Polarisatie (conflict)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Polarisatie is het veroorzaken van een conflict of het versterken van tegenstellingen tussen partijen of bevolkingsgroepen.

Doel[bewerken]

Het doel/motief van polarisatie, aangezien dit meestal opzettelijk gebeurt, is het creëren van tegenstellingen tussen groepen mensen, of het creëren van tegengestelde groepen mensen waar deze er nog niet zijn. Dit om electorale redenen, in het geval van politiek.[bron?]

Voorbeelden[bewerken]

Stel dat er in een streek bevolkingsgroepen met verschillende religies vredig samenleven. Op zeker moment komt er een leider uit de ene bevolkingsgroep die beweert dat de andere bevolkingsgroep alle andersdenkenden uit het land wil verdrijven. Dan veroorzaakt die leider polarisatie: de tegenstellingen worden verscherpt en het wederzijds wantrouwen groeit.

Een ander voorbeeld van polarisatie is de uitspraak van de toenmalige Amerikaanse president Bush kort na de aanslagen van 11 september 2001: "You are with us, or you are against us." (U bent vóór ons, of U bent tegen ons). Met die uitspraak gaf hij aan dat hij een neutrale opstelling ten opzichte van terroristische groepen niet zou accepteren.

Kenmerkend voor polariserende uitspraken is het demoniseren van een bepaalde groep ('als we nu niets doen snijden ze ons op een dag de keel door') en een zeker zwart-wit karakter ('of je bent voor ons of je bent tegen ons'). Ook wordt per definitie aangestuurd op een conflict: polariserende politici zullen niet voorstellen met de andere groep gaan praten, of gaan een dergelijk debat in met zulke zware eisen dat de andere groep die hoogstwaarschijklijk niet zal accepteren.

Oorzaken[bewerken]

Polarisatie kan het onbedoelde gevolg zijn van ongelukkig geformuleerde uitspraken of zelfs een incident, maar kan ook opzettelijk veroorzaakt zijn om angst te kweken, en zo meer steun binnen de eigen groep te mobiliseren. Als mensen het gevoel hebben van buitenaf bedreigd te worden, hebben ze de neiging zich eenparig onder hun leider te scharen. Door polarisatie te veroorzaken kunnen radicale politieke leiders een grotere aanhang krijgen ten koste van gematigde leiders. Bovendien is de werking van negatieve berichten en geruchten krachtiger dan die van positieve berichten en geruchten.

Ondemocratische regimes gebruiken maatschappelijke polarisatie voor het creëren van een zondebok. Het regime kan kritiek ontkennen door de schuld te geven aan een bepaalde minderheid. Die minderheid hoeft niet eens expliciet de schuld te krijgen van economische problemen. Het hen als bedreiging presenteren kan al genoeg zijn om de aandacht af te leiden. Voorbeelden hiervan waren Milosevic (jegens de Albanezen), Mugabe (jegens de blanke boeren), Stalin (jegens de 'koelakken'), en Mao (jegens 'reactionairen' tijdens de Culturele Revolutie).

Polarisatie zal sneller effect sorteren wanneer hiervoor al een voedingsbodem aanwezig is. Men kan denken aan historisch gegroeide (economische) tegenstellingen, nationale frustratie over het een of ander, of een algeheel slechte economische situatie. Ook kan een externe partij, hiertoe gedreven door eigenbelang, polarisatie aanmoedigen, zoals nazi-Duitsland in 1938 polarisatie tussen Duitsers en Tsjechen aanmoedigde in het Sudetenland.

Gevolgen[bewerken]

Maatschappelijke polarisatie kan tot escalatie leiden. Deze escalatie kan ertoe leiden dat beide zijden zich achter radicale leiders scharen, terwijl gematigden aanhang verliezen. Wederzijds wantrouwen wordt bevestigd door het optreden en de uitspraken van de radicale leiders ('zie je wel dat ze het op ons gemunt hebben!').

Als een bevolkingsgroep in een kwaad daglicht wordt gesteld, schept dat voor terroristische en gewelddadige groepen een voedingsbodem onder die bevolkingsgroep. Uiteindelijk kan een sfeer van wantrouwen ontstaan waarbij een of meerdere incidenten de vlam in de pan doen slaan, en het daadwerkelijk tot een gewelddadige actie komt. Vervolgens worden de vooroordelen tegen die bevolkingsgroep bevestigd door de gewelddadige acties, ook al wijst de meerderheid van die bevolkingsgroep gebruik van geweld af. De actie zal tot een tegenreactie leiden, waarbij uiteindelijk ook de meerderheid zich passief achter de radicalere leiders zal scharen.

Polarisatie kan op deze manier escaleren, en leiden tot rellen, terrorisme of zelfs een (burger)oorlog. Andere mogelijke gevolgen zijn etnische zuivering, ghettovorming of emigratie van degenen die zich niet langer prettig of veilig voelen. Binnen gemengde maatschappijen neemt de bereidheid tot samenwerking af, zodat dit de eventuele economische ontwikkeling eveneens afremt. Herstel van een dergelijk conflict kan tientallen jaren duren.

Groepen[bewerken]

Polarisatie kan plaatsvinden tussen groepen:

  • uit verschillende maatschappelijke lagen, bijvoorbeeld arbeiders en middenstanders;
  • met verschillende etnische achtergrond, bijvoorbeeld Albanezen en Serviërs, of Hutu's en Tutsi's;
  • met verschillend geloof, bijvoorbeeld protestanten en katholieken;
  • met verschillende taal, bijvoorbeeld tussen Nederlandstaligen en Franstaligen;
  • diverse groepen binnen een partij of organisatie.