Narwal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Narwal
IUCN-status: Gevoelig[1] (2012)
Narwhalsk.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Cetacea (Walvissen)
Onderorde: Odontoceti (Tandwalvissen)
Familie: Monodontidae (Grondeldolfijnen)
Geslacht: Monodon
Linnaeus, 1758
Soort
Monodon monoceros
Linnaeus, 1758
Leefgebied van de narwal. In gestreepte gebieden komen zelden narwals voor.
Leefgebied van de narwal. In gestreepte gebieden komen zelden narwals voor.
Afbeeldingen Narwal op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Narwal op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De narwal (Monodon monoceros) is een arctische tandwalvis die behoort tot de familie van de grondeldolfijnen (Monodontidae).[2] De soort wordt ongeveer 4 tot 5 meter lang, waarbij de slagtand niet is meegerekend.

De narwal is nauw verwant aan de witte dolfijn of beloega.

Uiterlijk[bewerken]

De narwal is grotendeels wit van kleur met een gespikkelde bovenkant. Zijn vinnen zijn klein, ongeveer 30 tot 40 cm lang, en afgerond. Narwals hebben geen rugvin, wel een kleine rugplooi. De ronde staartvin is 100 tot 120 cm breed.

Slagtand[bewerken]

Twee narwals betasten elkaar met hun slagtanden. Twee slagtanden van andere narwallen steken boven het water uit.

Mannelijke narwals worden gekenmerkt door een enkele lange slagtand die uit de linkerkant van de bek naar voren steekt. Deze tand kan een lengte van 3 meter hebben en vertoont een spiraalpatroon van rechts naar links.

Er werd lang gedacht dat de mannetjes deze tand gebruikten bij zwaardgevechten om de hiërarchie vast te stellen. In 2005 ontdekte een team van wetenschappers van Harvard en the National Institute of Standards and Technology, onder leiding van Dr. Nweeia, dat de tand een zeer gevoelig tastorgaan is [3].

Narwals met twee slagtanden komen zelden voor

De ontdekking werd gedaan tijdens een onderzoek van de slagtand onder een elektronenmicroscoop. Men vond nieuwe details in de opbouw van de tand. Men ontdekte zo'n 10 miljoen zenuwtunnels, vanuit de kern van de slagtand naar het oppervlak, waardoor ze in verbinding staan met de buitenwereld. De wetenschappers stellen dat de zenuwen subtiele verschillen kunnen waarnemen in temperatuur, druk, de samenstelling van het water en de lucht en waarschijnlijk zelfs meer, wat de narwal unieke zintuiglijke eigenschappen geeft.

De slagtand van de narwal is in de geschiedenis vaak als hoorn van een eenhoorn tegen astronomische bedragen verkocht. Met het uitsterven van de mythe van de eenhoorn, groeide de mythe van de slagtand van de narwal. Ontdekkingsreizigers stelden dat de slagtand gaten in dik ijs kon prikken en dat mannetjesnarwals deze tand voor een zwaardgevecht om de macht gebruikten. In 1870 vertelde Jules Verne hoe een narwal schepen doorboorde. "Hij boort net zo makkelijk door een scheepshuid als een boor door een houten ton".

Bij ongeveer een op de 500 mannetjes komen twee slagtanden voor; bij hen groeien allebei de tanden door.

Voortplanting[bewerken]

Narwals paren tussen maart en mei. Na 15 maanden worden de kalfjes in juli en augustus geboren. Een enkele keer wordt een tweeling geboren, maar meestal krijgt de moeder slechts één jong. Moeder en jong hebben een speciale band met elkaar, en het jong blijft meestal zijn hele leven bij zijn moeder. Een narwal drinkt één à twee jaar lang moedermelk.

Voorkomen[bewerken]

De narwal wordt zelden zuidelijker dan de 70e graad noorderbreedte gevonden.

Gedrag en vijanden[bewerken]

Narwals zijn snelle en behendige dieren die zich voornamelijk voeden met inktvissen.

Tot hun voornaamste natuurlijke vijanden behoren de ijsbeer, de orka en zelfs de walrus.

Sommige eskimo's jagen op narwals. In Groenland worden daarvoor nog de traditionele methoden gebruikt maar snelle boten en geweren doen steeds meer hun intrede in noord-Canada.

Vroeger werd de slagtand bijzondere geneeskracht toegedicht, met name de kracht om gif te neutraliseren.

Synoniemen[bewerken]

Nederlandse synoniemen voor de narwal zijn zee-eenhoorn, eenhoornvis en neushoornvis.[4] Het woord "narwal" is echter veel gebruikelijker en wordt in veruit de meeste publicaties verkozen.

Er zijn daarnaast synoniemen binnen de taxonomie. Het oudste synoniem stamt uit 1804.

  • Ceratodon monodon (Pallas, 1811)
  • Narwalus microcephalus (Lacépède, 1804)
  • Narwalus vulgaris (Lacépède, 1804)[5]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties