Johannes Caioni

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johannes Căioni (Ion Căian of Căianu in het Roemeens of Kájoni János in het Hongaars; Căianu Mic, 8 maart 1629 - Lăzarea, 25 april 1687) was een Transsylvaans Franciscaanse monnik en een Rooms-katholieke priester, muzikant, folklorist, humanist, constructeur en reparateur van orgels van Roemeense origine. (volgens zijn eigen testament, "Natus Valachus Sum"-"Ik ben als Vlach geboren").

Biografie[bewerken]

Căioni is geboren in Căianu Mic, dat op dat moment deel uitmaakte van Szolnok-Doboka (nu in het Roemeense Bistrița-Năsăud). Hij werd opgevoed in Cluj-Napoca en Șumuleu Ciuc. Hij kwam uit een adellijke familie, Caioni's tante was de vrouw van de commandant van een garnizoen in Csíkszereda (hedendaags Miercurea Ciuc). Mede door haar connecties, werd hij toegelaten in het Franciscanen klooster van Csíksomlyó.

Căioni studeerde bij de Jezuïeten in Cluj-Napoca, en zette zijn studies verder in Şumuleu Ciuc. In 1647, werd hij een monnik, en zette hij zijn studies verder in Nagyszombat (Trnava), waar hij muziek studeerde. Hij werd lid van de orde in 1655. Vervolgens leefde hij in zowel Csíksomlyó, Gyergyószárhegy (Lăzarea) en Călugăreni (nu een dorp in de Eremitu comună, Mureș). Hij stierf in Lăzarea, en werd, zoals in zijn laatste wens, begraven in een naamloos graf.

Căioni's werk en patrimonium[bewerken]

Als renaissancist en voorloper van de verlichting, is hij het best bekend voor zijn meest belangrijke werken:

  • Codex Căianu,
  • Organo Missale,
  • Cantionale Catolicum,
  • Sacri Concentus,
  • Calendarium,
  • Antiphonarium Romanum en andere

Zijn vernoeming van de traditionele Căluşari dans in zijn muzikale notities maakten hem één van de eersten om erover te schrijven.

In 1675 richtte Caioni een drukpers op in Csíksomlyó, waar hij zowel zijn werken als de tekstboeken voor de lokale Franciscaanse school drukte. Zijn Cantionale Catolicum kende 4 edities-1676, 1719, 1805 en 1806. De drukpers zou gediend hebben om de culturele nood van Rooms-katholieken in het Szeklerland en Moldavië te voldoen. Het werd later gebruikt door de Hongaarse revolutionairen in 1848 om hun krant Hadi Lap te drukken, en ook voor andere publicaties.