Klauwaapjes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klauwaapjes
Gewoon penseelaapje
Gewoon penseelaapje
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Familie: Cebidae (Kapucijnapen, doodshoofdaapjes en klauwaapjes)
Onderfamilie
Callitrichinae
Gray, 1821
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De klauwaapjes (Callitrichinae) zijn een onderfamilie van de familie kapucijnapen, doodshoofdaapjes en klauwaapjes (Cebidae). Ze behoren tot de kleinste aapjes ter wereld. Voorheen werd de onderfamilie als een aparte familie beschouwd, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat de kapucijnapen en doodshoofdaapjes (onderfamilie Cebinae) nauwer verwant zijn aan de klauwaapjes dan aan de grijpstaartapen (Atelidae), en bij elkaar in één familie zouden moeten worden geplaatst.

Tot deze familie behoren verscheidene kleine Latijns-Amerikaanse apensoorten, waaronder de oeistiti's, ook wel penseelaapjes of zijdeaapjes genoemd, de tamarins, de leeuwaapjes en de springtamarin.

De soorten hebben verscheidene eigenschappen gemeen die overige Zuid-Amerikaanse apen missen. Zo krijgen klauwaapjes geregeld tweelingen. De springtamarin is een uitzondering, hij krijgt over het algemeen eenlingen. De klauwaapjes hebben, zoals de naam al zegt, geen vingers met nagels, maar kleine klauwtjes.

De soorten verschillen in grootte van het dwergzijdeaapje, die 17,5 tot 19 centimeter lang wordt en 120 tot 190 gram zwaar, tot de leeuwaapjes, die 34 tot 40 centimeter lang worden en 630 tot 710 gram zwaar.

Ze leven voornamelijk in het tropisch regenwoud van noordelijk Zuid-Amerika, maar ze komen ook voor in drogere bossen, galerijbossen en beboste savannes, tot in de cerrado en de caatinga. De meeste soorten leven in het Amazoneregenwoud, enkele soorten leven in het bedreigde Atlantische regenwoud, de regenwouden van noordelijk Colombia en in Panama en Costa Rica.

Gedrag[bewerken]

Klauwaapjes zijn dagdieren. Ze leven in de bomen en in de ondergroei. 's Nachts slapen ze in boomholten of op gevorkte takken. Met snelle en vaardige bewegingen en sprongen bewegen ze zich op een eekhoornachtige manier snel tussen de takken.

Ze vormen kleine groepjes van vijf à zes, soms tot wel twintig dieren. Meestal bestaan deze groepjes uit een ouderlijk paar en hun jongen, aangevuld met enkele onverwante dieren. Alleen het dominante vrouwtje mag paren, en meestal paart ze met meerdere mannetjes. De jongen zijn bij de geboorte vrij groot, ongeveer een kwart van het volwassen lichaamsgewicht.

De vader en andere groepsleden helpen mee met de zorg voor de jongen, en de jongen worden door alle groepsleden op de rug gedragen. De dieren vlooien elkaar en spelen. Met geluiden houden ze contact met andere leden van de groep.

Ze zijn territoriaal en markeren hun territorium met geuren uit de klieren op de borst en de genitaliën. Mocht een dier de territoriumgrenzen overschrijden, wordt het gewaarschuwd door de bezitters van het territorium met kreetjes en gebaren.

Ze eten voornamelijk kleine zoete vruchten, bloemen, nectar, plantensappen als gom en het sap van de Braziliaanse rubberboom, en knoppen, en dierlijk voedsel als insecten, (voornamelijk sprinkhanen, kevers en wandelende takken) spinnen, slakken, kikkers en hagedissen. Klauwaapjes zijn een belangrijke verspreider van zaden.

Boskap is de grootste bedreiging voor de klauwaapjes. Vooral de soorten uit het Atlantisch regenwoud, waaronder de leeuwaapjes, en soorten met een beperkt leefgebied worden bedreigd.

Taxonomie[bewerken]