Valkparkiet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Valkparkiet
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Familie (wilde) valkparkieten in Australië. Vlnr: vrouwtje, onvolwassen vogel, mannetje en nog twee onvolwassen vogels.
Familie (wilde) valkparkieten in Australië. Vlnr: vrouwtje, onvolwassen vogel, mannetje en nog twee onvolwassen vogels.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Psittaciformes (Papegaaiachtigen)
Familie: Cacatuidae (Kaketoes)
Geslacht: Nymphicus
Soort
Nymphicus hollandicus
(Kerr, 1792)
Verspreidingen binnen Australië
Verspreidingen binnen Australië
Afbeeldingen Valkparkiet op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Valkparkiet op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De valkparkiet (Nymphicus hollandicus) is een endemische vogelsoort uit Australië. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, behoort deze vogel niet tot de parkieten maar tot de kaketoes. De vogel is een in Nederland en België vrij populaire volière- en kooivogel.

Kenmerken[bewerken]

De (in het wild voorkomende) valkparkiet is 30 tot 33 cm lang. De vogel is overwegend grijs met witte vlekken op de vleugels ("schouders"). De vogel heeft een lange staart waarvan de middelste staartpennen langer zijn dan de buitenste. Het mannetje heeft een bleekgele kop en een opvallende rechtopstaande kuif, verder een oranjerode vlek op de oorstreek ("wang"). Bij het vrouwtje is het geel en het rood wat doffer van kleur. Bij het vrouwtje is een regelmatig patroon van horizontale donkere strepen zichtbaar op de buitenste staartveren. Bij mannetjes zijn de staartveren egaal gekleurd.[2]

Taxonomie[bewerken]

De wetenschappelijke naam van de valkparkiet werd in 1792 gepubliceerd door de Schotse schrijver/vertaler Robert Kerr als Psittacus hollandicus. In 1832 werd de soort door Johann Georg Wagler in het geslacht Nymphicus geplaatst, toen nog samen met Psittacus bisetis Latham 1790, nu Eunymphicus cornutus (Gmelin, 1788).[3] Nymphicus is inmiddels een monotypisch geslacht. Onderzoek van mitochondriaal DNA, gepubliceerd in 1999, heeft aangetoond dat de valkparkiet geen echte parkiet (of papegaai) is, maar een kleine kaketoe. De valkparkiet is het meest verwant met de donkergekleurde kaketoes van het geslacht Calyptorhynchus.[4]

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De valkparkiet komt in het wild voor in het drogere binnenland van Australië. Daar is de vogel wijd verspreid, maar ontbreekt in het uiterste noordoosten van Queensland, de oostelijke kuststreek, het zuidoosten van Australië en het uiterste zuidwesten van West-Australië. Het leefgebied bestaat uit half open bebost gebied, scrublands, grasland, boomaanplantingen langs waterlopen, agrarisch gebied (graan- en stoppelvelden, weiland) en langs wegen. De vogel is soms zeer talrijk, maar het voorkomen heeft een grillig (nomadisch) karakter.[2]

Uit gevangenschap ontsnapte vogels vormden verwilderde populaties in Puerto Rico. De valkparkiet heeft een enorm groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op de status kwetsbaar (voor uitsterven) gering. De grootte van de wilde populatie is niet gekwantificeerd, maar er is geen aanleiding te veronderstellen dat de soort in aantal achteruit gaat. Om deze redenen staat de valkparkiet als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Valkparkiet als kooivogel[bewerken]

Elizabeth Gould (echtgenote van John) met een valkparkiet in haar rechterhand

Geschiedenis[bewerken]

John Gould was de eerste die valkparkieten uitgebreid beschreef in zijn boek The birds of Australia (1839). In 1850 werden de eerste Europese valkparkieten geboren in Duitsland. In Nederland werden in 1865 de eerste valkparkieten gekweekt, en in België in 1870.[bron?]

Gekweekte valkparkieten[bewerken]

Van de valkparkiet zijn een groot aantal kleurvariëteiten gekweekt, zoals de lutino, opaline (gepareld), albino, witmasker, geelwang, pale en bronzefallow, dominant pastel en bleekmasker. Het geslachtsverschil is weinig opvallend - de mannetjes ('man') hebben een gele kop en kuif, het vrouwtje ('pop') heeft een minder gele kop, wat vooral bij onderlinge vergelijking van een paartje opvalt, Als er nog geen paartjes gevormd zijn is het ook waar te nemen aan de staartveren (Zolang er geen sprake is van een Albino of Lutino). Bij het vrouwtje (de "pop") is een regelmatig patroon van zwarte strepen zichtbaar op de buitenste staartveren. Bij mannen zijn de staartveren meestal egaal gekleurd. Maar Kenners kunnen het eerder aan bepaalde gedragingen zien, mannetjes vertonen machogedrag. Ze wegen 80 à 110 gram en zijn ongeveer 30 tot 33 centimeter lang (kop-staart).[bron?]

Eigenschappen als huisdier[bewerken]

Valkparkieten kunnen goed als huisdier worden gehouden maar aspirant-valkparkiethouders moeten zich realiseren dat vooral de mannetjes erg luidruchtig kunnen zijn en dat de veren stof produceren, er zijn speciale onderdonsveren die tot een soort poeder uit elkaar vallen, net als bij duiven. Vooral als ze in de eerste 8 levensweken veel met mensen in contact komen kunnen ze erg tam worden en ze hebben meestal een zachtaardig karakter. Meer agressieve, kleine kooivogels zoals de grasparkiet kunnen valkparkieten verwonden. Echter, een angstige of boze valkparkiet kan wel hard bijten als hij dat wil. Een oudere valkparkiet die als jong dier niet handtam gemaakt is, wordt soms helemaal niet meer tam. Er zijn daarom kwekerijen waar de vogel (soms tegen extra betaling) tam wordt gemaakt. Kortwieken maakt het tam maken meestal eenvoudiger omdat de vogel zich niet zo makkelijk meer aan zijn baasje kan onttrekken. Men heeft dan in ieder geval tot de volgende rui de tijd. Kijk ook of de valkparkiet een ring om zijn poot heeft; deze kan links of rechts worden aangebracht. Zo kan men met zekerheid zeggen of de vogel inderdaad nog jong is. Tam maken begint met de vogel uit de hand te laten eten. De valkparkiet is van nature sociaal en nieuwsgierig en zal als hij zich eenmaal op zijn gemak voelt, zelf initiatief nemen. Valkparkieten kunnen geluiden als fluitjes en ook woorden imiteren.[bron?]

Dieet[bewerken]

Valkparkieten eten voornamelijk grof parkietenzaad, daarnaast wordt aangeraden om ook met grote regelmaat groenvoer aan te bieden. Er moet ook dagelijks vers drinkwater beschikbaar zijn. Naast grof parkietzaad bestaan er ook totaalvoeders in de vorm van pellets. Sommigen vinden pellets minder gewenst omdat ze de functie van de krop overbodig maken. Anderen zijn van mening dat pellets een volwaardiger voer zijn. Om de krop goed te laten werken heeft de parkiet maagkiezel nodig in de kooi, waarvan hij er af en toe een naar binnen werkt. Dit is namelijk nodig voor de vermaling van het eten in de krop. .

Wanneer men met valkparkieten wil kweken dus wanneer een mannetje en een vrouwtje bij elkaar worden gezet en er jongen worden verwacht, kan er eivoer worden bijgegeven. Dit is normaal gesproken niet nodig om de vogels gezond te houden.

Kooi[bewerken]

De afmeting van de kooi is minstens 40×50×60 cm, en dan nog wel af en toe buiten de kooi laten vliegen. Tralies dienen horizontaal te lopen om klauteren mogelijk te maken. Natuurlijk is het beter om een ruimer onderkomen voor de valkparkiet te kiezen zodat deze volledig tot zijn recht komt. Een volière, buiten of binnen, is ideaal voor een valkparkiet, die dan te allen tijde zijn vleugels kan strekken.

Ziekte[bewerken]

Een zieke valkparkiet is vaak te herkennen aan een ander gedrag dan normaal. Hij zit bijvoorbeeld bol in de veren of slaapt zelfs de hele dag. Een zieke valkparkiet slaapt daarnaast over het algemeen op twee poten in plaats van een. Ga met een zieke valkparkiet zo snel mogelijk naar de dierenarts om een diagnose te laten stellen. Mocht de valkparkiet namelijk de zogenaamde papegaaienziekte hebben dan is behandeling bij de mensen die met de besmette dieren in aanraking zijn geweest soms ook noodzakelijk. De meeste ziektes van valkparkieten zijn simpel te genezen.

Kweek[bewerken]

Het kweken van Valkparkieten is niet zo erg lastig, het is wel lastig om goede koppels te vinden. De mannetjes hebben feller gekleurde rode wangen dan de pop, al is dit niet bij alle kleurmutaties te zien. Om een mutatie koppel te vinden, zet je 2 valken bij elkaar, te veel eieren 2 poppen, geen eieren 2 mannen, normaal aantal eieren een koppel. Valkparkieten hebben genoeg aan een hoog broedblok (25×25×35 cm) met een opening van 8 cm doorsnede, let er wel op dat de onderkant is uitgehold, zodat de eieren niet van elkaar vandaan gaan liggen. Een pop legt 3-9 witte eieren en broedt 18-21 dagen waarin zij wordt bijgestaan door het mannetje. Na 4-5 weken vliegen de eerste jongen uit en na 7-8 weken zijn zij zelfstandig. Na 9 maanden zijn Valkparkieten geslachtsrijp, maar aangeraden wordt om langer te wachten om ze voor de kweek in te zetten. Het mannetje krijgt ook pas later zijn felle kleuren.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (en) Valkparkiet op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. a b (en) Pizzey, G & R. Doyle, 1980. A field guide to the birds of Australia. Collins, Sydney.
  3. BirdCitationView worldbirdinfo.net
  4. Brown, D.M. & Toft, C.A. (1999): Molecular systematics and biogeography of the cockatoos (Psittaciformes: Cacatuidae). Auk 116(1): 141-157.