Jan George Bertelman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan George Bertelman
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Jan George Bertelman (Amsterdam, 21 januari 1782 - Amsterdam, 25 januari 1854) was een Nederlands componist en muziekleraar.

Bertelman was in Amsterdam componist, organist en muziekpedagoog. Hij studeerde bij [Daniël Brachthuyser],geb. 1769 blinde organist Nieuwe Kerk Amsterdam. Zijn leraar is niet Jan Daniël Brachthuizer, geb. 1803]. Bertelman wordt gezien als een van de eerste Bachkenners van Nederland. Tot zijn leerlingen behoorden Johannes van Bree, Richard Hol en Hermina Maria Dijk.
Hij werd voor zijn werk geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Jan George Bertelman was gehuwd met Dorothea Christina Kathman. Hun zoon Johannes Jacobus Bertelman werd kunstschilder en stadstekenmeester te Gouda en was daar medeoprichter van het Goudse museum (het latere Catharina Gasthuis).

Necrologie in Algemeen Handelsblad kort na zijn dood in 1854

JAN GEORGE BERTELMAN

werd 21 Januarij 1782 te Amsterdam geboren. De buitengewone aanleg en neiging voor de toonkunst, welke men in het kind bespeurde , bewogen zijnen vader, hem reeds in zijn zevende jaar in het vioolspel te doen onderwijzen , en wel door C. Ranitz, destijds muziekmeester ter dezer stede. Twee jaren daarna overleed de vader, en onze Bertelman, de eenige zoon, was van toen af in zijne studiën aan zichzelven overgelaten , en moest, in plaats van les nemen, er reeds om denken, zelf les te geven, ten einde voor zich en zijne moeder den kost te winnen. Zijne muzikale vorming heeft hij dus aan zich zelven te danken; zijne zucht om in den omgang met deskundige mannen , zoo als de voortreffelijke blinde organist D. Brachthuizer en anderen, en in boeken, die hij zich te verschaffen wist, leering en licht voor zijn vak te zoeken, en zijne volhardende , onvermoeide ijver hebben hem dat diep en Leider inzigt in al de deelen der theoretische , practische en scheppende toonkunst, door hetwelk hij zich onderscheidde, doen verkrijgen. Als theoreticus, voornamelijk in al hetgeen tot de leer van harmonie, contrapunct,, compositie , enz. betrekking had , werd hem vroeger de eerste rang in ons Nederland toegewezen, en was hij de vraagbaak van dillettanten en meesters , en gaarne en geheel belangloos hielp hij een elk te regt. Als onderwijzer in het viool- en piano-fortespel en in den zang was hij algemeen bemind en geacht.

Alhoewel hij gewis op de gezegde instrumenten eene aanzienlijke hoogte van kunstvaardigheid had kunnen bereiken, trad hij echter, weerhouden door tijdsgebrek, om zijn spel te volmaken, en belemmerd door schroomvalligheid en eene overdreven bescheidenheid, nimmer als obligatist in het openbaar op, en bepaalde hij zich slechts tot het kwartet- en orkestspel; als componist was hij vroeger gedurende eenen geruimen tijd de lieveling van ons publiek, en zou zulks ook nog langer zijn gebleven , zoo hij de veranderde rigting van den algemeenen smaak had kunnen of willen volgen. Wegens de veelvuldige lessen, die hij te geven had, en die hij, om zijn bestaan te verzekeren, niet mogt verzuimen, bleef hem weinig tijds over, om de drift tot componeren, die hem bezielde, gehoor te geven. Van daar, dat er weinig andere compositien van hem bestaan, dan die hem besteld werden, zoo als voornamelijk feesten treur-cantates, kerkelijke zangstukken, enz. In zoodanige groote vokaalcompositien schijnt hij zich Joseph Haydn ten voorbeeld te hebben genomen. Dezelfde aanleg, inkleeding, figuratie en harmonisatie . dezelfde vorm der arias, duets, koren, fugas enz. dezelfde eenheid en klaarheid , dezelfde vriendelijke, gemoedelijke ernst, die vader Haydn's werken kenschetsen, hervindt men ook in Bertelmans werken. Dikwijls loopt de gelijkheid van karakter en gevoelsuitdrukking zoo zeer in het oog, dat het Bertelmans roem van vinding benadeelt, ofschoon nergens eene slaafsche navolging van hem te ontdekken is. Ook is de invloed van Mozarts geest en stijl op zijne werken niet te miskennen.

Van zijne in druk verschenen werken zijn ons bekend: Requiem voor 'drie mannenstemmen met orgel-acompagnement; Missa voor vier stemmen en orkest; Melodiën der evangelische gezangen bij de Hervormde Gemeente voor drie stemmen; Quartet voor twee violen, alt en violoncello; Liederen en Romances, Fantaisies, Variatien, Marches; enz. voor piano-forte en voor viool, enz. enz.

Vervolgens weten wij, dat in manuscript van hem hebben bestaan: : Concerto's en Concertino's voor klarinet, voor contrabas, voor piano-forte en violoncello; twee quartetten voor vier waldhoorns; solo's en études voor de viool; eenige kleine zangspelen of operettes ; eene concert-ouverture; variatien voor onderscheidene instrumenten ; dansen voor klein en groot orkest; koren voor kinderstemmen; een Veni Creator en andere Motetten voor de R. K. Eeredienst; de Lof van Vondel, eene dramatische voorstelling; ouverture en zangen voor het feest van het vijf-en-twintigjarig bestaan van het Kon. Ned. Instituut; cantates voor feestelijke gelegenheden in de maatschappijen Felix Meritis, Tot Nut van 't Algemeen en V. W., en voor het collegie Vriendschap aan Toonkunde verbonden; Treur-cantate op den dood van J. Kuiper; de Slag van Nieuwpoort, cantate van den Heer H. H. Klijn, enz., enz.

Dit laatstgenoemde, een der beste werken van Bertelman, werd, omstreeks twintig jaren geleden, in Felix Meritis verscheiden malen met uitstekenden bijval ten gehoore gebragt, en verdient het weder uit de vergetelheid te worden opgedolven. De hoofdpersonen in deze dramatische cantate zijn: Prins Maurits van Oranje bevelhebber van het Nederlandsche leger, tenor, Frederik Hendrik zijn broeder, bas, en Mendoza, veldheer der Spanjaarden, bas. Bij uitstek krachtig en wegslepend zijn: eene groote aria voor tenor, een duo voor tenor en bas; twee karakteristieke soldaten-koren, en de zegezang der Nederlanders, in welk finale de vrouwen der overwinnaars hare stemmen met die hunner mannen vereenigen. Een landelijk koor van meisjes vormt een pikant contrast in het slaggewoel, hetwelk, benevens eenige andere tafereelen, treffend geschilderd is. De uitvoering van dit werk en van de vorengenoemde Treur-Cantate, welke mede voor een der schoonste werken van Bertelman wordt gehouden, zou eene waardige taak zijn voor de Zangvereeniging der Maatschappij Tot Bevordering der Toonkunst. De partituren en partijen er van zijn gewis nog in de archieven van Felix Meritis te vinden.

Ofschoon Bertelman zich op geene bijzondere begunstiging van beschermers der kunst kon beroemen, en hij te bescheiden was, en te weinig dunk van zich zelven had, om naar eerbetuigingen te streven drongen zijne talenten en verdiensten evenwel door, en verschaften hem onderscheidingen van vele zijden. In 1817 werd hij benoemd tot buitengewoon honorair lid der maatschappij V. W.; in 1820 tot zangonderwyzer in het Blinden-Instituut; in 1827 tot hoofdonderwijzer aan de Koninklijke stedelijke Muzijkschool alhier, welken post hij tot de opheffing dier school in 1835 met eer bekleedde; in 1830 tot lid der Vierde Klasse van het Kon. Instituut van Kunsten en Wetenschappen; in 1832 tot Erelid der Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten; insgelijks in 1832 tot lid van Verdiensten der maatschappij Tot Nut van t Algemeen; in 1838 (?) tot lid van Verdiensten der maatschappij Tot bevordering der toonkunst, in 1840 tot Honorair lid der akademie Santa Cecilia te Rome, en in 1843 (?) tot ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw. VOK. is er een gelithografieerd portret en een buste in pleister van hem vervaardigd en verkrijgbaar gesteld.

Onder zijne vele uitmuntende kweekelingen, zoowel voor de compositie als voor den zang en het pianoforte-spel telt men de heeren J.B. van Bree, A. ten Cate J.Az., G. H. Broekhuijzen Jr. helaas! te vroeg door den dood aan de kunst ontrukt, van Gelder, Feltkamp, R. Hol, W. Smits, J. D. Brachthuijzer, J. W. F. Stumpff enz., Mw Hagenaar, onderscheiden leden der familie Majofski, enz., en een aantal dames onder de voornaamste dilettanten dezer stad. Hoeveel nut hij overigens door zijn onderwijs op burgerscholen en op de gezegde Muziekschool gesticht heeft, is niet na te gaan.

Bertelman's leven was aan eene onafgebroken werkzaamheid gewijd. Reeds van zijne vroege jeugd af moest hij voor zich en een huisgezin zorgen, en daarbij zijne muzikale studiën, zonder regtstreeksche leiding voltooijen; die zorgen voor het onderhoud groeiden aan, toen hij zich in 1820 in den echt begaf; aan uitspanning en vermaak viel schier niet te denken, veel minder aan kunstreizen ; maar al den tijd, die hem van het les geven en het spelen in orkesten overschoot, besteedde hij aan het lezen en bestuderen van muziekale werken, aan het opstellen van theoretische lessen en aan het componeren. Van hem kan merite. te regt zeggen: hij liet geen oogenblik verloren gaan; hij leefde geheel en al voorde kunst en zijn huisgezin. Werkzaam was zijn leven, maar het was ook genoegelijk. De weltevredenheid lag steeds op zijn gelaat verspreid. Wie op eenen vertrouwelijken voet met hem omging, leerde in hem den minnenden zorgzamen echtgenoot en vader, den getrouwen gedienstigen vriend, den braven burger, den naauwgezetten , edelen mensch kennen. Gaarne deelde hij aan zijne vrienden zijne waarnemingen, de resultaten zijner studiën mede, en naar mate het gesprek vorderde, werd hij al warmer, en zijne voordragt, die anders eenigzins belemmerd scheen, verkreeg eene overtuigende welbespraaktheid. ln zijne laatste levensjaren dwongen hem ziekelijkheid en de gebreken des ouderdoms, om zich voor en na van zijne openbare werkzaamheden terug te trekken, en na eene langdurige sukkeling overleed hij met een ouderdom van 72 jaren, aan verval van krachten op den 25sten Jan. 1854, nalatende vijf kinderen.

Eenvoudig en bescheiden zoo als zijn leven geweest is, was ook de ter aardebestelling van zijn stoffelijk overschot, welke op 31 Jan. daaraanvolgende plaats vond in de Nieuwe Kerk op den Dam. Eenige weinige getrouwe vrienden, benevens eenige leden van zijne familie vergezelden hem ter rustplaats , onder het treurgezang des orgels en herdachten zijne deugden en verdiensten op zijn graf met eenige treffende woorden.

Diverse composities van Bertelman[bewerken]

  • De slag bij Nieuwpoort (cantate),
  • Het vijftigjarig bestaan der Maatschappij Felix Meritis
Bronnen, noten en/of referenties