Koe (rund)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een koe in een weiland

Een koe is een vrouwelijk rund en als moederdier een belangrijke producent van melk. Een melkkoe geeft in een lactatieperiode tussen de 5 en 35 liter melk per dag: gemiddeld 20 liter melk per dag. Een koe wordt gemiddeld 315 dagen per jaar gemolken. Dit komt neer op een gemiddelde productie van 7875 liter melk per koe per jaar. Sommige koeien produceren tijdens hun leven wel 100.000 liter melk. De statistiek, regelgeving en voorlichting in deze sector wordt bijgehouden door het Productschap Zuivel.

Koeien zijn derhalve belangrijk voor onze voedselvoorziening. Anno 2010 wordt door de melkveesector in samenwerking met de fokkerijorganisaties getracht duurzamer met de koeien om te gaan, zodat die een hogere productieve leeftijd bereiken.[1] Er is een groot aantal rundveerassen.

Een koe kan een leeftijd van 20 jaar bereiken. Tegenwoordig wordt de gemiddelde melkkoe echter maar vijf à zes jaar oud. Wanneer een koe minder melk geeft of de niet optimaal vruchtbaar is, wordt ze afgevoerd naar het slachthuis. Ze wordt dan vervangen door een vaars, een jonge koe, met vaak een beter genetisch potentieel.

Spijsvertering[bewerken]

Een koe behoort tot de herbivoren. Zij trekt het gras met de tong van de grond en maalt het tussen de onderste tanden en de kaken. De koe is een herkauwer en slikt het gras bijna zonder kauwen in. Een koe heeft vier magen. Als de eerste maag, de pens vol is, komt het gras terug in de mond en kauwt de koe het fijn. Hierna wordt het weer ingeslikt. In de pens wordt het voedsel door micro-organismen gefermenteerd. De tweede maag, de netmaag, zorgt ervoor dat het gefermenteerde voedsel doorstroomt naar de boekmaag. In deze derde maag wordt het vocht uit het verteerde voedsel gehaald. Als laatste volgt de vierde maag, de lebmaag. Deze maag lijkt het meest op de maag zoals bij niet herkauwende zoogdieren. Hier wordt het voedsel verteerd en naar de dunne darm doorgegeven. In de darm gaat de vertering verder en worden de vrijgekomen voedingsstoffen via de darmwand in het bloed opgenomen. Via het bloed worden de voedingsstoffen getransporteerd naar de plaats waar ze nodig zijn. Onverteerde voedselresten worden via de anus als ontlasting uit het lichaam verwijderd. De ontlasting van een koe wordt als mest gebruikt.

Van kalf tot koe[bewerken]

Het jong van een koe wordt een kalf genoemd. Een koe heeft een gemiddelde draagtijd van 281 dagen. Een eenjarig dier wordt een pink genoemd. Ze wordt op een leeftijd van ongeveer vijftien maanden gedekt of geïnsemineerd. Als een pink uiervorming krijgt heet ze een klamvaars. Na het afkalven, het baren van een kalf, heeft ze een leeftijd van ongeveer 24 maanden en wordt dan een melkvaars genoemd. Na ongeveer drie weken kan de vaars opnieuw worden bevrucht. Een vaars, klaar om te worden bevrucht, heet tochtig. Deze tochtigheid herhaalt zich elke drie weken totdat de vaars drachtig is. Als een koe voor de tweede keer heeft gekalfd heet ze een schotter, na de derde keer een 3e kalfs koe, na de vierde een 4e kalfs koe, etc.

Melkproductie[bewerken]

Goede Nederlandse melkkoeien gaven rond 1900 per jaar zo'n 2500 Liter melk.[2] In 1950 gaf een gemiddelde koe 3980 l/jaar. In 2006 is dat toegenomen tot 7800 l, terwijl sommige koeien nu zelfs 12.000 l/jaar geven. Deze verhoging van de melkproductie is tot stand gekomen door selectief fokken en door het bijvoeren met krachtvoer.

De melk wordt gevormd in de melkblaasjes van de uier. Melkvormende cellen halen de nodige bestanddelen uit het bloed. Er moet circa 300 tot 400 l bloed door de uier stromen om 1 l melk te maken. Druppels melk verlaten de melkklieren pas wanneer de druk in de melkboezem te groot wordt. Wanneer op de juiste manier op de tepels, op de uier, van een koe wordt geduwd, komt er melk uit. Vanouds ging dat met de hand, maar op moderne boerderijen met veel koeien is dat niet meer haalbaar. Daar wordt dan ook machinaal gemolken met een melkmachine. Een soort klauw met vier tepelhouders, rubberen zuignappen, wordt aan de tepels van de koe gehangen. Dit wordt mogelijk gemaakt met behulp van een vacuümpomp. Door een zogenaamde pulsator wordt de onderdruk ritmisch gevarieerd om het zuigen van een kalf na te bootsen.

In principe moet een koe twee keer per dag worden gemolken, in ieder geval de eerste tien maanden nadat een kalfje is geboren. Vandaar dat het door de veehouder vanuit financieel oogpunt gewenst is dat een koe ieder jaar een kalf krijgt. Een pasgeboren kalf wordt meestal meteen bij de moeder weggehaald om besmettingen met ziektes te voorkomen. De eerste drie dagen krijgt het, om het afweersysteem op te bouwen, de moedermelk, de biest, met een nepspeen te drinken. De biest is de eerste melk die een koe maakt, wanneer ze is bevallen. Bij zoogkoeien gaat het niet om de melk maar om het vlees. Melkkoeien geven meer melk dan een kalf kan drinken, van de overige melk worden zuivelproducten gemaakt.

Een gedeelte van de vrouwelijke kalveren blijft op het bedrijf en wordt opgefokt tot melkkoe. De jonge stieren gaan als vleeskalf naar een kalveropfokbedrijf en blijven daar, om te worden afgemest, tot ze twee jaar zijn.

Mijlpalen[bewerken]

Een melkkoe kan verschillende belangrijke mijlpalen halen in haar leven, hoeveel melk ze heeft geproduceerd en hoe ze is gekeurd.

Melkproductie[bewerken]

Op het gebied van melkproductie zijn er twee mijlpalen:

  • 100.000 l melk
Dit is normaal gesproken de eerste mijlpaal die een koe gehaald, vaak wanneer ze tussen de 12 en 16 jaar is. Doordat koeien meer melk zijn gaan geven wordt deze mijlpaal tegenwoordig steeds meer gehaald. Eerder werd er een feest gegeven, tegenwoordig krijgt men alleen nog maar een certificaat van het stamboek.
  • 10.000 kg vet en eiwit
Deze mijlpaal is veel moeilijker te halen. Wanneer een koe in haar hele leven meer dan 10.000 kg vet en eiwit heeft gegeven, wordt ze gehuldigd, vaak samengaand met een feestje. Deze koeien hebben dan ongeveer tussen de 125.000 en 150.000 l melk gegeven.

Show[bewerken]

Bij een show worden de koeien per groep ingedeeld. Bij roodbont zijn dat roodbont vaarzen, roodbont midden en roodbont oud. Per groep worden kleinere groepen ingedeeld die gelijktijdig de showring in gaan. De winnares van een groepje krijgt de status 1A of 1B en mag verder naar de finale. Hieruit wordt een kampioen en een reservekampioen gekozen. Alle kampioenen en reservekampioenen gaan strijden voor de titel algemeen kampioen. Hoe groter de show, hoe belangrijker de prijs.

Er zijn diverse grote shows in Nederland: HHH show, Nederlandse Rundvee Manifestatie NRM, die is tweejaarlijks, en de CRV KoeExpo. Op Europees niveau is er nog een EK.

Exterieur[bewerken]

Een koe kan op lichaamsbouw worden beoordeeld, dit noemt men keuring op exterieur. Een keurmeester waardeert de koe door haar punten te geven voor verschillende onderdelen. Een vaars kan in totaal tussen de 71 en 89 punten behalen. Een score VG89 houdt in dat de vaars bijna perfect is. Op oudere leeftijd kan zij opnieuw worden gekeurd en de status excellent krijgen als het aantal punten tussen EX90 en EX99 ligt. Hoger dan EX95 is in Nederland nog nooit gegeven. De gemiddelde beoordeling bedraagt in Nederland 82.3 punten.

Afbeeldingen[bewerken]

Video[bewerken]

De koeien van boer Kruiswijk mogen naar de wei na de winter op stal te hebben gestaan, 1959
De melkkoe Christina wordt op de boerderij van dhr. Dijkstra te Oldehove onder grote belangstelling gehuldigd voor haar record van 100.000 liter melk, 1964.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. F-focus. Oudere koeien voor een duurzame houderij (pdf) (augustus 2008)
  2. Het virtuele land. De melkkampioenen