Broederschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een broederschap is een in de Middeleeuwen ontstaan en wijdverbreid verschijnsel, aanvankelijk in de Rooms-katholieke Kerk, waarbij leken zich aaneensloten om een godvruchtig doel te dienen.

De oprichting van een broederschap moest kerkelijk worden goedgekeurd, hoewel de Kerk vaak weinig directe invloed op de broederschap had, en ze was gewoonlijk toegewijd aan een bepaalde heilige. De broeders hielpen elkaar en verrichtten vaak ook werken van naastenliefde. De broederschappen hadden vaak een altaar in de kerk. Ook liepen zij mee in processies met het beeld van hun patroonheilige. Broederschappen beschikten ook over -vaak uitvoerige- reglementen.

Niet iedereen kon lid worden van een broederschap. Men moest daartoe uitgenodigd worden en aan bepaalde criteria voldoen. Dit kon bijvoorbeeld inhouden dat men een bedevaart naar een ver oord had volbracht. Uit broederschappen die aan een bepaalde beroepsgroep gebonden waren zijn de gilden voortgekomen die weliswaar in eerste instantie een profaan doel dienden, namelijk de bescherming en instandhouding van hun beroep, maar tevens religieuze doelstellingen nastreefden.

Broederschappen bestaan tot in de huidige tijd. De schuttersgilden zijn er een voorbeeld van, ook al staat het lidmaatschap daarvan tegenwoordig open voor iedereen. Ook bestaan nog hier en daar vrome broederschappen, zoals de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in 's-Hertogenbosch. In vele Zuid-Europese landen is het verschijnsel nog veel vaker voorkomend.

Het woord broederschap heeft overigens een veel bredere betekenis gekregen en is lang niet meer alleen aan de Rooms-Katholieke Kerk gebonden. De naam is zelfs overgegaan op sommige protestantse kerkgenootschappen, zoals de Remonstrantse Broederschap. Ook de Vrijmetselarij heeft kenmerken van de Middeleeuwse broederschappen overgenomen.

Zie ook[bewerken]