René Pijnen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
René Pijnen
René Pijnen in 1975
René Pijnen in 1975
Persoonlijke informatie
Volledige naam Marinus Augustinus Josephus Pijnen
Geboortedatum 3 september 1946
Geboorteplaats Woensdrecht, Nederland
Sportieve informatie
Huidige ploeg gestopt
Discipline Baan, Weg
Specialisatie Koppelkoers / Zesdaagse
Ploegen
1969 - 1970
1971 - 1973
1974 - 1977
1978 - 1980
1981 - 1982
1983 - 1986
1987
Willem II-Gazelle
Bic
TI-Raleigh
Gazelle-Campagnolo
Gazelle
Gazelle-Vredestein
Gazelle
Beste prestaties (top-20)
Milaan-San Remo 6e (1969)
Ronde van Spanje 20e (1970)
4 etappezeges
Portaal  Portaalicoon   Wielersport

Marinus Augustinus Josephus (René) Pijnen (Woensdrecht, 3 september 1946) is een voormalig Nederlands wielrenner, die vooral uitblonk in het baanwielrennen.

Tot op, voor wielrenners, hoge leeftijd bleef Pijnen actief in het rijden van zesdaagsen. René Pijnen ging van start in 233 zesdaagsen en won er 72, 42 maal eindigde hij op de tweede en 41 maal op de derde plaats. Zijn eerste zesdaagse reed hij in februari 1969 en zijn laatste in december 1987. Hij was dus bijna 19 jaar actief in de Zesdaagsewereld.

Na de breuk met zijn eerste vaste koppelgenoot Leo Duyndam ontbrak het René Pijnen aan een vaste Nederlandse koppelgenoot van gelijkwaardig niveau. Pijnen werd evenwel bekend als een renner die door zijn koersinzicht en zijn uithoudingsvermogen met iedereen kon winnen en werd op uitnodiging van de zesdaagseorganisaties vaak gekoppeld aan (publiekstrekkende) wegrenners en lokale favorieten die hij hoog in het eindklassement moest kunnen laten eindigen.
In totaal won hij een zesdaagse met 28 verschillende partners uit (eveneens) een recordtotaal van 79 partners. Daaronder waren ook typische wegrenners als Gerrie Knetemann, Jan Raas, Giuseppe Saronni en Roger De Vlaeminck.

Naar het aantal starts en overwinningen genomen waren zijn belangrijkste koppelgenoten:
Günther Haritz (7 overwinningen uit 23 starts, voornamelijk in de periode dat ze ploeggenoten waren bij TI-Raleigh van 1975 tot 1978);
Leo Duyndam (9 overwinningen uit 21 starts, generatie- en landgenoot en eerste vaste koppelgenoot in de periode 1971-1974);
Gert Frank (6 overwinningen uit 16 starts, met name in seizoen 1985/1986);
Francesco Moser (9 overwinningen uit 14 starts. Pijnen was van 1976 tot 1984 Mosers geprefereerde maat voor de 4 à 5 zesdaagses die de Italiaan per seizoen reed);
Patrick Sercu (8 overwinningen uit 14 starts, generatiegenoot en medetenor van de zesdaagses).

René Pijnen won zesdaagsen in Antwerpen, Berlijn, Bremen (record van 7x), Dortmund, Gent, Grenoble, Groningen, Frankfurt, Herning, Kopenhagen, Keulen, Londen, Maastricht (record van 6x), Madrid, Milaan, München, Münster, Parijs, Rotterdam (record van 10x) en Zürich.

Daarnaast werd hij mederecordwinnaar Europees kampioenschap koppelkoers (6x), in een tijd waarin er nog geen wereldkampioenschappen koppelkoers verreden werden.

Pijnen debuteerde als nieuweling in 1963. Van de 98 wegwedstrijden die hij in deze categorie reed won hij er 40. Als amateur behaalde hij 49 overwinningen en werd 3e bij het wereldkampioenschap op de weg in 1967 in Heerlen en won samen met Jan Krekels, Joop Zoetemelk en Fedor den Hertog het goud op de 100 km ploegentijdrit van de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad. Ook als prof behaalde hij overwinningen op de weg en kon een specialist genoemd worden in prologen, korte (vlakke) tijdritten en ontsnappingen in de laatste kilometers van een wedstrijd. Een herkenbare eigenschap van typische baanrenners die op de weg rijden - het (telkens) kilometerslang kunnen aanhouden van een bijna sprintsnelheid. Door zijn nagenoeg allroundtalent kon René Pijnen echter in vrijwel alle soorten wedstrijden goed uit de voeten, met uitzondering van het echte hooggebergte - waarbij hij met name in rittenwedstrijden met etappes met meerdere zware beklimmingen weleens 'door het ijs kon zakken'.
Pijnen bleef tot 1977 naast de zesdaagses een internationaal programma op de weg rijden. Zo ongeveer na dit jaar waren wegwedstrijden, waaronder langzaamaan verhoudingsgewijs meer criteriums, koersen achter de derny en kermiskoersen dan klassiekers of etappewedstrijden, voor Pijnen definitief een vorm van training geworden voor het winterbaanseizoen, dat van september tot en met maart liep en waarin Pijnen tot 18 zesdaagses per winter reed (seizoen 1978/79). Dit werd nog meer definitief door zijn min of meer gedwongen vertrek bij TI-Raleigh, waar ploegleider Peter Post definitief koos voor een ploeg die in staat moest zijn om enerzijds in het voorseizoen en anderzijds in de Ronde van Frankrijk tot successen te komen, en waar bijgevolg voor Zesdaagsespecialisten financieel geen plek meer was.
In 1978 kwam Pijnen onder contract bij de gastrennersvereniging Gazelle-Campagnolo, een ploeg die bestond uit amateurs, een enkele dame en een enkele junior, en nu aangevuld werd met een profrenner die zich volledig kon blijven richten op zijn specialisme in het winterseizoen en af en toe in wegwedstrijden voor profwielrenners kon uitkomen - een opzet die tegenwoordig ook nog te zien is met continentale wielerploegen die een aantal professionele veldrijders of baanrenners in dienst hebben.

Pijnen bleek een zeer getalenteerd renner, die op de weg, als nog jonge coureur, net onder de wereldtop bleef, en zich op de baan snel ontwikkelde tot zesdaagserenner van absolute wereldklasse, die samen met Patrick Sercu en ook na diens afscheid in 1982 de patron van het Zesdaagsepeloton vormde.
Opmerkelijke bijkomstigheid van zijn lange profcarrière is dat hij letterlijk zij aan zij heeft gekoerst met enerzijds Jacques Anquetil en anderzijds Miguel Indurain (respectievelijk in een gezamenlijke achtervolging op de kopgroep in Parijs-Tours 1969, en in de Zesdaagse van Madrid 1986).

Belangrijkste overwinningen en prestaties[bewerken]

1967

1968

1970

1971

1972

  • 1e etappe GP Fourmies
  • Eindklassement GP Fourmies
  • 1 etappe Ronde van Spanje
  • 3 Zesdaagses

1973

  • Europees kampioen koppelkoers (baan), Elite (met Leo Duyndam (Ned))
  • 3 Zesdaagses
  • 2e plaats Wereldkampioenschap individuele achtervolging San Sebastian

1974

  • Europees kampioen koppelkoers (baan), Elite (met Patrick Sercu (Bel))
  • 5 Zesdaagses
  • 3e plaats Wereldkampioenschap individuele achtervolging Montreal

1975

  • 5 Zesdaagses

1976

  • Europees kampioen koppelkoers (baan), Elite (met Günter Haritz (Dui))
  • 2 Zesdaagses

1977

  • 5 Zesdaagses

1978

  • Europees kampioen Derny (baan), Elite
  • 5 Zesdaagses

1979

  • 8 Zesdaagses

1980

  • Europees kampioen koppelkoers (baan), Elite (met Michel Vaarten (Bel))
  • 5 Zesdaagses

1981

  • 4 Zesdaagses

1982

  • Europees kampioen koppelkoers (baan), Elite (met Patrick Sercu (Bel))
  • 6 Zesdaagses

1983

  • 7 Zesdaagses

1984

  • 6 Zesdaagses

1985

  • Europees kampioen koppelkoers (baan), Elite (met Gert Frank (Den))
  • 3 Zesdaagses

1986

  • 2 Zesdaagses

1987

  • 1 Zesdaagse

Tourdeelnames[bewerken]

Ondanks de korte klasseringen in de eerste weken van zijn twee Tour-deelnames in 1969 en 1970 heeft Pijnen herhaaldelijk in interviews gesteld dat hij, mede door het buitengewone talent wat hij reeds had getoond in zijn amateurtijd, te vroeg in zijn carrière werd opgesteld voor deze wedstrijd. Bovendien stonden de wandeletappes, de beperkte verdiensten destijds in de Tour de France voor de deelnemers en de lange verplaatsingen tussen finishplaats en nieuwe startplaats hem tegen. In 1969 moest hij de Tour verlaten na een opstootje met een Spaanse renner die hem met kwade opzet ten val had gebracht, en in 1970 kwam hij na een valpartij bewust buiten tijd aan.
Hierbij moet voor ogen worden gehouden dat de Tour de France nog niet de uitstraling in de media had in Nederland die ze met name sinds de grote successen van de TI-Raleigh wielerpoeg en de (integrale) verslaggeving via televsie heeft. Aanprekende prestaties op de weg lieten zich daarnaast ook niet snel vertalen in aanzienlijk hogere gages en startgelden voor een professioneel wielrenner op de weg. Een feit dat Pijnen ook al snel ondervond na zijn eerste grote successen in de Ronde van Spanje van 1970. Sterker nog, destijds waren de zesdaagses lucratiever, waarbij voor de typische wegrenner gold dat zijn prestaties op de weg verzilverd konden worden door deelnames aan zesdaagses (alsook in een eerdere periode in meetings op zomerbanen).
Bij deze stand van zaken richtte Pijnen snel zijn aandacht op de baan, waar hij uiterst geschikt voor bleek, en liet bij zijn overstap naar de Bic-wielerploeg in 1971 en later de TI-Raleigh-ploeg in 1974 in zijn contract opnemen dat hij geen Tour de France hoefde te rijden; alhoewel hij bij die laatste toen nog in opbouw zijnde ploeg, als eerste kopman, trachtte alsnog een aansprekende overwinning op de weg te behalen om dit in munt om te zetten in het zesdaagseseizoen.

Resultaten in voornaamste wedstrijden op de weg[bewerken]

Jaar Ronde van
Italië

Ronde van
Frankrijk

Ronde van
Spanje

1969 opgave  
1970 buiten tijd   20e  
1971 28e (3) 
1972 buiten tijd (1) 
(*) tussen haakjes aantal individuele etappe-overwinningen
Jaar Milaan-San Remo Ronde van Vlaanderen Amstel Gold Race Luik-Bast.-Luik Gent-Wevelgem Parijs-Tours WK op de weg
1969 6e 26e 27e 22e
1970 42e Zilver 22e
1971 30e 29e
1972
1973 18e
1974 26e 25e 34e
1975 36e 8e