Racismeklacht tegen Vlaams Belang
De racismeklacht tegen Vlaams Belang is een rechtszaak tegen de Vlaamse partij het Vlaams Belang op basis van aanklachten van racisme.
Chronologie van de rechtsgang [bewerken]
Op 17 oktober 2006 vond de eerste zitting plaats van de Raad van State in de procedure tegen twee verenigingen zonder winstgevend doel (vzw) van het VB om de federale partijfinanciering van de partij gedurende één jaar af te nemen bij toepassing van de zogenoemde Droogleggingswet. Het betreft een som van ongeveer twee miljoen euro. Bij een eventuele veroordeling zouden ze een gedeelte van hun overheidsdotatie kunnen verliezen en kan de partij financieel drooggelegd worden. Volgens de officiële partijboekhouding gaf men in 2005 2,8 miljoen euro (of bijna de helft van het totale budget) uit aan: publicaties (442.303 euro) en reclame (2.351.629 euro). De jaarlijkse dotatie voor elke Belgische politieke partij bestaat uit een vast bedrag en 1,35 euro per uitgebrachte stem.
De rechtszaak is het gevolg van een klacht van een aantal partijen bij de Raad tegen de vzw's Vrijheidsfonds en Vlaamse Concentratie, op basis van de wet van op de partijfinanciering. Deze wet bepaalt dat er geen overheidsmiddelen kunnen worden gegeven aan partijen die vijandig staan tegenover de rechten en vrijheden die gewaarborgd worden door het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). De Raad behandelde enkel een verzoekschrift van VB tot wraking, wegens vermeende partijdigheid, van alle Franstalige staatsraden. De partij verzette zich tegen het feit dat het voor een tweetalige kamer moest verschijnen omdat volgens het VB de Franstaligen vijandig staan tegenover de partij. In zijn advies uitte de auditeur de mening dat er geen reden bestaat voor het stellen van een prejudiciële vraag hierover aan het Arbitragehof.
Op 28 november 2006 verwierp de Raad van State het verzoek van het VB in de procedure om de dotatie van de partij af te nemen. Het ging echter slechts om een tussenarrest. De Raad van State moet zich nu nog uitspreken over het beroep van het VB om het Koninklijk Besluit over de procedure nietig te verklaren en over het verzoekschrift om individuele staatsraden te wraken.
Op 13 februari 2007 stelde de auditeur van de Raad van State voor om twee staatsraden te wraken. Het betreft Michel Leroy en Philippe Quertainmont, twee leden van het "Centre de droit public" van de ULB. Daar loopt een project rond over onder meer "de strijd tegen extreem-rechts". Twee leden hebben zichzelf reeds verschoond. Het gaat om staatsraad Eric Brewaeys, in zijn jeugd lid van de VMO en kamervoorzitter Marie-Rose Bracke, als tante van sp.a-minister Freya Van den Bossche. De auditeur stelt verder dat het VB te weinig objectieve gegevens aanreikt om de andere staatsraden te weren. Een door het VB gevraagd onderzoek naar de vermeende loge-achtergronden van de staatsraden blijkt wettelijk onmogelijk, evenmin als een onderzoek naar vermeend lidmaatschap van het Opus Dei.
op 22 juni 2007 werd de zaak geschorst bij gebrek aan klagers door de ontbinding van het Parlement. Na het opnieuw samenstellen van de commissie verkiezingsuitgaven en het binnen de maand herbevestigen van de klacht door minstens een derde van de leden ervan, kan de zaak verdergezet worden. De parlementsleden spelen in deze slechts de rol van brievenbus, de rechters dienen zich inhoudelijk uit te spreken.[1]
Eind november 2007 na het terug samenstellen van de "Commissie Verkiezingsuitgaven" werd dezelfde racismeklacht opnieuw ingediend bij de Raad van State met toestemming van minstens een derde van de leden. De paritair samengestelde algemene vergadering van de Raad van State moet binnen de zes maanden oordelen of het VB de wet heeft overtreden.[2]
Begin juli 2008 raakte bekend dat de auditeur van de Raad van State het proces over de partijfinanciering van het VB naar het Grondwettelijk Hof wil verwijzen. In dat geval komt er waarschijnlijk geen arrest meer voor de verkiezingen van 2009. Auditeur Luc Vermeire heeft een omstandig advies van 258 bladzijden voorbereid en wil dat de Raad van State vooraleer te beslissen een aantal bijkomende vragen stelt aan het Grondwettelijk Hof.
Op 14 januari 2009 besliste de Raad van State om zes prejudiciële vragen te stellen aan het Grondwettelijk Hof in de zaak van de partijfinanciering van het VB. In deze ging de Raad in op het verzoek van de auditeur van het Hof.[3]
Op 3 december 2009 gaf het Grondwettelijk Hof het VB ongelijk in zijn verzet tegen de procedure die voor de Raad van State loopt over de overheidsfinanciering van de partij. Het hof stelde dat de wet op de partijfinanciering noch het gelijkheidsbeginsel, noch de beginselen van de vrije meningsuiting of vrijheid van vereniging uit de grondwet schendt. Dit houdt in dat de procedure voor de Raad van State kan verdergezet worden.[4]
Op 21 juni 2011 besliste de Raad van State dat het VB zijn partijdotatie niet verliest. Het Belgische rechtscollege heeft een klacht van de Franstalige partijen en de sp.a verworpen omdat de aangehaalde feiten te ver in het verleden liggen. Andere aangehaalde feiten wegen volgens de Raad te licht om de partij haar financiering af te nemen.
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Vlaams Belang (VB) | ||
|---|---|---|
|
Gerelateerde onderwerpen: Cordon sanitaire · 70 punten-plan · Racismeklacht |
||