Tenochtitlan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zicht op Tenochtitlan, Jan Karel van Beecq (1638-1722)
Tenochtitlan, Jan Karel van Beecq (1638-1722)

Tenochtitlan [tɛ.nɔtɕ.tɪ.tɬaːn]? (Spaans: Tenochtitlán) was, ten tijde van de Azteken, de naam van huidig Mexico-Stad. Ze had, ten tijde van de komst van de Spanjaarden (aanvang 16e eeuw), 200.000 inwoners en was daarmee een van de grootste steden ter wereld. De stad is niet te verwarren met Teotihuacán, een veel oudere stad die ongeveer 60 kilometer meer naar het noorden lag.

Volgens de legende trokken de Azteken door het land tot zij de voorspelling van hun priesters zagen uitkomen. Deze hadden gezegd dat zij zich moesten vestigen op de plaats waar zij een arend op een cactus met een slang zagen vechten. Deze scène is ook afgebeeld op het wapenschild van Mexico.

De stad werd in 1325 op een eiland in het Texcocomeer gesticht. Op een ander eiland in het meer bevond zich Tlatelolco dat zich politiek verbond met Tenochtitlan, maar toch een zekere zelfstandigheid wist te bewaren. Tenochtitlan ontwikkelde zich tot de hoofdstad van het Aztekenrijk, dat ontstond uit een bondgenootschap met Texcoco en Tlacopan. De schatting die uit de onderworpen provincies binnenkwam werd in een verhouding 5:3:1 verdeeld.

De stad werd ten dele op palen verder het meer in gebouwd. De stad was met drie dammen met het vasteland verbonden. Deze wegen kwamen bij de hoofdtempel bijeen, die aan Huitzilopochtli, de zonnegod, en Tlaloc, de regengod, gewijd was. Op de plaats van de tempel staat nu de kathedraal van Mexico-Stad, zij het dat de tempelpyramide waar de tempel op stond, heel wat groter was.

Landbouw werd bedreven door veldjes in de meren aan te leggen, op te hogen tot een soort terpen, de Chinampas. Tussen de Chinampas lag nog het water van het meer in een kanaal, waarlangs maïs en groenten verbouwd werden. De waterstand werd beheerst middels een ingewikkeld systeem van dijken en sluizen. Op deze wijze hebben de Azteken een bijzonder en rijk landbouwgebied geschapen. Een beeld van hoe dit er uitgezien moet hebben is te vinden in de wijk Xochimilco.

In de jaren 1519-1521 werd de stad,na het Beleg van Tenochtitlan, veroverd door Hernando Cortés met hulp van zijn bondgenoten uit Tlaxcala en verwoest. Op de puinhopen werd Mexico-Stad gebouwd. Dat een aantal gebouwen, die toen werden gebouwd, inmiddels met een trapje naar beneden moet worden betreden heeft te maken met het inklinken van de drassige bodem waarop de Spanjaarden de stenen gebouwen plaatsten.

Tijdens de twintigste eeuw kwamen, tot verrassing van velen, tijdens een verbouwing langs de Zócalo, het centrale plein van de stad, de resten tevoorschijn van de Templo Mayor. Deze zijn tegenwoordig toegankelijk voor het publiek; losse vondsten zijn deels te zien in het museum ernaast.