Sjema

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Sjema (Hebreeuws: שמע ישראל) is het meest centrale gebed in het ochtend- en avondgebed van het jodendom. De tekst is afkomstig uit de Thora. Het complete Sjema-gebed bestaat uit drie onderdelen: Deut. 6:4-9, 11:13-21, en Num. 15:37-41.

De kernzin van het Shema in het Hebreeuws is: שמע ישראל יהוה אלהינו יהוה אחד

Hetgeen wordt uitgesproken als: Sjema Israel, Adonai Elo-hénoe, Adonai echád

Oorspronkelijk was dit het gehele gebed (zie Talmoed Soekkot 42a; Berachot 13b). Later is het uitgebreid.

De meest recente Nederlandse vertaling van het Sjema is:

Hoor Israël, de HEER is onze God, de HEER is één (of: de enige). (Deuteronomium 6:4). Je moet houden van de HEER God met heel je hart, heel je ziel en heel je vermogen. (Deut. 11:13) en Je zult deze woorden schrijven op de deurposten van je huis en aan de poorten van je steden. (Deut. 6:9, 11:20)

Het Sjema geeft uitdrukking aan het absolute geloof in God, en wordt dan ook op belangrijke momenten in het jodendom uitgesproken. Onder meer bij het slot van de dienst op Jom Kipoer maar ook als men de laatste adem uitblaast, of men in die veronderstelling verkeert.

In de holtes van de tefilin zit ook deze tekst opgeslagen. Een gedeelte van de tekst staat ook vermeld op het rolletje in de mezoeza, de kokertjes aan de deurposten van woningen van joden.

Zie ook[bewerken]

Referentie[bewerken]