PDD-NOS

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
PDD-NOS
ICD-10 F84.8
ICD-9 299.9
DSM-IV: 299.80
   Geneeskunde

Pervasieve ontwikkelingsstoornis, niet anderszins omschreven (Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified) is de restgroep van de pervasieve ontwikkelingsstoornissen, aan autisme verwante contactstoornissen die ook niet voldoen aan de criteria voor de stoornis van Asperger, de stoornis van Rett of de desintegratiestoornis, zoals beschreven in het handboek DSM. Vaak wordt de Engelstalige afkorting PDD-NOS gebruikt.

Onder PDD-NOS vallen stoornissen die niet voldoen aan de criteria van de andere aandoeningen in de groep pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Zo zijn in de restgroep aandoeningen ondergebracht als atypisch autisme en vooralsnog ook MCDD. Omdat PDD-NOS (in het Nederlands dus POS-NAO) een restgroep is en de symptomen in vorm en intensiteit uiteenlopen, zijn er geen 'harde' criteria. Wel bestaan enige richtlijnen: Er is een ernstige achterstand of beperking in de sociale interactie; daarbij bestaan er tekortkomingen in de (non-)verbale communicatievaardigheden of is er sprake van stereotiep gedrag en interesse[1]. In de differentiaaldiagnose moet worden uitgesloten dat er sprake is van een andere pervasieve ontwikkelingsstoornis. Ook moet (met name bij volwassenen) worden uitgesloten dat de symptomen het gevolg zijn van schizofrenie, schizotypische persoonlijkheidsstoornis of ontwijkende persoonlijkheidsstoornis.

PDD-NOS is niet altijd even ernstig. Er zijn vele gradaties in de ernst van de stoornis. Wat men vrijwel altijd met elkaar gemeen heeft is de behoefte aan structuur. Een duidelijke dagplanning voorkomt bijvoorbeeld dat men voor moeilijk te verwerken verrassingen komt te staan. Ook is men dikwijls sterk op zichzelf gericht en zijn er achterstanden op emotioneel, sociaal en motorisch gebied.


Inhoud

[bewerken] Kenmerken

Mensen met PDD-NOS schieten vaak tekort in sociale vaardigheden. Daardoor kunnen er gemakkelijk problemen ontstaan in de omgang met andere mensen. Het herkennen en benoemen van eigen en andermans emoties gaat hen vaak moeilijk af. Houding en gedrag zijn hierdoor lang niet altijd aangepast aan de situatie van het moment. Het resultaat daarvan is dat er nogal eens onbegrip en afstand ontstaat tussen iemand met de ontwikkelingsstoornis en anderen.

Fantasie en werkelijkheid zijn voor mensen met PDD-NOS niet altijd gemakkelijk te scheiden. Vooral jongeren hebben de neiging alles heel letterlijk op te vatten; als ze bijvoorbeeld in een televisieserie iemand dood zien gaan, dan is de eerste impuls te denken dat de acteur nu ook echt dood is. Ook heeft men vaak moeite met woordspelingen en uitdrukkingen omdat men geneigd is alles heel letterlijk nemen. Als bijvoorbeeld gezegd wordt dat de buurvrouw naast haar schoenen loopt, zal een kind met PDD-NOS verwachten dat de buurvrouw letterlijk naast haar schoenen staat. Dat niet alles zo letterlijk te nemen is, moet dan van situatie tot situatie aangeleerd worden.

Mensen met PDD-NOS denken net als anderen met een ontwikkelingsstoornis vaak in vaste patronen, alles heeft een eigen plekje. Onverwachte gebeurtenissen en gebrek aan overzicht geven daarbij vaak planningsproblemen. Ze leveren ook stress en gevoelens van onveiligheid op. Een vaste dagstructuur en goede planning kan de nodige rust geven.

Sommige mensen met PDD-NOS hebben de neiging zich te concentreren op kleine details. Bijvoorbeeld als het ergens een rommel is en er liggen kranten, papieren, vuilniszakken en afval. Als er dan gevraagd wordt of deze rommel is opgemerkt, kan het blijken dat de persoon met PDD-NOS alleen de vuilniszakken telt. Ook kunnen sommigen zich zo sterk op kleine onbelangrijke details concentreren dat wat er verder om hen heen gebeurt niet meer wordt opgemerkt.

Daarom kunnen mensen met PDD-NOS niet een persoon lang aankijken, maar gaan de ogen zich steeds ergens anders op fixeren.

[bewerken] Oorzaken en gevolgen

De oorzaak van PDD-NOS is niet duidelijk. Men vermoedt dat een stoornis in de ontwikkeling van de hersenen gevolgen heeft voor het verwerken van informatie. Dit betekent een ernstige beperking gedurende het gehele leven, want het verdwijnt niet.

Mensen met PDD-NOS kunnen wel leren omgaan met de contactstoornis. Veel sociale vaardigheden en handelingen zijn aan te leren. Hetzelfde geldt overigens ook voor de stoornis van Asperger en hoogfunctionerend autisme.

Het komt voor dat mensen hoog- tot zeer hoog begaafd zijn, in combinatie met PDD-NOS. Vaak wordt hun breincapaciteit niet volledig benut, simpelweg vanwege het feit dat de PDD-NOS dit blokkeert. Dit kan te maken hebben met een onevenwichtige verhouding tussen verbale en performale intelligentie. Veel weten maar er niet adequaat naar kunnen handelen is een vaak gehoord probleem bij mensen met PDD-NOS.

[bewerken] Raakvlakken ADHD

Hyperactiviteit en slechte concentratie wordt bij veel mensen met PDD-NOS waargenomen. In die zin lijkt er een relatief grote overlap met de stoornissen ADHD en ADD te zijn. Belangrijk verschil is dat de concentratieproblemen en het hyperactieve gedrag bij PDD-NOS een andere onderliggende oorzaak hebben dan bij ADHD of ADD. Bij onderzoek kan aan de hand van testen en onderzoeken de juiste diagnose worden gesteld.

[bewerken] Ondersteuning

Er zijn diverse instanties waar mensen met PDD-NOS terechtkunnen voor begeleiding en/of lotgenotencontact. Naast officiële instanties zoals de Riaggs van de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) zijn er verenigingen, zoals PAS (Personen uit het Autisme Spectrum) die zich richt op normaal begaafde volwassenen met een stoornis in het autistisch spectrum en de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme) die zich vooral richt op ouders met autistische kinderen.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Voetnoten

  1. Wijzigingen ingevoerd in DSM-IV-TR onder meer voor PDD-NOS: “This category should be used when there is a severe and pervasive impairment in the development of reciprocal social interaction associated with impairment in either verbal and nonverbal communication skills, or with the presence of stereotyped behavior, interests, and activities, but the criteria are not met for a specific Pervasive Developmental Disorder, Schizophrenia, Schizotypal Personality Disorder, or Avoidant Personality Disorder.”
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken