Serpentijn (mineraal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Serpentijn
SerpentineUSGOV.jpg
Mineraal
Chemische formule (Mg, Fe)3Si2O5(OH)4
Kleur Rood, geel, wit of groen
Streepkleur Groen
Hardheid 2,5 - 4
Gemiddelde dichtheid 2,59 kg/dm3
Kristaloptiek
Kristalstelsel Amorf
Lijst van mineralen
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

Het mineraal serpentijn of clinochrysotiel is een magnesium-ijzer-silicaat met de chemische formule (Mg, Fe)3Si2O5(OH)4. Het behoort tot de fylosilicaten.

Eigenschappen[bewerken]

Het amorfe mineraal kan rood, geel, wit en groen zijn. De groene kleur is typisch voor het mineraal in het mantelgesteente serpentiniet. De hardheid is 2,5 tot 4, afhankelijk van de samenstelling en serpentijn heeft een gemiddelde dichtheid van 2,59. Één van deze soorten valt onder asbest. De inademing van deze soort is schadelijk voor de gezondheid.

Leden van de serpentijngroep[bewerken]

Naamgeving[bewerken]

Het mineraal serpentijn is, net als het gesteente serpentiniet, genoemd naar het Latijnse woord serpens, dat "slang" betekent. De vorm waarin de mineralen gegroeid zijn in het gesteente doet denken aan de vorm van een slang. Ook werd het vroeger wel gebruikt als geneesmiddel tegen slangebeten. De andere naam voor serpentiniet, clinochrysotiel, is afgeleid van de Griekse woorden clinos, chrysos en tilos (respectievelijk "krom, scheef", "goud" en "vezel"). Het wordt zo genoemd door de goudkleurige vezelige structuur dat het mineraal kan aannemen.

Voorkomen[bewerken]

Serpentijn is een indicatief mineraal voor serpentiniet, een veelal door hydrothermale activiteit omgezette peridotiet. Onder invloed van druk en temperatuur zijn de olivijn en pyroxeen uit het mantelgesteente omgezet in serpentijn. Dit noemt men wel serpentinitisatie. De chemische reactievergelijking is:

4Mg2SiO4 (olivijn) + 4H2O (l) + 2CO2 (aq) → Mg6Si4O10(OH)8 (serpentijn) + 2MgCO3 (magnesiet)

Serpentijn is om die reden een mineraal dat gevonden wordt in die gebieden waar mantelgesteente aan de oppervlakte is gekomen, gewoonlijk in orogenen. In Griekenland en in de Alpen is serpentijn op grote schaal ontsloten.

Zie ook[bewerken]