Paula Modersohn-Becker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zelfportret 1906

Paula Modersohn-Becker (Dresden, 8 februari 1876 - Worpswede, 21 november 1907) is een Duitse schilderes die wordt beschouwd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het vroege expressionisme.

Levensloop[bewerken]

Twee jaar na haar geboorte verhuisde de familie Becker naar Bremen, waar Paula opgroeide. In 1892 logeerde ze een half jaar bij haar tante in Londen, daar ontving ze haar eerste tekenlessen. Terug in Bremen volgde ze, onder de aanmoediging van haar ouders, een opleiding tot lerares, tegelijk bleef ze echter teken- en schilderlessen volgen. In 1895 hielden de kunstenaars van de kunstenaarskolonie Worpswede een tentoonstelling in de Kunsthalle Bremen. In 1896 volgde ze een opleiding gesponsord door de Verein der Berliner Künstlerinnen (Nederlands: Vereniging van Berlijnse kunstenaressen) die samenviel met een stage in Berlijn als lerares.

In 1897 bracht ze voor het eerst een zomer door in Worpswede, een kunstenaarsdorp dat vlak boven Bremen ligt. In de herfst van 1898 verhuisde ze er heen. Ze werd er bevriend met de beeldhouwster Clara Westhoff (1875-1954) en de schilder Fritz Mackensen (1866-1953) die haar schilderlessen gaf. Ook leerde ze er Otto Modersohn kennen, met wie ze in 1901 zou trouwen. In het dorp hadden kunstenaars zich verzameld als protest tegen de dominantie van de klassieke kunstacademies en het stadsleven. De hoofdonderwerpen van de schilderijen waren dan ook de agrarische dorpsgemeenschap en de noordelijke landschappen. Viermaal reisde Paula naar Parijs, waar ze tijdens de langere bezoeken studeerde aan de Academy Colarossi en de École des Beaux Arts. In Parijs leerde ze verschillende kunstenaars van de avant-garde kennen en maakte ze kennis met de werken van onder andere Paul Gauguin en Cézanne die grote invloed op haar werk hadden.

Paula Modersohn-Becker overleed op 31-jarige leeftijd na de geboorte van haar dochter Mathilde (Tillie).

Werk[bewerken]

Kindernaakt met ooievaar, 1906

Het werk van Paula Modersohn Becker omvat portretten, kinderafbeeldingen, scènes uit de agrarische gemeenschap van Worpswede, landschappen, stillevens en zelfportretten. De zelfportretten laten duidelijk de ontwikkeling van Paula zien, hierin is ze vergelijkbaar met Käthe Kollwitz. Paula maakte vooral veel zelfportretten in het jaar 1906, hiermee probeerde ze zich onafhankelijk van haar man op te stellen. In deze tijd ontstonden ook haar naakte zelfportretten, die als eerste naaktzelfportretten in de kunstgeschiedenis gelden. Deze waren voor die tijd uiterst vrijpostig en gingen tegen alle kunstconventies in.

Paula's agrarische scènes zijn bewust onromantisch en niet moraliserend. Ze richten zich in tegenstelling tot Käthe Kollwitz' werk niet op het sociale aspect van het platteland. De werken worden gedomineerd door een interesse in vorm en vlak. Het beeld is vaak tegen de academische standaard in platte vlakken verdeeld en de voorstelling begint al meteen op de onderste rand. Deze 'grove' uitbeelding van het boerenleven onderscheiden zich duidelijk van de toen heersende traditie het boerenleven heroïsch weer te geven. Haar stijl heeft ook weinig gemeen met de stijl van de Worpsweder kunstenaars die meer in de traditie van genrestukken werkten.

Zeer ongewoon zijn ook haar afbeeldingen van kinderen. De schilderijen missen elk sentiment en geven een ernstige en eerlijke weergave van de kinderen. Ze nam daarmee duidelijk afstand van de kinderafbeeldingen uit de jaren 1900, zoals die van Hans Thoma, Hermann Kaulmann en Ferdinand Waldmüller. Deze werken van Paula stuitten dan ook op het meeste onbegrip. De kunsthistorica Christa Murken-Altrogge wees op de stilistische overeenkomst tussen Paula's kinderafbeeldingen en de werken van de jonge Pablo Picasso die rond dezelfde tijd ontstonden in diens blauwe periode. De portretten van 1906 en 1907 tonen elementen van de geometrisch stijl van het kubisme.

Tijdens het Nazi-regime werd haar kunst entartet (Nederlands:ontaard) verklaard en daarom werd veel vernietigd.

Tegenwoordig wordt haar werk alom geroemd vanwege de vooruitstrevendheid en schoonheid.

Musea[bewerken]

In Bremen bevindt zich het Paula Modersohn-Becker Museum in de Böttcherstraße . In 1978 richtte dochter Mathilde de Paula Modersohn-Becker stichting op.

Tentoonstellingen (selectie)[bewerken]

  • Paula in Parijs van 13 oktober 2007 t/m 24 februari 2008 [1] [2]

Trivia[bewerken]

Haar oom Günther von Bültzingslöwen, de broer van haar moeder Mathilde von Bültzingslöwen, was consul te Soerabaja .

Externe link[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Paula Modersohn-Becker.