Koningseider

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koningseider
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Mannetje in broedkleed
Mannetje in broedkleed
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Anseriformes (Eendvogels)
Familie: Anatidae (Eenden, ganzen en zwanen)
Onderfamilie: Merginae
Geslacht: Somateria (Eidereenden)
Soort
Somateria spectabilis
(Linnaeus, 1758)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De koningseider (Somateria spectabilis) is een eendensoort uit het geslacht der eidereenden (Somateria), die circumpolair voorkomt in de arctische kusten van Noord-Europa, -Azië en Noord-Amerika.

Het mannetje draagt in het broedseizoen een opvallend gekleurd verenkleed: een rode snavel met witte nagel, een vergroot, zwart omrand oranje voorhoofd, lichtblauwig grijze kop, bleekgroene wangen, rozewitte borst, gele poten met donkere vliezen en zwarte nagels en zwarte vleugels, rug en buik. Het vrouwtje lijkt op een vrouwtjeseidereend (Somateria mollissima), maar is kleiner, heeft een lichtere verenkleed, een kortere snavel en een dunne witte streep aan de onderzijde van de vleugels. Het eclipskleed van het mannetje, van de herfst tot het voorjaar, is donkerder dan dat van het vrouwtje. Het mannetje heeft dan een zwarte kop, witte rug en een onregelmatig zwart-wit verenkleed. De snavel van het mannetje is dan oranjegeel, die van het vrouwtje groenig grijs. Een volwassen vogel wordt zo'n 55 tot 63 cm lang en heeft een spanwijdte van 86 tot 102 cm.

Het geluid van de koningseiderwoerd doet denken aan dat van de verwante eidereend: "oeroeùh". Vrouwtjes maken een murmelend grommend geluid tijdens de trek.

De koningseider leeft langs de kust van het uiterste noorden van Azië, Europa en Noord-Amerika. Het is, samen met de ijseend, de noordelijkst broedende eendensoort. Hij broedt voornamelijk binnen de poolcirkel, van Noord-Canada en Alaska, via Oost-Groenland, Spitsbergen en Nova Zembla tot Noord-Siberië, en overwintert voor de kust van Alaska, rond de Aleoeten, Newfoundland, Zuid-Groenland, op IJsland en langs de kust van Noord-Scandinavië. Buiten het broedseizoen leeft de soort meer op open zee, waarbij hij soms rust op het drijfijs, in het broedseizoen nabij zoetwatermeren en -plassen op de toendra. De soort trekt hierbij zelden ver het binnenland in. In Nederland komt de soort enkel als een zeldzame dwaalgast voor. De soort is zeer algemeen: aantallen worden geschat op minstens 4,5 miljoen dieren.

Voedsel[bewerken]

De koningseider voedt zich voornamelijk met schaal- en schelpdieren, aangevuld met andere weekdieren, larven van waterinsecten, kevers, zee-egels en kleine vissen. Ook eten ze af en toe plantaardig materiaal, als algen, zeegras en zaadjes van kust- en toendraplanten. Het is een goede zwemmer. Om hun voedsel te vangen duikt hij tot een diepte van 55 meter. Het is tevens een snelle en behendige vlieger.

Broedgegevens[bewerken]

Buiten het broedseizoen leven de dieren in zeer grote groepen van meer dan honderdduizend dieren. Tijdens het broedseizoen vormen de dieren paartjes. In juni legt het vrouwtje een nest aan, bestaande uit een kuil met daarin een bedje van planten en twijgjes. Hierin worden drie tot zeven eieren gelegd, die worden bedekt met een laag donsveertjes uit de borst van de moeder. Het nest bevindt zich over het algemeen op een droge, sneeuwvrije plek die niet al te ver van het water is verwijderd. Een nest wordt soms meerdere jaren achter elkaar gebruikt. De eieren zijn olijfkleurig en 64 bij 43 mm groot. Het vrouwtje broedt de eieren uit.

Vrouwtje
Bronnen, noten en/of referenties