Illustre Lieve Vrouwe Broederschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Illustre Lieve Vrouwe Broederschap is een in 1318 opgericht oecumenisch genootschap in de Nederlandse stad 's-Hertogenbosch, Het genootschap bestaat tegenwoordig uit 18 katholieke en 18 protestantse leden met een vooraanstaande maatschappelijke positie. De Broederschap "draagt zorg voor haar eeuwenoude materiële en immateriële cultureel erfgoed, bevordert de onderlinge christelijke saamhorigheid en de broederlijke band, en houdt daarbij steeds oog voor de ontwikkelingen en problemen in de moderne tijd".[1] 'Illustre' betekent hier beroemd en heeft betrekking op de Zoete Moeder Maria. Het genootschap is tegenwoordig gevestigd in het Zwanenbroedershuis in 's-Hertogenbosch, dat tevens een museum is.

Geschiedenis[bewerken]

Bladzijde uit een wapenboek van de broederschap

De Illustre Lieve Vrouwe Broederschap werd begin 14e eeuw opgericht door een aantal Bossche 'clerici et scolares' (geestelijken en aspirant-geestelijken) ter ere van de Illustere Lieve Vrouwe ofwel Maria. Aanleiding daarvoor was de opkomende Mariaverering in de stad. De broederschap werd in 1318 van statuten voorzien.

Broeders en buitenleden[bewerken]

Aanvankelijk waren alleen geestelijken lid van de broederschap. Vanaf 1371 werden ook anderen toegelaten, waaronder vrouwen. Om onderscheid te maken tussen geestelijke en niet-geestelijke leden werd de eerste groep gezworen broeders genoemd en de tweede de buitenleden. Gezworen broeder werd men uitsluitend op uitnodiging en men moest minimaal de kruinschering zijn ondergaan. Voor het heil van al haar leden – inclusief de buitenleden – droeg deze groep gezworenen één keer per week een mis op in de Broederschapskapel in de Sint-Janskathedraal, de huidige H. Sacramentskapel. Deze kapel is rijkelijk versierd en nog steeds te bezichtigen. Daarnaast kwamen de gezworenen meerdere keren per jaar bijeen om te vergaderen en was het gebruik dat iedere gezworene eens in de zoveel tijd een maaltijd voor zijn medebroeders organiseerde en gastheer was. De onderwerpen betroffen onder andere: de verering van Maria en de armenzorg. Ook leverde de Broederschap vanaf de 14e eeuw een bijdrage aan de ontwikkeling van 's-Hertogenbosch als belangrijk centrum van laat middeleeuwse muziek.

Zwanenbroeders[bewerken]

Vanaf 1384 vinden we zwanen op tafel bij de gezamenlijke maaltijden van de gezworen broeders, meestal geschonken door de hoge adel. Deze schenkers kregen sinds 1488 de naam Zwanenbroeder. Op deze wijze konden edellieden van binnen en buiten de stad lid worden van de steeds prestigieuzere broederschap. Korte tijd later werd het schenken van een zwaan losgekoppeld van de titel zwanenbroeder. Willem van Oranje is een van dergelijke Zwanenbroeders. Officieel konden sinds 1520 slechts vier personen tegelijkertijd Zwanenbroeder zijn en moesten ze uit de stad afkomstig zijn. Deze regeling verwaterde echter spoedig. Tegenwoordig is 'Zwanenbroeder' een eretitel waarvoor alleen vorstelijke personen in aanmerking komen. Prinses Juliana en Prins Bernhard waren Zwanenbroeders. Onder de huidige leden bevinden zich Prinses Beatrix en koning Willem-Alexander. Zij zijn de enigen die tegenwoordig deze titel mogen voeren.

Periode tot 1629[bewerken]

De broederschap speelde een belangrijke rol in de distributie van aflaten, die ze van paus en bisschoppen ontving en die ze met haar leden – zowel gezworenen als buitenleden – deelde. Tussen 1460 en 1530 kende de Broederschap een bloeiperiode, waarin zich jaarlijks honderden buitenleden aanmeldden. Deze nieuwe leden kwamen niet alleen uit 's-Hertogenbosch, maar ook van elders; zo meldden zich veel Spanjaarden aan, vaak hoge ambtenaren, die met het gevolg van de landsheer, Filips de Schone en later Karel V, naar de Nederlanden waren gekomen.[2] Door deze groei beschikte de broederschap over steeds meer geld. Dit geld werd gebruikt voor grote opdrachten, zoals het gebeeldhouwde Broederschapsretabel van de Utrechtse beeldhouwer Adriaen van Wesel, dat in 1477 voltooid werd en waarvan zich tegenwoordig twee fragmenten in het Zwanenbroedershuis bevinden. Tegen het eind van de middeleeuwen was de broederschap een instelling, die wij nu een sociëteit zouden noemen, zij het nog steeds met een sterk religieuze inslag.[3]

Na de val van 's-Hertogenbosch[bewerken]

Na 1520 liep het aantal nieuwe aanmeldingen in snel tempo achteruit. Na de inname van 's-Hertogenbosch door Frederik Hendrik in 1629 veranderde het karakter van het genootschap ingrijpend. In 1642 werden, kort nadat op zijn verzoek de protestante gouverneur van 's-Hertogenbosch met enige van zijn vrienden tot de Broederschap werd toegelaten, de statuten aangepast: het genootschap bestaat voortaan uit 18 katholieke en 18 protestantse leden. Dit was een compromis: omdat Willem van Oranje lid is geweest werd besloten dat de helft katholiek en de andere helft hervormd moesten zijn. Doorgaans zijn dit mensen met een vooraanstaande maatschappelijke positie, die daartoe uitgenodigd worden. Zo zijn bijvoorbeeld Willem van Oranje en de schilder Jheronimus Bosch lid geweest.

Het Zwanenbroedershuis[bewerken]

De leden van de Broederschap kwamen aanvankelijk bijeen in een kapel in de St Janskerk. Vanaf 1483 bezit de Broederschap een eigen pand aan de Hinthamerstraat. Het oorspronkelijke huis, dat in de 16e eeuw gedeeltelijk in renaissancestijl was verbouwd, is in 1839 grotendeels ingestort. Het huidige vroeg-neogotische Zwanenbroedershuis, architect J.H. Lafferte, dateert uit 1846 en is een rijksmonument. Het is als museum opengesteld voor het publiek. De Stichting Museum Zwanenbroedershuis is een 'culturele ANBI'. De Broederschap zelf is sinds 2008 aangemerkt als ANBI).

In het Zwanenbroedershuis zijn onder meer enkele handgeschreven koorboeken te vinden uit de zestiende eeuw van Petrus Alamire en de eigen kopiist Philippus de Spina. Deze koorboeken werden in opdracht geschreven voor de zangers van de Broederschap en bevatten vele missen en motetten van componisten uit de Renaissance als Pierre de la Rue, Nicolas Champion, Adrian Willaert en Jean Mouton.

Bekende leden[bewerken]

Archief[bewerken]

Inschrijvingen van nieuwe leden van de broederschap, waaronder de schilder Jheronimus Bosch

De rijke geschiedenis van het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap komt tot uitdrukking in de bewaard gebleven archieven. In het archief wordt onder andere de originele oprichtingsakte uit 1318 bewaard, maar ook aflaatbrieven waarin bisschoppen de voorrechten van de broederschap herbevestigen en documenten die een beeld geven van de bezittingen en activiteiten. Vooral bijzonder zijn de geïllustreerde wapen- en koorboeken. De wapenboeken bevatten de familiewapens van de gezworen broeders, van 1318 tot op heden.

De leden van de broederschap kwamen uit heel West-Europa, maar vooral uit de Nederlanden en de aanpalende Duitse gebieden. Hun namen werden genoteerd in de jaarrekeningen. In deze rekeningen over de periode 1329-1620 kun je zoeken naar personen die lid waren van de broederschap. De namen van leden komen in principe tweemaal in de rekeningen voor, eerst bij de betaling van hun intredegeld en later bij het voldoen van hun doodschuld.

Het archief van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap wordt bewaard in het Brabants Historisch Informatie Centrum in 's-Hertogenbosch. Enkele van de koorboeken worden zoals gezegd tentoongesteld in het Zwanenbroedershuis. De rekeningen, de wapenboeken en veel van de koorboeken zijn integraal gedigitaliseerd en online te bekijken. In de rekeningen en de wapenboeken kan bovendien op naam worden gezocht.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dijck, G.C.M. van (2001) Op zoek naar Jheronimus van Aken alias Bosch. De feiten. Familie, vrienden en opdrachtgevers, Zaltbommel: Europese Bibliotheek (ISBN 90-288-2687-4).

  1. Informatie over de Broederschap op de website van het Zwanenburgershuis
  2. Van Dijck (2001): p. 65.
  3. Van Dijck (2001): pp. 51-52.