Resolutie 1099 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Verenigde Naties
Resolutie 1099
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 14 maart 1997
Nr. vergadering 3752
Code S/RES/1099 (Document)
Stemming Voor: 15 Onth.: 0 Tegen: 0
Onderwerp Tadzjiekse burgeroorlog.
Beslissing Verlengde de UNMOT-waarnemingsmissie tot 15 juni.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1997
Permanente leden
Vlag van China CHN Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR Vlag van Rusland RUS Vlag van Verenigde Staten USA
Niet-permanente leden
Vlag van Chili CHI Vlag van Costa Rica CRC Vlag van Egypte EGY Vlag van Guinee-Bissau GBS Vlag van Japan JPN
Vlag van Kenia KEN Vlag van Zuid-Korea KOR Vlag van Polen POL Vlag van Portugal POR Vlag van Zweden SWE
De Tadzjiekse vlag.
De Tadzjiekse vlag.

Resolutie 1099 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 14 maart 1997.

Achtergrond[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Tadzjikistan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de val van de Sovjet-Unie werden in 1991 verkiezingen gehouden in Tadzjikistan. Begin 1992 kwam de oppositie in opstand tegen de uitslag: de oud-communisten hadden gewonnen. Er brak een burgeroorlog uit tussen de gevestigde macht en hervormingsgezinden en islamisten uit de achtergestelde regio's van het land, die zich hadden verenigd. In 1997 werd onder VN-bemiddeling een vredesakkoord gesloten.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Tijdens de gesprekken in Moskou waren de partijen tot een protocol over militaire kwesties gekomen met erin onder meer akkoorden over herintegratie, ontwapening en ontmanteling van UTO-eenheden (oppositie). De partijen vroegen de hulp van de VN voor de uitvoering ervan. Intussen was wel de humanitaire situatie in Tadzjikistan verslechterd. Ook werden het VN-personeel en dat van de GOS voortdurend aangevallen, waardoor de secretaris-generaal zich genoodzaakt zag de VN-activiteiten op een kleine aanwezigheid van UNMOT na op te schorten.

Handelingen[bewerken]

De Veiligheidsraad verwelkomde het bereikte akkoord en riep op het na te leven. Ook was het staakt-het-vuren relatief goed nageleefd. Wel werd de slechte behandeling te opzicht van UNMOT en ander internationaal personeel streng veroordeeld. De Tadzjiekse overheid werd gevraagd veiligheidsmaatregelen te nemen. Het mandaat van UNMOT werd verlengd tot 15 juni, gesteld dat het Akkoord van Teheran van kracht bleef. De secretaris-generaal zou de Raad op de hoogte houden, werd gevraagd tegen 30 april mogelijk manieren op te geven waarop de VN kon helpen met de uitvoering van het protocol en tegen 1 juni te rapporteren met aanbevelingen over de VN-aanwezigheid.

Verwante resoluties[bewerken]