Sociaal darwinisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Sociaal Darwinisme)
Ga naar: navigatie, zoeken

Sociaal darwinisme is een pejoratieve term voor het toepassen van begrippen uit de evolutiebiologie in de sociale wetenschappen aan het einde van de 19e eeuw. Het werd gebruikt voor sterk uiteenlopende, elkaar vaak tegensprekende ideeën over het toepassen van het principe van "survival of the fittest" (overleven van de best aan de omgeving aangepaste) op de menselijke maatschappij. Sommige van deze ideeën gingen uit van vrijemarktkapitalisme, waarin personen die meer geld verdienen een grotere kans op overleven hebben. Andere ideeën veronderstelden een strijd om het bestaan tussen verschillende rassen of etnische groepen. Het sociaal darwinisme is een vorm van evolutionisme waarbij wordt aangenomen dat er geen sprake is van toeval, maar dat er een telos, een doel is.

Achtergrond[bewerken]

De term sociaal darwinisme is afgeleid van de term darwinisme, die op zijn beurt verwijst naar de Engelse bioloog Charles Darwin (1809 - 1882). De ideeën van het sociaal darwinisme zijn echter vooral afkomstig van de socioloog Herbert Spencer (1820 - 1903). De term darwinisme is zelf ook voor zeer uiteenlopende en niet altijd onderling verwante ideeën gebruikt. Aan het einde van de 19e eeuw werd met darwinisme echter vooral Darwins theorie van natuurlijke selectie als mechanisme voor het ontstaan van soorten bedoeld. Darwin stelde dat de hoeveelheid grondstoffen in de natuur te klein is om alle individuen binnen een populatie in leven te houden, zodat er een continue strijd om het bestaan is. Herbert Spencer noemde dit principe "survival of the fittest". Darwin had het concept van een strijd om het bestaan niet zelf bedacht, maar overgenomen van de socioloog Thomas Malthus (1766 - 1834), die de groei van de vroeg-19e-eeuwse Britse bevolking bestudeerde. Malthus stelde al in 1798 dat er een grens is aan natuurlijke bevolkingsgroei, omdat er maar beperkte grondstoffen zijn om alle individuen in leven te houden.

Darwin noemde het selecteren van voor de mens gunstige eigenschappen bij het fokken van dieren of veredelen van planten kunstmatige selectie. Darwin zelf beschreef in zijn boek The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex (1882) hoe de opkomst van betere medicijnen tot gevolg had gehad dat de "zwakkere" individuen in de menselijke bevolking een grotere kans op overleven en nageslacht hadden gekregen. Het leek hem een kwalijke zaak dat zowel meer lichamelijk als geestelijk zwakkere individuen geboren werden, en hij steunde onderzoek naar erfelijke ziektes onder kinderen van naaste bloedverwanten. Darwin beschouwde de waarde van mensen als een meetbare feitelijke kwestie. Hij gaf aan dat de daad van het uitroeien van het erfelijk slechtste deel van de bevolking, het nobelste deel van de natuur van de bevolking zou beschadigen. [1] Hij vond dat er nog meer onderzoek nodig was naar de wetten van de erfelijkheid om eugenistische idealen te kunnen verwezenlijken. Hij stelde dat het waarschijnlijk blijvend nodig zou zijn om individuen in de maatschappij bloot te stellen aan een harde strijd om het bestaan, omdat men anders weg zou zinken in ijdelheid.

De statisticus Francis Galton (1822 - 1911) stelde in 1883 dat door vroege huwelijken tussen leden van de sociale bovenklasse te stimuleren, de bevolking als geheel "verbeterd" kon worden. Het idee van kunstmatige selectie bij menselijke populaties noemde hij eugenetica. Het had veel prominente aanhangers in het begin van de 20e eeuw, zoals de Amerikaanse president Theodore Roosevelt. Het idee werd in de jaren 30 misbruikt voor racistische politieke doeleinden zoals o.a. Adolf Hitler. Zijn door hem ontwikkelde politieke wereldbeeld, het Nationaalsocialisme, voegde op selectieve wijze elementen uit de eugenetica en het sociaal darwinisme toe aan haar gedachtegoed. Het kerngeloof van hen was dat er in de loop der evolutie superieure rassen en mindere of gedegenereerde rassen ontstaan waren. Het 'Germaanse ras' en speciaal het Duitse was het verst ontwikkeld en had de plicht, althans volgens Hitler, om de 'mindere rassen' te onderwerpen of uit te roeien zoals in de dierenwereld ook gebeurde, met als gevolg de genocide van door de nazi's als ongewenst beschouwde groepen tijdens de holocaust. De associatie met nazisme bracht eugenetica en sociaal darwinisme sterk in diskrediet. Desondanks zou selectief gebruik van sociaal darwinistische ideeën voor politieke doeleinden ook na de Tweede Wereldoorlog nog tot gedwongen sterilisatieprogramma's in onder andere Australië en India leiden.

Invloed op sociale politiek[bewerken]

De term "sociaal darwinisme" werd voor het eerst gebruikt door de Duitser Oscar Schmidt in 1877. Schmidt stelde dat hoewel socialisten tegen Darwins theorie waren, ze elementen eruit opnamen in hun gedachtegoed. Het idee dat de lagere sociale klassen niet simpelweg lui waren, maar ondanks hard werken niet uit hun positie omhoog konden komen, kwam rond 1900 op. In het Verenigd Koninkrijk zouden politici als David Lloyd George en Winston Churchill van de Liberal Party een omslag veroorzaken door gelijke kansen voor talentvolle individuen van alle sociale klassen te promoten. In de Verenigde Staten sloeg het idee minder aan bij de bovenklasse, die meer zag in filantropie (waarbij de hele onderklasse op gelijke wijze wordt gesteund).

Sociale verandering[bewerken]

Het idee dat de maatschappij zich ontwikkelt was niet nieuw in Malthus' tijd: filosofen van de Verlichting, zoals Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770 - 1831), stelden al dat de maatschappij zich ontwikkelde in opeenvolgende, steeds "hogere" stadia. Het idee van een strijd om het bestaan werd al door Thomas Hobbes (1588 - 1679) beschreven als onderdeel van de natuurtoestand van de mens. Dit leidde ertoe dat er tot in de eerste helft van de 20e eeuw in de Westerse wereld sterk werd neergekeken op de islamitische, Afrikaanse, Indiaanse en Aziatische culturen, die zich in een "lager" stadium van ontwikkeling zouden bevinden en als "primitief" gezien werden.

Nieuw aan het sociaal darwinisme was het idee van een continue selectie van de "sterkeren" in de maatschappij, waardoor de maatschappij zich naar de "hogere" stadia kon ontwikkelen.

Sommige van zulke sociaal darwinistische concepten vormen tegenwoordig onderdeel van de sociale wetenschap, zoals de ideeën over sociale evolutie en culturele evolutie.

Zie ook[bewerken]

Bronnen en verwijzingen

  1. "Nor could we check our sympathy, even at the urging of hard reason, without deterioration in the noblest part of our nature" (Darwin, 1882)
  • (en) Darwin, C., 1882: The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex, vrij beschikbaar op Project Gutenberg
  • (en) Hofstadter, R.; 1944: Social Darwinism in American Thought, 1860–1915.
  • (nl) Hermans, C.A.M.; 2003: De dwaaltocht van het sociaal-darwinisme, Uitgeverij Nieuwezijds, ISBN 90 5712 176 x.