Spaubeek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spaubeek
Sjpaubik / Sjpawbik
Dorp in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Spaubeek
Spaubeek
Spaubeek
Situering
Provincie Vlag Limburg Limburg
Gemeente Vlag Beek Beek
Coördinaten 50° 56′ NB, 5° 50′ OL
Algemeen
Oppervlakte 5,37 km²
Inwoners (2007) 3650
Portaal  Portaalicoon   Nederland
Fragment uit de kaart van Tranchot en Karl von Müffling uit 1803, met daarop de oude kern van Spaubeek (in het rode kader) en linksboven Kasteel Jansgeleen en Jansmolen.

Spaubeek (Limburgs: Sjpaubik of Sjpawbik) is een dorp gelegen in Zuid-Limburg. Het valt na een gemeentelijke herindeling sinds 1982 onder het bestuur van de gemeente Beek en heeft circa 3700 inwoners (2004).

Dorpskern[bewerken]

Spaubeek ligt tegen de helling van het plateau van Schimmert. In de dorpskern van Spaubeek zijn de voormalige buurtschappen Hoeve, Hobbelrade en Looiwinkel opgenomen. De namen van deze buurtschappen zijn nog als straatnamen bewaard gebleven. Spaubeek beschikt over een eigen station.

De parochiekerk van Spaubeek is gewijd aan de heilige Laurentius, en is gebouwd in 1925 door J.E. Schoenmaekers uit Sittard. De kerk staat in de vroegere buurtschap Hoeve.

Geschiedenis van Spaubeek[bewerken]

Spaubeek heeft in oorsprong waarschijnlijk tot de schepenbank Beek behoord. De plaatsnaam betekent waarschijnlijk “dat gedeelte van Beek waar zich de Spalt (een Grubbe) bevindt”. Het naamsdeel ‘–beek’ verwijst niet naar de Geleenbeek, maar naar de Keutelbeek, waaraan eveneens het dorp Beek haar naam dankt.[1] middeleeuwen is er sprake van Over- en Neer-Spaubeek. Over-Spaubeek lag ter hoogte van de huidige Dorpsstraat. Neer-Spaubeek is het oudste deel van het dorp Spaubeek. Het lag in het Geleendal bij kasteel Terborgh en wordt tegenwoordig aangeduid met de benaming Oude Kerk. Hier bevonden zich ook de watermolen van Spaubeek en een hoeve met de benaming ‘Hof van Spaubeek’. Dit laatste goed wordt enkele malen ten onrechte als oude kasteelwoning beschreven. De hoeve behoorde vanaf de late middeleeuwen tot 1702 toe aan het klooster Sint-Gerlach te Houthem, waaraan het haar naam ‘Kloostergoed van Sint-Gerlach’ dankt. De eigenaren van de hoeve dienden de parochiekerk van Spaubeek te onderhouden.[2] Vlak bij de oude kern van Spaubeek lag het omwaterde huis ‘Die Hegghe’, het huidige huis Ten Dijcken, dat haar naam gaf aan de buurtschap Hegge bij Schinnen, maar dat zelf in Spaubeek ligt.[2] In Spaubeek lagen vroeger uitgestrekte leengoederen, waaronder ‘den hof van den Weijer’. Zij behoorden veelal toe aan het leenhof van Sint-Jansgeleen. Het huis Jansgeleen –in de oudste akten aangeduid met de term ‘huis van Spaubeek’ ligt niet ver van het gehucht Hobbelrade. Sinds de oprichting van de heerlijkheid Geleen was het huis de heerlijkheidszetel onder de familie Huyn van Geleen. Vanouds was het kasteel echter verbonden met Spaubeek. De oorspronkelijke eigenaren van het kasteel Spaubeek stamden net als die van Wijnandsrade af van de oude heren van Schinnen. De heren van deze heerlijkheden verkregen dusdanig in de late Middeleeuwen het gezamenlijke benoemingsrecht van de pastoor van de Sint-Dionysiuskerk te Schinnen.[1] De heren van Spaubeek verkregen daarnaast ook nog een deel van de leengoederen, wat mogelijk verklaart, dat een groot deel van de leengoederen van het huis Spaubeek (het latere huis Sint-Jansgeleen) binnen de grenzen van de heerlijkheid Schinnen liggen. Daartoe behoorden onder andere de belangrijke pachthoeven Stammen bij Sweikhuizen, Groot- en Klein-Breinderade bij Nagelbeek en de twee omwaterde herenhuizen Te Broeck en Strijthagen in Hegge.[3] In de negentiende eeuw verplaatste de dorpskern van Spaubeek zich naar het zuiden. In 1837 werd een nieuwe Sint-Laurentiuskerk gebouwd in de buurtschap Hoeve, niet ver van Over-Spaubeek. De oude kerk in Neer-Spaubeek raakte in verval en werd afgebroken. In 1865 bouwde men op de plek van de oude dorpskerk de Sint-Annakapel.

Heerlijkheid Geleen[bewerken]

Op 20 januari 1558 verhief koning Filips II van Spanje de kerspels Geleen en Spaubeek, met het kasteel Sint-Jansgeleen en de daarbij behorende grond, tezamen tot de heerlijkheid Geleen. Vanaf dit moment had de heerlijkheid Geleen een eigen lokale Heer. De eerste Heer van Geleen was Arnold II Huyn van Amstenrade. Zijn nazaten bleven eigenaar van deze heerlijkheid tot de oprichting van het graafschap Geleen in 1654 en per 1664 het graafschap Geleen en Amstenrade.
Per 1796, aan het einde van de Ancien Régime, werd Spaubeek een zelfstandige gemeente, die bij de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1982 opging in de gemeente Beek.

Bezienswaardigheden[bewerken]

  • Complex van het vroegere Kasteel Jansgeleen met ruïne van het slot, gerestaureerde en bewoonde voorburcht (kasteelhoeve met voormalige pachterswoning) en watermolen Borgermolen aan de Geleenbeek.
  • Sint-Annakapel in buurtschap Oude Kerk, even ten noorden van station Spaubeek. Op het oude kerkhof bevindt zich een grafsteen uit 1733.
  • Het Huis Ten Dijcken, een zeventiende-eeuwse herenhuizing op de plek van het voormalige huis De Hegge aan de Heggerweg.
  • Sint Jansmolen, een watermolen die voorheen op de Geleenbeek lag, maar door kanalisatie nagenoeg droog staat.
  • Aan de straat Hobbelrade staan nog verschillende oude boerderijen en huizen gebouwd van mergelsteen of in vakwerkstijl.
  • Het Stammenderbos ten noordoosten van het dorp.
  • Het Vrouwenbos ten westen van het dorp.

Zie ook[bewerken]

Fotos[bewerken]

Externe link[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Sint-Jansgeleen, Prof. dr. M.J.H.A. Schrijnemakers, 1985 (deel 9 uit de serie Wat Baek ós bud), Beek
  2. a b Leen- en laathoven en hun goederen in Schinnen deel I. R.Vonk in Historiek 2010, Schinnen
  3. Leen- en laathoven en hun goederen in Schinnen deel I. R.Vonk in Historiek 2009, Schinnen