Jerry Lee Lewis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jerry Lee Lewis
Jerry Lee Lewis in 2009
Jerry Lee Lewis in 2009
Algemene informatie
Bijnamen The Killer
Geboren 29 september 1935
Land Verenigde Staten
Werk
Jaren actief 1954 - heden
Genre(s) Rock-'n-roll
Country
Instrument(en) piano
Label(s) Sun Records, Mercury Records, Warner Bros. Records, MCA Records
Officiële website
(en) Allmusic-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Jerry Lee Lewis (Ferriday (Louisiana), 29 september 1935) is een Amerikaanse rock-'n-rollzanger en pianist. Hij is een van de pioniers van de rock-'n-roll, en kreeg daarom in 1986 een plaatsje in de Rock and Roll Hall of Fame. Vanwege zijn pionierschap voor de rockabilly kreeg hij ook daar een eervolle vermelding. Lewis' bijnaam is The Killer.

Biografie[bewerken]

Zijn ouders waren Elmo en Mamie Lewis. Hoewel het gezin arm was, werd er toch een oude piano gekocht. Jerry was zo'n natuurtalent dat hij zichzelf leerde piano spelen. In zijn jeugd begon hij samen met zijn twee neven Mickey Gilley en Jimmy Lee Swaggart piano te spelen. Ze werden beïnvloed door hun oudere neef Carl McVoy, door de radio en door de muziek die in een Afro/Amerikaanse gelegenheid verderop in de straat werd gespeeld. Lewis ontwikkelde zijn eigen stijl door rhythm & blues, boogiewoogie, gospel en country te mengen. Hij werd al snel professioneel pianist.

Zijn stijl is uniek en onnavolgbaar. Toen hij 13 was, trad hij voor de eerste keer op bij een lokale Forddealer. Zijn vader Elmo ging rond met de hoed en haalde maar liefst 13 dollar op, wat in 1948 veel geld voor het arme gezin was, dat intussen van Ferriday naar Black River was verhuisd. Met zijn vijven (pa, ma, Jerry, zus Frankie Jean en zus Linda Gail) woonden ze er in een erbarmelijke "schuur", een huisje dat niet groter was dan één kamer. Jerry Lee had trouwens nog een oudere broer, maar deze was op achtjarige leeftijd voor zijn ogen doodgereden door een dronken bestuurder. Naarmate Jerry Lee ouder werd (14-15 jaar), schuimde hij de Mississippidelta af om er in kroegen en ruige honky-tonky-bars op te treden.

Zijn moeder had echter een ander idee over de toekomst van Jerry Lee en stuurde hem naar een Bijbelschool in Texas. Omdat hij op zijn eerste avond tijdens een eredienst de psalmen in een boogiestijl had begeleid werd hij onmiddellijk van school verwijderd. Daarna begon voor hem een carrière als verkoper van naaimachines. Ook dat draaide op niets uit en omdat de mensen van de muziekstudio's in Nashville niets in hem zagen, vertrok hij als 21-jarige naar Memphis.

Lewis liet de religieuze muziek achter zich en mengde zich in de snel groeiende rock-'n-rollgemeenschap. In 1954 bracht hij zijn eerste plaat uit. Twee jaar later werd hij in de studio van Sun Records in Memphis ontdekt door platenproducer Jack Clement. De baas van Sun Records, Sam Phillips, was op dat moment op vakantie. Lewis werd gevraagd als sessiemuzikant om artiesten als Billie Lee Riley en Carl Perkins te begeleiden. Tijdens de periode als sessiemuzikant maakte hij ook deel uit van de jamsessie bekend als het Million Dollar Quartet, bestaande uit Elvis Presley, Johnny Cash, Carl Perkins en Lewis zelf.

Hij wilde een plaat maken. Samen met gitarist Roland Janes en drummer Van Eaton werd de eerste single opgenomen, Crazy arms. Deze twee vormden jarenlang samen met Jerry Lee een trio. Een bassist was niet nodig, want Jerry Lee zorgde met zijn linkerhand zelf wel voor de baspartij.

In 1957 brak hij door bij het grote publiek met Whole lotta shakin' goin' on. Andere hits van de Killer als High school confidential, Great balls of fire, Breathless en You win again volgden in snel tempo.

Lewis' pianospel werd alom geroemd, het schijnt dat zelfs Elvis Presley ooit heeft gezegd dat wanneer hij zo piano had kunnen spelen, hij direct zou zijn gestopt met zingen. Lewis' pianospel was niet alleen beroemd vanwege de virtuositeit, maar vooral ook vanwege de dynamiek waarmee het werd gebracht. Hij schopte regelmatig zijn pianokruk aan de kant om vervolgens staand en springend verder te spelen. Zijn wilde speelstijl is te zien in de films High school confidential en Jamboree, en leverde hem ook de bijnaam "rock-'n-roll-wildeman" op. Zijn speelstijl en techniek zijn later door veel rockpianisten gekopieerd, onder anderen door Elton John, een groot bewonderaar van Lewis.

Schandaal[bewerken]

Het turbulente privéleven van Lewis werd tot 1958 succesvol uit het licht van de schijnwerpers gehouden. In dat jaar kwam de Britse pers er tijdens een tournee achter dat de derde vrouw van de toen slechts 23-jarige artiest, Myra Gale Brown, pas dertien jaar oud was, en ook nog eens een achter-achternicht van Lewis. De publiciteit veroorzaakte veel tumult, en zijn Britse tournee werd al na drie optredens gestaakt. Het schandaal achtervolgde Lewis toen hij weer naar de Verenigde Staten terugkeerde, met als gevolg dat hij nagenoeg uit de muziekwereld verdween. De enige hit die hij in die periode had was een cover van het nummer What'd I Say van Ray Charles in 1961.

Zijn populariteit in Europa herstelde weer iets, met name in Groot-Brittannië en Duitsland midden jaren zestig. Op 5 april 1964 nam hij in Hamburg een live-album op samen met de Nashville Teens (overigens afkomstig uit Weybridge, Surrey, Engeland). Dit album, Live at the Star Club, wordt algemeen als een van de beste live rock-'n-rollalbums aller tijden beschouwd. Een Britse recensent zou jaren later zelfs zeggen dat de Stooges en de Sex Pistols er maar bleekjes bij afstaken.

Omschakeling naar countrymuziek[bewerken]

Een comeback in de Verenigde Staten lukte niet, althans niet in de rock-'n-roll. Hoewel Lewis met toeren wel weer voldoende geld verdiende, haalde hij geen hitparades met zijn muziek. De producenten probeerden Lewis over te halen om instrumentale platen te gaan maken onder een pseudoniem, op piano en zelfs op klavecimbel. Eind jaren zestig overtuigde Jerry Kennedy van Mercury Records Lewis ervan om over te schakelen naar de countrymuziek. Lewis had countrymuziek altijd al beschouwd als een van de genres waardoor hij zich liet inspireren en besloot de omschakeling te maken. Hij scoorde direct een hit met het nummer Another place, another time. Er volgden meer hits en zelfs hitnoteringen in de Top 100.

Drugsverslavingen en persoonlijke tragedies[bewerken]

Hoewel Lewis altijd al een zware drinker was geweest, zorgde de scheiding van Myra ervoor dat hij meer en meer zijn heil zocht in alcohol en drugs. De tragedie was compleet toen in 1973 Lewis' negentienjarige zoon Jerry Lee Lewis Jr. omkwam bij een verkeersongeluk nadat op Paasdag 1962 Lewis' andere zoon, Steve Allen Lewis, verdronk in hun privé-zwembad. Lewis' eigen grillige gedrag in de jaren zeventig had er al voor gezorgd dat hij opgenomen werd met een maagbloeding veroorzaakt door een maagzweer, wat bijna zijn einde betekende. Toen hij daarna opnieuw verslaafd raakte aan de drugs, liet hij zich opnemen in het Betty Ford Center, waar hij slechts één dag bleef.

Tijdens Lewis' 41ste verjaardag in 1976 vuurde Lewis zijn .357 Magnum af op een blikje frisdrank maar de ricocherende kogel trof zijn bassist Butch Owens vol in de borst. In 1978 had hij een klein hitje met Save the last dance for me, alleen in Nederland en België.

Slechts enkele weken later was Lewis wederom betrokken bij een wapenincident, ditmaal op Graceland, het huis van Elvis Presley. Lewis was door Presley uitgenodigd, maar de beveiliging was niet ingelicht. Toen de beveiliging Lewis tegenhield bij de ingang en hem vroeg naar de reden van zijn komst haalde Lewis weer voor de grap zijn pistool tevoorschijn en grapte dat hij kwam om Presley te vermoorden.

Late carrière[bewerken]

In 1989 werd er een film over het leven van Lewis uitgebracht. Deze film zorgde voor een enorme opleving in de populariteit van de artiest. De film, Great balls of fire, was gebaseerd op het boek van zijn ex-vrouw Myra Gale Lewis. De rol van Lewis werd gespeeld door Dennis Quaid, Winona Ryder speelde de rol van Myra en Alec Baldwin speelde Jimmy Swaggart. Lewis besloot alle nummers voor de soundtrack opnieuw op te nemen, en de soundtrack (en de film) werd een succes.

De publieke ondergang van zijn neef, televisiedominee Swaggart, veroorzaakte echter wederom negatieve publiciteit voor de familie. Toen in 1986 de Rock and Roll Hall of Fame werd opgericht, ging Lewis de Sunstudio weer in, samen met zijn collega's Roy Orbison, Johnny Cash en Carl Perkins. Ze namen het album Class of '55 op. Dit was echter niet de eerste keer dat Lewis met deze groep collega's samenwerkte. Ze hadden al eerder (in 1956) samengespeeld tijdens een plaatopname van Perkins. Presley kwam toen onverwacht langs in de studio en de drie (Lewis, Perkins en Presley) jamden wat. Sam Phillips, de baas van Sun Records, liet de opnamebanden lopen. Phillips belde later Johnny Cash op en nodigde hem uit met de drie anderen samen te spelen. Deze opnamen, voor meer dan de helft bestaand uit gospelnummers, zijn later op CD uitgebracht onder de titel "Million Dollar Quartet". Enkele nummers op dit album zijn Brown eyed handsome man (origineel van Chuck Berry), Don't forbid me van Pat Boone en Don't be cruel van Jackie Wilson.

In de jaren '90 schommelde Lewis erg met zijn gezondheid en gewicht. In de periode 1991-1993 kwam hij vele kilo's aan en zag hij er erg opgeblazen uit. In de periode 1994-1997 vermagerde hij echter weer en kwam terug op zijn oude gewicht. Na deze periode bleef The Killer erg op en neer gaan met zijn gewicht en gezondheid. Ondanks deze gegevens gaf hij heel goede concerten. Vooral het concert in 1991 wat hij gaf in de Matenhal Apeldoorn was van een heel hoog niveau.Hij speelde hier o.a de nummers Old Black Joe, It I'll be me, Lawdy miss clawdy, Just Because, Another Place, Another Time. Ook kwam hij in 1994 naar Arnhem en Amsterdam, in deze concerten zat erg veel energie.

Lewis is nooit gestopt met optreden. In februari 2005 kreeg Lewis een lifetime achievement award. In september 2006 verscheen de CD/DVD Last man standing, opgenomen samen met B.B. King, Eric Clapton, Jimmy Page, Bruce Springsteen, Mick Jagger en Keith Richards. In maart 2007 verscheen deze opnieuw, maar nu met o.a. Buddy Guy, Don Henley, John Fogerty, Norah Jones, Solomon Burke, Tom Jones en Willie Nelson. In maart 2007 trad hij op in de Benelux: in Eindhoven en in Brussel. Op 19 november 2008 gaf hij, samen met Chuck Berry, een optreden in de Heineken Music Hall in Amsterdam en op 26 november in Vorst Nationaal in Brussel. Op 26 juli 2009 trad Lewis weer in Nederland (013 Tilburg) op, net als op 9 november 2010 (Heineken Music Hall) in Amsterdam. Verder verscheen er in 2010 opnieuw een duetalbum genaamd Mean Old Man. De titelsong van de CD is geschreven door Kris Kristofferson. Het is een countryalbum met enkele rock'n & roll nummers ertussen. Enkele nummers zijn "Sunday Morning Coming Down" (eerder opgenomen door Johnny Cash) en "Dead Flowers".

Hitsingles[bewerken]

Jaar Titel Hoogste notering
Billboard Countrylijst R&B-lijst Groot-Brittannië
1957 Whole lotta shakin' goin' on 3 1 1 8
1957 Great balls of fire 2 1 3 1
1957 You win again 95 2 3 -
1958 Breathless 7 4 3 8
1958 High school confidential 21 9 5 12
1958 Break up 52 - - -
1958 I'll make it all up to you - 19 - -
1959 Lovin' up a storm - - - 28
1960 Baby baby bye bye - - - 47
1961 What'd I say 30 27 26 10
1962 Sweet little 16 - - - 38
1963 Good golly miss Molly - - - 31
1964 Hi heel sneakers 91 - - -
1964 I'm on fire 98 - - -
1968 Another place, another time 97 4 - -
1968 What's made Milwaukee famous (Has made a loser out of me) 94 2 - -
1968 She still comes around (To love what's left of me) - 2 - -
1968 To make love sweeter for you - 1 - -
1969 Don't let me cross over - 9 - -
1969 One has my name (The other has my heart) - 3 - -
1969 Invitation to your party - 6 - -
1969 She even woke me up to say goodbye - 2 - -
1969 One minute past eternity - 2 - -
1970 Once more with feeling - 2 - -
1970 I can't seem to say goodbye - 7 - -
1970 There must be more to love than this - 1 - -
1970 Waiting for a train - 11 - -
1971 Touching home 110 3 - -
1971 When he walks on you - 11 - -
1971 Me and Bobby McGee 40 1 - -
1971 Would you take another chance on me - 1 - -
1972 Chantilly lace 43 1 - 33
1972 Think about it darlin' - 1 - -
1972 Lonely weekends - 11 - -
1972 Whose gonna play this ol' piano? - 14 - -
1973 No more hanging on - 19 - -
1973 Drinkin' wine spo-dee-o-dee 41 20 - -
1973 No headstone on my grave 104 60 - -
1973 Sometimes a memory ain't enough - 6 - -
1974 Tell tale signs - 18 - -
1974 He can't fill my shoes - 8 - -
1975 I can still hear the music in the restroom - 13 - -
1976 Let's put it back together again - 6 - -
1977 Middle age crazy - 4 - -
1978 Come on in - 10 - -
1978 I'll find it where I can - 10 - -
1979 Rockin' my life away 101 18 - -
1979 I wish I was eighteen again - 18 - -
1979 Who will the next fool be? - 20 - -
1980 When two worlds collide - 11 - -
1980 Over the rainbow - 10 - -
1981 Thirty nine and holding - 4 - -
1982 I'd do it all again - 52 - -
Album met hitnotering(en)
in de Vlaamse Ultratop 200 albums
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Last man standing 2006 25-11-2006 98 3
Mean old man 2010 18-09-2010 64 5
Single met hitnotering(en)
in de Vlaamse Ultratop 50
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Whole lotta shakin' goin' on 1957 01-10-1957 13 4
Great balls of fire 1958 01-02-1958 16 14
Chantilly lace 1972 24-06-1972 18 8
Save the last dance for me 1979 24-03-1979 30 1

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13
Great balls of fire 835 1210 1607 1527 1196 1346 1488 1513 1600 1449 1858 1751 1962 1810 1822
Whole lotta shakin' going on 1774 - - - 1982 1826 - - - - - - - - -

Dvd's[bewerken]

Dvd's met hitnoteringen in de Nederlandse Music Top 30 Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
Last man standing live 2007 14-04-2007 4 24

Externe links[bewerken]