Moord op Olof Palme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moord op Olof Palme
Sveavägen; de plaats waar Palme werd doodgeschoten. De winkel Kreatima heette destijds Dekorima.
Sveavägen; de plaats waar Palme werd doodgeschoten. De winkel Kreatima heette destijds Dekorima.
Plaats Sveavägen, Stockholm, Zweden.
Coördinaten 59° 20′ NB, 18° 03′ OL
Datum 28 februari 1986
Wapen(s) Vuurwapen
Dader(s) onbekend
Slachtoffer(s) Olof Palme
Moord op Olof Palme
Moord op Olof Palme
Het graf van Palme

De moord op Olof Palme vond plaats op vrijdagavond 28 februari 1986. Olof Palme, toenmalig premier van Zweden, was die avond uit gegaan zonder lijfwachten, zoals hij vaker deed. De moord werd gepleegd toen hij met zijn vrouw Lisbeth naar de bioscoop was geweest en naar huis wandelde. Om 23.21 uur, op de hoek van de straten Sveavägen en Tunnelgatan, in het centrum van Stockholm, werd Palme één maal in de rug geschoten. Ook werd op zijn vrouw geschoten, maar de kogel schampte af langs haar rug.

Volgens de politie belde een automobilist die over een autotelefoon beschikte, het alarmnummer. Ook een taxichauffeur alarmeerde via zijn centrale de politie. Palme was op slag dood. De dader ontsnapte via de Tunnelgatan. Hoewel meer dan 130 mensen bekend hebben is de moord tot op heden onopgehelderd. Het moordwapen, volgens de politie een groot kaliber revolver van het type Magnum, is nooit gevonden.

Ingvar Carlsson nam onmiddellijk de taken als premier van Zweden over en werd de nieuwe leider van de Sociaaldemocratische Partij.

Omstandigheden[bewerken]

De beheerste manier waarop Palme werd gedood, het gebruikte wapen en de rustige manier waarop de dader wegliep, duiden volgens onderzoekers niet op een impulsieve daad maar op een geplande moord. De omstandigheden waren echter dermate ongewoon dat er ook veel tegen een geplande moord spreekt.

Het bioscoopbezoek van Palme was niet ruim van tevoren gepland en behalve zijn vrouw, één van zijn zonen en diens vriendin (die alle drie ook in de bioscoop waren) was niemand ervan op de hoogte. Het echtpaar ging met de metro naar de bioscoop maar besloot na afloop van de film, te voet huiswaarts te gaan. In plaats van de meest logische route koos men voor een kleine omweg via Sveavägen, een drukke straat met in de omgeving diverse uitgaansgelegenheden.

Aangenomen wordt dat de dader Palme op de hoek van Tunnelgatan stond op te wachten, voor de etalage van de verfwinkel Dekorima. Getuigen beweren dat de Palmes werden aangesproken bij een reclamezuil op een vijftiental meter van de plaats van de moord en daarna de pleger met de Palmes meeliep, waarna hij op de straathoek gekomen de schoten loste. Tunnelgatan, die voor auto's aan deze kant doodloopt en zich daarna voortzet met trappen die een heuvel op gaan, bood voor de dader een ideale mogelijkheid om te voet te ontkomen.

Lisbeth Palme zei in haar oorspronkelijke getuigenverklaring dat ze de dader niet had gezien. Volgens deze verklaring had ze alleen het schot gehoord en toen gezien hoe haar man in elkaar zakte. Later herzag ze haar verklaringen en beweerde ze de dader wel te hebben gezien. Onderzoekers houden er evenwel rekening mee dat de persoon die ze zag een getuige was en niet de dader.

Theorieën[bewerken]

Palmes moord blijft onopgelost, maar er doen vele hypotheses en complottheorieën de ronde.

Rechts-extremisten[bewerken]

Een Zweedse rechts-extremist, Victor Gunnarsson, werd vrij snel gearresteerd op verdenking van de moord. Maar zo snel als hij was opgepakt, was hij ook weer op vrije voeten. Ook wordt John Stannerman verdacht, de vroegere filmoperateur van de bioscoop die Palme voor de moord bezocht, maar hij valt af omdat hij op de moordavond in de gevangenis zit. Stannerman, die dan John Ausonius heet, wordt enkele jaren later geïdentificeerd als de Laserman, een schutter die migranten als slachtoffers uitkoos, van wie er één werd gedood en tien gewond raakten.

Koerden[bewerken]

Een andere verdachte was de Koerdische verzetsorganisatie PKK. In de periode voorafgaande aan de moord had de PKK meerdere gewelddaden in Zweden gepleegd. Ook waren enkele leden van de organisatie vastgezet en wachtten ze op uitlevering.

Het onderzoeksteam richtte aanvankelijk alle aandacht op deze hypothese. Ze werden hierbij gesteund door tips die bij de Zweedse veiligheidsdienst Säpo waren binnengekomen. Meerdere Koerden werden aangehouden maar telkens vrijgelaten.

Op de 20e sterfdag van Palme verscheen in Nederland het boek 'Oh, was hij het...? de voorspelde moord op Olof Palme en de Dutch connection'. Het boek schetst de vermeende rol van de PKK bij de moord op Palme. Bewijzen voor enig verband tussen de PKK en de moord zijn echter nooit gevonden.

De theorie van betrokkenheid van de Koerden is volgens vooraanstaande Zweedse journalisten als Gunnar Wall, Sven Anér en Lars Borgnäs een dwaalspoor dat mogelijk bewust is gelegd.

De onderzoeksleider in die periode was Hans Holmér die nooit eerder een moordonderzoek had geleid. Holmérs rol was omstreden. Hij arresteerde Koerden zonder toestemming van de rechter. Ook zou hij volgens meerdere bronnen hebben gelogen over waar hij zichzelf bevond op het moment van de moord. Daarnaast had hij goede banden met politiemensen die nadien in de media als mogelijke betrokkenen bij de moord werden genoemd.

Holmér moest het onderzoek in 1987 afgeven.

Christer Pettersson[bewerken]

In 1988 leek de moord opgelost. Christer Pettersson, een alcoholist en druggebruiker die eerder voor doodslag was veroordeeld, werd toen gearresteerd. Lisbeth Palme had hem op een videoband aangewezen als de schutter. In eerste instantie werd hij tot levenslang veroordeeld, maar in hoger beroep werd hij vrijgesproken. Dit gebeurde omdat er behalve de herkenning door Lisbeth Palme geen bewijzen waren. De andere getuigen van de moord gaven bovendien beschrijvingen die niet met het signalement van Pettersson overeenstemden.

Ook na zijn vrijspraak bleef Pettersson in de ogen van de politie de dader. Tot eind jaren negentig richtte het onderzoek zich grotendeels op het verzamelen van gegevens om Pettersson opnieuw veroordeeld te krijgen. Getuigenverklaringen die hem koppelden aan de omgeving van de plaats van de moord werden door de rechtbank echter onvoldoende betrouwbaar geacht om een nieuw proces te openen.

Christer Pettersson zelf overleed op 29 september 2004.

G.H.[bewerken]

Omdat de politie het moordwapen niet kon vinden, werd iedereen die een vergunning had voor een gelijkaardig wapen gevraagd dit in te leveren. G.H. woonde niet ver van de plaats van de moord en had een dergelijk wapen, maar bleek het niet meer in zijn bezit te hebben toen de politie hem benaderde. Hij beweerde het te hebben verkocht.

G.H. werd in een boek van de Deense journalist Paul Smith omschreven als een eenzaat, beursspeculant, wapenfreak en fervent Palmehater. Hij zou zijn televisie met zijn revolver kapot hebben geschoten toen Palme in beeld kwam. De dag voor de moord kondigde de regering Palme nieuwe maatregelen aan die ongunstig waren voor aandelenbezitters.

Onderzoekers zouden in G.H. een mogelijke dader zien. De man heeft zichzelf later van het leven beroofd.

Zuid-Afrika[bewerken]

Een week voor de moord was Palme voorzitter van de Swedish People's Parliament Against Apartheid in Stockholm. Honderden sympathisanten van de antiapartheidsbeweging en ook vele andere leiders waren aanwezig. De Cubaanse kunstenaar Rafael Enriquez maakte een poster van Palme waarop een uitspraak te lezen stond:

"Apartheid cannot be reformed, it has to be eliminated."

Tien jaar later, eind september 1996, vertelde Eugene de Kock, een voormalig politieofficier uit Zuid-Afrika, dat Palme in 1986 vermoord was omdat hij "sterk verzet bood tegen de apartheid". De Kock zei dat hij zeker wist dat de dader Craig Williamson was, een voormalig agent en spion uit Zuid-Afrika. Ook namen van de agenten Anthony White en de Zweedse Bertil Wedin vielen bij de link naar het apartheidsregime.

P2 en de Iran-Contra-affaire[bewerken]

Niet veel later kwam de Amerikaanse politicus Lyndon LaRouche te sprake. Deze zei dat de moord op Olof Palme iets te maken had met de geheime stroom van wapens die de Verenigde Staten aan zowel Irak als Iran en ook aan de opstandige Contra's in Nicaragua leverden. Ook het Italiaanse tijdschrift Panorama publiceerde een verontrustend interview met twee voormalige CIA-agenten Richard Brown en Ibrahim Razin.

Volgens de laatste moest men de dader zoeken bij P2, een Italiaanse vrijmetselaarsloge, die er baat bij gehad zou hebben dat het illegale wapenvervoer tussen de VS en de twee buurlanden Irak en Iran door bleef gaan. Niet alleen werd hun genootschap hiermee gefinancierd, maar het telde onder zijn leden veel belangrijke mensen die volgens Razin allemaal iets met de Iran-Contra-affaire te maken hadden. Licio Gelli, een lid van P2, zond nog een telegram naar Philip Guarino, uit de republikeinse kringen van George H.W. Bush, waarin hij schreef: "Vertel onze vriend dat de Zweedse palmboom omgehakt zal worden.". Volgens Razin zou deze tekst bij de National Security Archives zijn opgeslagen.

Verder vertelt Ibrahim Razin dat op 28 februari 1986 de DINA-agent Michael Townley in Stockholm verbleef.

Bofors[bewerken]

In zijn boek Blood on Snow; the killing of Olaf Palme in 2005, beweert historicus Jan Bondeson dat de moord op de minister-president iets te maken heeft met Bofors, een Zweedse wapenfabrikant. Bofors zou namelijk wapens produceren voor het leger van Rajiv Gandhi, die bevriend was met Olof Palme. Maar achter de rug van Palme om, kocht Bofors twee vooraanstaande leden van de Indiase regering om, om de wapenlobby te stoppen.

Volgens deze theorie werd de moord gepleegd omdat de kans bestond dat Olof Palme via de Iraakse ambassadeur Mohammed Saïd al-Sahaf, die hem op de ochtend van 28 februari 1986 zou ontmoeten, achter de onfrisse praktijken van Bofors zou komen. De moord zou volgens Bondeson gepleegd zijn door agenten van AE/Services in opdracht van de Bofors-industriëlen. Bofors is na onderzoek van de MI6 opgeheven en de omgekochte regeringsleden werden voor de rechter gesleept.

Rote Armee Fraktion[bewerken]

De RAF uit West-Duitsland heeft de moord opgeëist via een anoniem telefoontje naar een Londense krantenredactie. Zij zouden Palme vermoord hebben omdat hij meedeed bij de bijeenkomst in 1975 met de West-Duitse ambassade om de linkse terreur de kop in te drukken. De moord zou zijn uitgevoerd door hun commandobrigade Holger Meins.

Roberto Thieme[bewerken]

De Zweedse verslaggever Anders Leopold beweerde in zijn boek Det Svenska Trädet Skall Fällas dat de Chileense fascist Roberto Thieme de moordenaar van premier Olof Palme zou zijn. Thieme was het hoofd van een paramilitaire vleugel van de Patria y Libertad, een extreem-rechtse politieke organisatie, die gefinancierd werd door de Verenigde Staten. Volgens Leopold werd Olof Palme vermoord omdat hij te veel politiek asiel gaf aan linkse Chilenen die na de omverwerping van Salvador Allende in 1973 naar Europa vluchtten.

Politie en leger[bewerken]

Meerdere bronnen, onder wie veel journalisten, hebben beweerd dat de dader banden had met de Zweedse politie of het Zweedse leger. Olof Palme was vanwege zijn kritische houding tegenover de Verenigde Staten en linkse politiek niet populair bij grote delen van de politie en het leger. Hem werd bovendien laksheid verweten in zijn reactie op de meldingen dat Russische onderzeeërs zich in Zweedse wateren ophielden. Critici zagen in Palme een vriend van de Sovjet-Unie en tegenstanders van de premier waren bezorgd over het bezoek dat hij in het voorjaar van 1986 aan Moskou zou brengen. De moord verhinderde de reis van Palme.

Niet alleen journalisten, ook de vooraanstaande Zweedse criminoloog, auteur en voormalige politiebestuurder Leif G.W. Persson legde in februari 2011, 25 jaar na de moord, in een uitzending van de Zweedse televisie uit dat hij dit het meest geloofwaardige spoor vindt. Hij zei niet uit te sluiten dat het een individuele daad was van iemand uit politiekringen, of een complot waarbij een klein groepje betrokken was.

Hoewel de Zweedse veiligheidsdienst op de hoogte was van de vijandige houding van een groep extreem-rechtse politiemensen en militairen jegens Palme, is er geen systematisch onderzoek verricht naar deze mogelijkheid, oordeelde een parlementaire onderzoekscommissie in 1999.

Enige tijd voor de moord zou er op het politiebureau in Norrköping een vergadering zijn geweest van politiemensen tijdens welke gesteld werd dat de premier mogelijk iets ernstigs zou overkomen. Een van de aanwezigen meldde dit aan een partijgenoot van Olof Palme die het vervolgens doorspeelde naar anderen, maar tot verdere actie leidde het niet.

In 2013 onthulde een Zweedse zakenman, in de media "Johan" genoemd, dat hij circa vier maanden voor de moord door een bevriende politieman was gevraagd of hij Palme wilde doden. "Johan" was een geoefend schutter en was fel gekant tegen Palmes politiek. Naar eigen zeggen wees hij het idee van de hand.

De krant Aftonbladet spoorde de politieman op, die twee jaar na de moord naar Australië bleek te zijn geëmigreerd. Aanvankelijk weigerde hij commentaar. Tegenover de krant Expressen bevestigde hij een week later wel het gesprek met "Johan" maar voegde hij eraan toe dat de vraag of deze Palme wilde doden niet serieus bedoeld was, en was gesteld na het drinken van veel alcohol.

Anti Avsan[bewerken]

In zijn boek "Affären Anti Avsan" (2008) suggereert de Zweedse journalist Sven Anér dat de dader Anti Avsan is. Hij was politieman in de jaren tachtig, werd later rechter en is sinds 2006 parlementslid voor de conservatieve partij Moderaterna.

Dit is eigenlijk een variant op het hierboven besproken "politiespoor". Avsan zou zijn herkend als de Finssprekende man die circa een minuut voor de moord op de plaats van het misdrijf stond te wachten. Een van de twee meisjes die hem beweerden te hebben gezien herkende de man van een sportschool. Ze kon bij verhoor niet zijn naam geven, maar volgens journalisten zou het om Avsan gaan. Anti Avsan werd in juni 1993 verhoord, zonder verder gevolg. Volgens een onderzoekscommissie die eind jaren negentig het dossier in mocht zien, zou Avsans vrouw hem een alibi hebben gegeven.

Avsan was begin jaren tachtig lid van de omstreden Baseball-liga, een groep politiemannen die negatief in het nieuws kwam door haar gewelddadige aanpak en extremistische opvattingen. De groep was opgericht door Hans Holmér, de politieman die in 1986 de leiding kreeg over het onderzoek naar de moord op Palme en zich volledig op het PKK-spoor richtte.

Sven Anér heeft in 2009 Avsan via een brief aan de openbare aanklager officieel beschuldigd van de moord. Daarop is geen reactie gekomen, ook geen ontkenning. Avsan heeft zich in het openbaar nooit uitgelaten over de suggesties van Anér. Als parlementslid geniet hij parlementaire onschendbaarheid.

Literatuur[bewerken]

  • Blood on the snow: The killing of Olof Palme Jan Bondeson, Cornell University Press, 2005
  • Inuti labyrinten (Within the labyrinth) Kari and Pertti Poutiainen, Grimur, 1994
  • 'Oh was hij het...? De voorspelde moord op Olof Palme en de Dutch connection', Elzo Springer en Dolf van Soest, uitgeverij PerTekst, 2006
  • Affären Anti Avsan, Sven Anér, Sven Anér Förlag, 2008
  • Mordgåtan Olof Palme, Gunnar Wall, bokförlag Semic, 2010

Externe links[bewerken]