Huis Merode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huis de Merode
Huis Merode
Wapenspreuk 'Plus d'honneur que d'honneurs'
Stamvader Werner I van Rode
Familiehoofd Charles-Guillaume prins de Merode, markies van Westerlo, prins van Rubempré en prins van Grimbergen

De Merode, ook van Merode en von Merode genaamd, is een oud Belgisch, Duits en Nederlands adellijk geslacht, oorspronkelijk afkomstig uit het Rijnland. De familie draagt de titel van prins(es). Door huwelijk is dit geslacht verbonden met tal van adellijke families, terwijl het tevens gelieerd is aan de meeste Europese vorstenhuizen.

Wapenschild van het Huis Merode: Van goud, met vier palen van keel, met uitgeschulpten zoom van lazuur (D'or, à quatre pals de gueules, à la bordure engrêlée d'azur). De wapenspreuk van het huis Merode is Plus d'honneur que d'honneurs of Meer eer dan eerbetoon, van goud op een losse band van keel.

De Nederlandse dichter Willem Eduard Keuning gebruikte de achternaam in zijn pseudoniem, ontleend aan de danseres Cléo de Mérode van de Oostenrijkse, grafelijke tak.

Geschiedenis[bewerken]

Afkomst[bewerken]

Slot Merode in Langerwehe

De genealogie van het Huis Merode gaat terug tot het begin van de twaalfde eeuw. Volgens de legende zou de oorsprong van het huis zelfs nog ouder zijn en teruggaan tot Raymond Bérenger, koning van Aragon en graaf van Barcelona. In 1174 oefende de familie al de macht uit in het plaatsje 'Rode' nabij Düren dat later 'Merode' zou gaan heten en zijn naam zou geven aan de adellijke familie. Het oude slot in het dorp Merode is na meer dan achthonderd jaar nog steeds in het bezit van de familie De Merode. Werner I werd rond die tijd genoemd als de eerste heer van (Me)Rode en wordt algemeen aanzien als de stamvader van de familie. Werner had twee zonen waarvan de twee voornaamste takken van het huis Merode afstamden. De eerste was Johan, die ook 'Scheiffart' werd genoemd. Van hem stamt de tak genaamd 'Scheiffart van Merode' af. Deze lijn kwam tot grote bloei in Duitsland maar stierf uit in het begin van de 18de-eeuw. De Merodes die een rol speelden in de geschiedenis van de Nederlanden en België stammen allen af van de tweede zoon, Werner II. Deze tak werd bijgevolg de 'tak Werner' genoemd. Tot diep in de veertiende eeuw zullen beide takken elkaar het eigendom van de heerlijkheid Merode betwisten. Pas in 1362 komt een telg uit de tak Werner, Richard I van Merode in het bezit van de hele heerlijkheid. Deze Richard bekleedde een belangrijke plaats onder de Keulse adel en voerde de titels van baron van Merode en baron van Frentz. Door een weldoordacht huwelijk aan te gaan zou Richard zijn bezittingen nog gevoelig uitbreiden en zou de familie op het grondgebied van het huidige België en Nederland terechtkomen.

De Merode-van Wesemael en Westerlo[bewerken]

Richard I huwde met Margaretha van Wesemael, een erfdochter uit een Brabants geslacht. De heren van Wezemaal waren erfmaarschalk (seneschalk) van het hertogdom Brabant en behoorden tot de Brabantse adel. Margaretha erfde het graafschap Olen en de heerlijkheden Hulshout en Quabeek (dit laatste is vandaag geen dorp meer maar er is nog 'Kaaibeekhoeve' vlak bij Westerlo maar op het grondgebied van de gemeente Herselt. De heerlijkheid Westerlo die afhing van het Sint-Maartenskapittel van Utrecht werd echter geërfd door Margaretha's broer Jan van Wesemael en kwam voorlopig nog niet in handen van de familie de Merode. Wegens het wangedrag van Jan van Wesemael wenste het kapittel zijn leen liever aan Richard II van Merode en zijn nakomelingen te laten toekomen. Jan stoorde zich echter weinig aan de dreigementen van het kapittel en hield ondanks talrijke processen het leen in handen tot bij zijn dood in 1467. Bij testament schonk hij de heerlijkheid overigens aan zijn landheer Karel de Stoute ondanks het feit dat het leen helemaal niet onder het hertogdom Brabant ressorteerde. Deze laatste gaf het in leen aan zijn vertrouweling Anton van Croÿ, die het op zijn beurt verkocht aan Guy van Brimeu. Na een eindeloze reeks processen viel in 1478 voor de Raad van Brabant de beslissing en werd Westerlo aan Jan IV van Merode toegewezen.

Jan IV van Merode nam in 1482 definitief bezit van de heerlijkheid Westerlo. Hij was de zoon van Richard II en Beatrix van Pietersheim die op haar beurt erfgename was van de keizerlijke baronie Pietersheim bij Lanaken en van de heerlijkheden Rummen, Sievernich, Leefdaal, Oirschot, Hilvarenbeek en Impden. Via de heren van Pietersheim erfden de Merodes ook de voogdij over het land van Duffel. Jan I kwam uit een gezin van zeven kinderen en zijn broers werden de stamvaders van verschillende takken van het Huis Merode; Richard III van de tak Merode-Houffalize en Willem van Merode-Rummen. Een broer Arnold werd kanunnik van Maastricht en mede-eigenaar van Pietersheim. Werner, een bastaardbroer, kreeg de heerlijkheden Linsmeel, Pellen en Puchey. Het waren de mannelijke afstammelingen van Jan IV die als heren en later markiezen van Westerlo de hoofdlijn van het Huis Merode zullen verder zetten. Door het huwelijk van Jan IV van Merode met Adelheid van Hoorn kwamen ook de heerlijkheden Perwez, Geel, Duffel, Walem en Herlaar in het bezit van de familie.

Het Huis Merode bezat de titels van baron en van graaf al sedert zeer lang, minstens sedert de 15e eeuw. Filips graaf van Merode (1594-1638), werd de eerste markgraaf van Westerloo (id est het huidige Westerlo maar met dubbele "o"), waar nu nog steeds een groot domein is dat De Merode genoemd wordt.

De oudste tak, De Scheiffart van Merode, stierf uit in 1733.

Het huis van Merode verwierf ook verschillende adellijke titels:

De Belgische Antoinette-Ghislaine de Merode-Westerloo was de moeder van prins Albert I van Monaco.

Het huidige familiehoofd, Charles-Guillaume de Merode (°1940) is de derde prins de Merode, markies van Westerloo, prins van Rubempré en prins van Grimbergen, en is getrouwd met prinses Hedwige de Ligne de La Trémoïlle en ze hebben twee zonen: Frédéric de Merode (°1969) en Emmanuel de Merode (°1970). Na een loopbaan bij de Verenigde Naties, die hem onder meer naar Tunesië en Kenia bracht, verkoos hij Frankrijk als land voor zijn pensioenjaren.

Titels[bewerken]

Het geslacht wordt in 1340 reeds vermeld met de titel baron[1]. Op 1 oktober 1473 bevestigde keizer Frederik III tijdens de Rijksdag te Trier de titel Reichspannerherr, wat vertaald kan worden als baanderheer van het Heilige Roomse Rijk voor 5 kinderen van Richard III van Merode-Frentz: Arnould, oudste zoon en kannunik te Luik (sterft op 22 augustus 1487), Jean (Jan), Richard IV (sterft voor april 1485 n.s.), Guillaume (Willem) en Marguerite
(De originele oorkonde is thans bewaard bij het Algemeen Rijksarchief te Brussel, Fonds Merode Westerloo, chartrier, onder deze datum) In 1600 werden drie baronnen van Merode toegelaten in l’Etat Noble du duché du Pays de Liège.

In Nederland komen enkele Merodes voor als heer van Asten, Hilvarenbeek, Oirschot, Eckart, Stein en Wijlre. Zie ook: Bernard van Merode (1510), Bernard van Merode (1570) en Floris van Merode.

Op 20 mei 1626 verleende koning Filips IV van Spanje het geslacht de titels marquis de Westerloo en prince de Rubempré et d’Eversberghe.

In 1661 verkreeg het geslacht de status van commandeur van de Duitse Orde.

Bij Koninklijk Besluit[2] werd Guillaume Charles Ghislain graaf van Mérode en markies van Westerloo erkend in de adel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden met de titel markies bij eerstgeboorterecht. Overige leden van de adellijke familie kregen de titel van graaf of gravin.
In 1823 werden via koninklijk besluit de titels prins van Ruhempré en van Eversberghe bij eerstgeboorterecht bevestigd.

Philippe-Félix-Balthazar-Otho-Ghislain graaf de Merode was in 1830 kandidaat voor de Belgische troon.

In 1842 verkreeg het geslacht de titel prins van Grimbergen.

In 1930 kregen leden van het geslacht in België de titel van prins in plaats van graaf.

Kastelen[bewerken]

De familie bezat talrijke kastelen.
In België waren dat onder andere de kastelen van Argenteau, Beersel, Braives, Bury, Carlsbourg, Crupet, Drongen, Everberg, Veulen, Fournes, Prinsenkasteel (Grimbergen), Guignicourt, Habay, Haltinne, Ham-sur-Heure, Horst, Houffalize, Jehay, Lavaux-Sainte-Anne, Loverval, Marbais, Morialmé, Neffe, Ossogne, Petegem, Pietersheim, Resteigne, Rixensart, Serrant, Solre-sur-Sambre, Villemont, Waroux.
In Nederland waren dat onder andere de kastelen van Borgharen (1440-1647), Limbricht (1457-1619), Stein (1641-1749) en Wijlre.

Het kasteel van Merode (bij Düren) in het Rijnland, evenals de kastelen in België: Westerlo, Rixensart, Everberg, Solre-sur-Sambre en Neffe, en in Frankrijk: Trelon, Guignicourt en Serrant, zijn nog bezit van de familie.

Bekende familieleden[bewerken]

Bekende personen met de naam De Mérode zijn:

Literatuur[bewerken]

  • F.Th.W. SMEETS, Het kasteel Lemborgh te Limbricht, 1974
  • H.J.A. DOMSTRA, Geschichte der Fürsten von Merode im Mittelalter, 1981
  • M. DERIKS, De geschiedenis van kasteel Stein, 1996
  • L. HEYNENS, Adel in ‘Limburg’ of De Limburgse adel, Geschiedenis en repertorium 1590-1990, Valkenburg 2008
  • Baudouin D'HOORE, Inventaire des archives de la famille Merode Westerlo, Brussel, Rijksarchief, 2014.
Bronnen, noten en/of referenties

Noten

  1. Heijnens, L., Adel in ‘Limburg’ of De Limburgse adel, Geschiedenis en repertorium 1590-1990
  2. Koninklijk Besluit, nr. 95 van 18 juni 1823 en nr. 159 van 15 oktober 1823