Reuzel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reuzel
Verzadigde vetzuren = 38–43%:
Palmitinezuur: 25–28%
Stearinezuur: 12–14%
Myristinezuur: 1%
Onverzadigde vetzuren= 56–62%
enkelvoudig onverzadigd=47–50%:
Oliezuur: 44–47%

Palmitoleïnezuur: 3%

meervoudig onverzadigd
Linolzuur: 6–10% [1] [2]
Varkensreuzelvellen
Brood met reuzel

Reuzel of smout is dierlijk vet, voornamelijk afkomstig van de varkensbuik. Reuzel wordt verkregen door het spek te smelten. Wat overblijft is het gesmolten vet en niet-smeltbare restjes, de zogenaamde kaantjes. Reuzel kan ook afkomstig zijn van niervet. Het werd gebruikt om op het brood te smeren, zoals tegenwoordig de boter, of verwerkt in stroopvet. Ook was het bruikbaar om vlees in te braden. Een andere toepassing was als smeermiddel voor (houten) machines, bijvoorbeeld molens en de assen van karren, waarbij reuzel van niervet de beste smeereigenschappen heeft. Vet van runderen en schapen wordt talg genoemd.

Reuzel werd ook wel gebruikt bij mensen die griep hadden of flink verkouden waren. Door de torso in te smeren met reuzel werd het lichaam geïsoleerd en werkte het als een soort van dikke huid om het extra warm te krijgen en de koorts, griep of verkoudheid uit het lichaam te zweten.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. National Research Council. (1976). Fat Content and Composition of Animal Products.; p. 203. Washington, DC: Printing and Publishing Office, National Academy of Science. ISBN 0-309-02440-4
  2. Ockerman, Herbert W. (1991). Source book for food scientists (Second Edition). Westport, CN: AVI Publishing Company.