1519). Diens kleinzoon Jan van Ligne (1525-1568), veldheer, werd de stamvader van het derde huis Arenberg, alsook van de prinsen van Barbançon.

Prins Henri de Ligne (1881-1967), een kleinzoon van prins Eugène, trouwde in 1910 met Charlotte de La Trémoille. Na het uitsterven van het Franse huis de La Trémoille veranderden zijn nakomelingen in 1934 hun naam in de Ligne de La Trémoille.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]