Johannes Itten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes Itten

Johannes Itten (Südern-Linden, 11 november 1888Zürich, 27 mei 1967) was een Zwitserse kunstschilder, ontwerper en docent. Hij is vooral bekend geworden vanwege zijn theoretisch werk in verband met het Bauhaus en zijn kleurenleer.

Leven en werk[bewerken]

Itten werd in Südern-Linden geboren, waar hij een opleiding genoot naar de methode van Fröbel. Hij kreeg een opleiding bij de kunstacademie in Genève, maar keerde terug naar Bern omdat hij niet onder de indruk van de Geneefse opleiders was.

Hij kreeg wat lessen van Eugène Gilliard, een abstracte kunstschilder. Tussen 1919 en 1922 gaf Itten les aan het Bauhaus. Hij publiceerde later het boek "Kunst en Kleur" dat zijn ideeën beschrijft over vooral compositie en kleur, gebaseerd op de kleurencirkel van Adolf Hölzel. De kleurencirkel van Itten omvatte twaalf kleuren.

Itten nam ontslag na een ruzie met Walter Gropius over commercieel werken binnen Bauhaus. Itten was van mening dat meditatie belangrijker was dan werken. Zijn werk lijkt op de latere op-art van kunstenaars als Josef Albers, Max Bill en Bridget Riley.

In 1925 stichtte hij in Berlijn de Johannes Ittenschule.

In 1938 moest hij Duitsland verlaten en kwam hij in Amsterdam wonen. Uiteindelijk werd hij directeur van de Kunstwerbeschule in Zürich.

In 1957 organiseerde Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, die met een leerlinge van Itten was getrouwd en bevriend was met Itten, ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Itten een overzichtstentoonstelling.

In 1966 kreeg Itten van de Nederlandse verffabriek Sikkens de Sikkensprijs voor de integratie van kleur en ruimte.

Kleurenleer[bewerken]

De kleurencirkel van Itten

Ittens kleurencirkel is gebaseerd op het subtractief kleursysteem (waarmee wordt bedoeld met verf en licht die op de verf valt). Itten kent als primaire kleuren rood, geel en blauw. De secundaire kleuren zijn oranje, groen en violet. De tertiaire kleuren ontstaan uit de menging van een primaire en een secundaire kleur. In latere jaren werd echter duidelijk dat de primaire kleuren van Itten niet de werkelijke primaire kleuren zijn, maar deze slechts benaderen. Rood is bijvoorbeeld geen echte primaire kleur, wel het roze, paarsachtige chinacridon. Deze fout heeft tot gevolg dat met de primaire kleuren van Itten geen goed paars gemengd kan worden. Niettemin zijn de subjectieve kleurervaringen die Itten in zijn boek presenteert (bijvoorbeeld de zeven kleurcontrasten) nog steeds erkend als een zinvolle beschrijving voor studenten.

De zeven kleurcontrasten van Itten zijn:

  • het kleur-tegen-kleur contrast: alle zuivere verzadigde kleuren, rood-geel-blauw is het sterkst.
  • het licht-donker contrast: zwart-wit is het sterkst.
  • het warm-koud contrast: rood-oranje(cadmium licht) tegen Blauw-groen(mangaan-oxide)is het sterkst.
  • het complementair contrast: rood-Groen of Geel-Paars of Oranje-Blauw, complementaire paren versterken de kleur het meest.
  • het simultaan contrast: het verschijnsel dat een willekeurige kleur de complementair-kleur virtueel oproept, zo neemt grijs binnen oranje schijnbaar een blauwe tint aan.
  • het kwaliteitscontrast: verzadigd tegen onverzadigd, door menging met wit, zwart of grijs, waarbij grijs makkelijk het simultaan contrast opwekt.
  • het kwantiteitscontrast: veel van een of twee kleuren tegenover weinig van een andere kleur.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]