Jacob Theodoor Cremer
| Jacob Theodoor Cremer | ||||
| Jacob Theodoor Cremer in 1918 | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Naam | Jacob Theodoor Cremer | |||
| Partij | Liberale Unie | |||
|
||||
Jacob Theodoor Cremer (Zwolle, 30 juni 1847 - Amsterdam, 14 augustus 1923), was een Nederlands grootondernemer, koloniaal expert en liberaal politicus.
Biografie [bewerken]
Cremer werd in 1870 administrateur van de Deli Maatschappij, een tabakscultuurmaatschappij op Sumatra, die hij als opvolger van Jacob Nienhuys tot aanzienlijke bloei bracht. In 1876 richtte hij zijn geschrift Een woord uit Deli aan de Tweede Kamer, dat leidde tot de Koelie-ordonnantie van 1880. Hij was ook de stichter van de Delische plantersvereniging.
Tweemaal was hij lid van de Tweede Kamer (1884-1894 en 1901-1905). In die periode kocht hij landgoed Duin en Kruidberg in Santpoort, dat tot 1961 in het bezit van de familie Cremer bleef. 's Winters woonde hij in Amsterdam op het Huis met de Kolommen, Herengracht 502, de latere ambtswoning van de Amsterdamse burgemeester, dat hij in 1907 kocht. Hij liet het huis restaureren door architect Herman Walenkamp.
In 1893 werd Cremer benaderd door de werkeloze scheepstimmerlieden op Oostenburg in Amsterdam met het verzoek de failliete scheepswerf van Paul van Vlissingen over te nemen. Hij gaf daaraan gehoor en richtte de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij op. De leiding vertrouwde hij toe aan Daniël Goedkoop, directeur van de werf 't Kromhout. Voorts was hij medeoprichter van de Bouwonderneming Jordaan NV en de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij, van de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij en in 1910 samen met dr. Henri François Rudolf Hubrecht oprichter van de Vereeniging Koloniaal Instituut (het huidige Koninklijk Instituut voor de Tropen).
Van 1897 - 1901 was hij Minister van Koloniën in het Kabinet Pierson - Borgesius en deed als zodanig veel voor het verkeerswezen en de petroleumbelangen in Nederlands-Indië. Hij was ook de opsteller van de eerste Nederlands-Indische Mijnwet. Van 1907 tot 1913 was hij president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. In 1912 verkocht hij zijn huis aan de Herengracht aan Cornelis Johannes Karel van Aalst (1866-1939), en woonde hij permanent in Santpoort. In 1920 werd hij lid van de Eerste Kamer.
Na de Eerste Wereldoorlog bezette hij de post van Nederlands gezant te Washington D.C. tot 1920 en wist het prestige van Nederland in de Verenigde Staten te herstellen.
Trivia [bewerken]
Sinds 2002 staat een levensgrote driedimensionale beeltenis van Cremer als tabaksplanter in Sumatra opgesteld in de semi-permanente expositie "Oostwaarts!" in het Tropenmuseum.
Externe link [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Voorganger: J.H. Bergsma |
Minister van Koloniën 1897-1901 |
Opvolger: T.A.J. van Asch van Wijck |
| Voorganger: B. Heldring |
President van de Nederlandsche Handel-Maatschappij 1907-1913 |
Opvolger: C.J.K. van Aalst |
| Zie de categorie Jacob Theodoor Cremer van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |