Braziliaanse rubberboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Braziliaanse rubberboom
Bladeren, bloemen en vruchten
Bladeren, bloemen en vruchten
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Malpighiales
Familie: Euphorbiaceae
Geslacht: Hevea
Soort
Hevea brasiliensis
(Willd. ex A.Juss.) Müll.Arg. (1865)
Zaden
Zaden
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Braziliaanse rubberboom (Hevea brasiliensis) is een tot 30 meter hoge, rijkvertakte, in droge tijden bladverliezende boom met meestal een slanke kruin. De bladeren zijn afwisselend geplaatst, langesteeld en drietallig gelobd. De circa 15 cm lange deelblaadjes zijn van boven grasgroen en van onderen blauwgroen door een waslaagje.

De circa 5 mm grote, groenachtige bloemen staan in eindelingse pluimen. De vruchten zijn driehokkige, tot 5 cm grote doosvruchten met één tot 3,5 cm groot zaad per hok. De vruchten springen met een knal open, waarbij de zaden tot wel 15 meter kunnen worden weggeslingerd.

Bast[bewerken]

De bast is glad, lichtgrijs en bloedt bij verwonding met wit melksap, de latex. De dikte van de bast varieert van 6,5 tot 15 mm (gemiddeld 10 tot 11 mm) en is afhankelijk van de kloon of de zaailing, de leeftijd van de boom en of de bast al of niet vernieuwd is. De buitenkant van de bast bestaat uit kurklagen en een groenachtig kurkmeristeem. Hieronder ligt de oranje-bruine harde bast met een groot aantal steencellen, waarvan het aantal toeneemt van binnen naar buiten. Verder liggen hierin parenchymcellen, verspreid liggende zeefvaten en enkele latexvaten. Onder de harde bast ligt de zachte bast die voornamelijk bestaat uit verticale rijen zeefvaten met enkele dwarse rijen en latexvaten. Dichtbij het cambium liggen de meeste latexvaten.

Latexvaten zijn gespecialiseerde zeefcellen, waarvan de tussenschotten zijn verdwenen. De latexvaten vormen concentrische cilinders, die tegen de klok in 3 tot 5° gedraaid zijn. Ook zijn er klonen, waarbij ze met de klok meedraaien. Het latex-houdende melksap wordt door half spiraalsgewijs (onder een hoek van 25 tot 30°) van links naar rechts aansnijden van de bast gewonnen, waarbij tot op zo dicht mogelijk van het cambium zonder deze te beschadigen wordt gesneden. Bij elke tapronde, die om de dag of twee dagen kan zijn, wordt de samengeklonterde latex van de vorige insnijding weggehaald en wordt een nieuwe insnijding boven of onder de oude insnijding gemaakt.

Na het tappen duurt het 7 tot 8 jaar voordat de bast volledig hersteld is en opnieuw getapt kan worden.

Verspreiding[bewerken]

De Braziliaanse rubberboom komt oorspronkelijk uit het Amazonebekken en is tegenwoordig verspreid over de hele tropen, waar hij in plantages wordt aangeplant. De plantages liggen tussen de breedtegraden 15°NB en 10°ZB. In de 18e eeuw kwam de meeste latex uit de Amazonebekken. De uitvinding van het vulkaniseren in 1839 leidde tot een sterke vraag naar latex, waardoor de steden van Manaus en Belém rijk werden. Getracht werd de teelt ook naar andere delen van de wereld uit te breiden.

De zaden blijven maar kort kiemkrachtig, waardoor de verspreiding vanuit Brazilië in het begin moeizaam ging. H.A. Wickham verzamelde in 1876 ongeveer 70.000 zaden in het gebied tussen de Tapajoz en de Madeira rivier. Van deze inzameling zijn alle rubberbomen in Azië afkomstig. De zaden werden op 14 juni 1876 uitgezaaid in de Kew Gardens, waaruit 2800 zaailingen voortkwamen. De meeste zaailingen werden in 1876 naar Ceylon gestuurd en voor het grootste gedeelte uitgeplant in Henaratgoda. Hiervan werden in 1888 20.000 zaden geoogst. Enkele planten werden in 1876 doorgestuurd naar Buitenzorg op Java. In 1877 werd vanuit de Kew Gardens planten naar de Botanische Tuinen in Singapore en naar Kuala Kangsar in Perak op Maleisië gestuurd. In 1881 werd van de bomen in Singapore voor het eerst zaden geoogst en in 1884 van die in Kuala Kangsar. H.N. Ridley (1855-1956) ontwikkelde vanaf 1888 in Singapore een betere methode van latexwinning, betere teeltmethoden en was een belangrijke motor voor de verdere verspreiding van de rubberboom. De eerste plantage in Maleisië werd in 1898 onder begeleiding van Ridley aangelegd. Pas na de prijsval van de koffie en aantasting door ziekten van de koffieplant nam vanaf 1910 de rubberteelt in Maleisië sterk toe en werd dit land de grootste rubberproducent. De meeste rubberplantages liggen vandaag de dag in Zuidoost-Azië, maar er liggen er ook in Afrika.

Gebruik[bewerken]

De Braziliaanse rubberboom levert ongeveer 95% van alle natuurlijke rubber. Rubberplantages bestaan al zo lang dat tegenwoordig het hout van de uitgewerkte bomen van belang is voor klein meubelwerk en keukengerei.