Vladimir Potanin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vladimir Potanin

Vladimir Olegovitsj Potanin (Russisch: Владимир Олегович Потанин) (Moskou, 3 januari 1961) is een Russische zakenman. Hij was de stichter en is de huidige directeur van Oneksimbank. Hij is ook (via zijn financieel-industriële conglomeraat Interros) grootaandeelhouder van Norilsk Nikkel en wordt beschouwd als een van de invloedrijkste Russische oligarchen. Zijn vermogen werd door Forbes in 2008 geschat op 19,3 miljard dollar, maar dat kelderde door de crisis naar 'slechts' 2,1 miljard in 2009.[1] In maart 2013 was zijn vermogen weer gestegen naar 14,3 miljard.[2] Hij heeft een vrouw en 3 kinderen.

Leven[bewerken]

Sovjet-Carrière[bewerken]

Vladimir Potanin werd geboren in 1961 in een invloedrijke Russisch familie van communisten. Zijn vader was lid van het Centrale Comité van de CPSU en onderdeel van het Sovjet-Ministerie van Handel. Potanin was lid van de Komsomol en studeerde af aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen van Moskou, een eliteschool waar studenten werden opgeleid voor de KGB en functies in de regering. Hij werkte vervolgens net als zijn vader voor het Ministerie van Handel.

Interros[bewerken]

In 1991 vestigde hij met een aantal vennoten van het Handelsministerie het handelsbedrijf Interros. Dit bedrijf werd gesteund door het ministerie en een aantal leden binnen de communistische hiërarchie, waardoor -met hulp van communistische fondsen- het bedrijf succesvol werd. Interros was en is een internationale handelsorganisatie die handelt in non-ferrometalen (onder andere aluminium, koper en lood). Met het geld dat hij hiermee verdiende, zette hij twee banken op: Oneksimbank en MFK, waar veel staatsbedrijven hun bankrekeningen plaatsten, mede waardoor ze uitgroeiden tot de derde en vierde bank van het land. Hij werd hierdoor ten tijde van Jeltsin ook wel gezien als een van de Zeven bankiers.

Interros werd een belangrijke speler bij het wisselen van de toen zwakke Roebels voor Dollars, hetgeen mogelijk was door Potanins connecties bij de overheid. Veel directeuren van staatsbedrijven sloten namelijk leningen af bij de Russische centrale bank (20 tot 30% rente per jaar) en wisselden de roebels die ze kregen meteen in voor dollars, om de gierende hyperinflatie (2500% in 1992, 850% in 1993) voor te zijn. Later wisselden ze een gedeelte van hun dollars weer om naar roebels en betaalden de leningen met gemak weer terug. Het overgebleven deel van hun geld gebruikten ze om andere bedrijven op te kopen of zetten ze op buitenlandse bankrekeningen. Naar schatting werd op deze manier tussen 1992 en 1997 65 miljard dollar naar buitenlandse bankrekeningen weggesluisd.

"Leningen voor aandelen"[bewerken]

Potanin was een van de bedenkers van het "Leningen voor aandelen"-programma uit 1995 en 1996, waarbij de Russische regering aandelen in staatsindustrieën verhandelde voor leningen. Het controversiële programma werd geaccepteerd door de Russische regering, die een gebrek had aan geld en werd uitgevoerd door middel van veilingen, waarvoor alleen bepaalde bieders werden uitgenodigd, meestal onder sterke invloed van de dochter van president Boris Jeltsin; Tatjana Djatsjenko. Het programma was omstreden omdat een clausule in het programma was opgenomen, dat als de staat de rekeningen niet op tijd zou aflossen, de verstrekkers -de Russische oligarchen- de aandelen mochten verkopen en een derde van de opbrengst in eigen zak mochten steken, terwijl de rest naar de regering zou gaan.[3] Onder de bieders bij de veilingen was ook Potanin. Tijdens de transitie van Rusland naar een open-markt economie verkreeg hij de controle over meer dan 20 voormalige staatsbedrijven.

Norilsk Nikkel[bewerken]

In 1997 kocht hij op een van de controversiële veilingen voor 170,1 miljoen dollar via zijn Oneksimbank een meerderheidsbelang in het bedrijf Norilsk Nikkel (de openingsprijs was 170 miljoen dollar). Dit bedrijf had destijds een schuld van 4 miljard dollar, een loonbetalingsachterstand van 4 maanden en de jaarlijkse verliezen werden door het management geschat op 800 miljoen dollar. Potanin stripte het bedrijf van alles wat geen winst opleverde en maakte het weer winstgevend. In 2004 was het bedrijf 11,7 miljard dollar waard[4] en in september 2006 bedroeg de marktkapitalisatie 26,5 miljard dollar. Overigens moest hij in 2000 140 miljoen terugbetalen aan de staat, omdat hij het bedrijf te goedkoop zou hebben verkregen.[5] Voor de werknemers van Norilsk Nikkel, dat haar belangrijkste onderdelen heeft rond de stad Norilsk in Noord-Siberië, betekende het winstgevend maken van het bedrijf echter wel dat een groot deel van hen op straat kwam te staan, veel sociale voorzieningen werden afgestoten naar de stad (die geen geld had om ze te onderhouden)[6] en de Norilsk-spoorlijn volledig werd ontdaan van passagierstransport.

Eerste vicepremier en Svjazinvest[bewerken]

Vanaf augustus 1996 was Potanin eerste vicepremier onder Tsjernomyrdin en daarmee de derde man van Rusland. Hij was toen verantwoordelijk voor het economische en financiële beleid. In maart 1997 trad hij echter af na beschuldigingen vanuit de oppositie dat hij zijn zakelijke en politieke belangen niet wist te scheiden. Potanin verklaarde zelf: "Om in het bedrijfsleven succesvol te zijn, moet je goede politieke connecties hebben. En hoe minder wetten er in een land gelden, hoe meer connecties je nodig hebt."[7] Oligarchen Berezovski en Goesinski waren tegen op Potanins politieke positie geweest en toen in juli 1997 Oneksimbank ook nog bij een veiling een kwart van de aandelen verkreeg van het geprivatiseerde telecombedrijf Svjazinvest was voor hen de maat vol. Ze startten een lastercampagne tegen hem via hun tv-kanalen NTV en ORT, waarin werd gesteld dat Potanin tijdens zijn regeringsperiode twee derde van het staatsbudget zou hebben laten overhevelen naar Oneksimbank. Bovendien zou hij samen hebben gewerkt met Tsjoebajs om Svjazinvest toe te laten wijzen aan Oneksimbank.[8][9] Ook vicepremier Nemtsov, die staatsbezit zou hebben verkwanseld aan het buitenland (Deutsche Bank en investeerder George Soros kregen ook een deel van Svjazinvest in handen), was onderdeel van deze lastercampagne.[10]

In 1998 was hij volgens Forbes de rijkste man van Rusland. Door de Roebelcrisis van dat jaar kwam Potanins imperium echter onder druk te staan, maar hij wist toch door vele bedrijven op te zetten een groot deel van zijn persoonlijke eigendommen te beschermen.

Na de Jeltsin-jaren[bewerken]

Bij de Russische presidentsverkiezingen van 2000 steunde hij Vladimir Poetin. Na diens opening van een groot aantal zaken tegen de Russische oligarchen, bleef hij, afgezien van de eerder genoemde bijbetaling van 140 miljoen voor Norilsk Nikkel, buiten schot. Hij wordt gezien als een invloedrijk zakenman met goede relaties met de Russische overheid.

Potanin is lid van de Raad van de Russische Unie van Industrialisten en Ondernemers en van de Russische Federale Regeringsraad voor Ondernemerschap.

In de nazomer van 2006 startte hij als presentator van het tweede seizoen van de Russische versie van realityshow The Apprentice, die in Rusland onder de naam Kandidat wordt uitgezonden.

Liefdadigheid[bewerken]

Om zijn imago in het westen te verbeteren werd hij donateur van de Solomon R. Guggenheimstichting, waaraan hij jaarlijks 1 miljoen dollar schenkt. Hij werd ook opgenomen in de raad van commissarissen van het Guggenheim Museum in New York. Daarnaast zette hij een liefdadigheidsfonds op in Rusland dat onderwijsprojecten uitvoert en deel neemt aan The Greater Hermitage Project van UNESCO.

In mei 2002 kocht hij het meesterwerk Zwart vierkant van de Oekraïense kunstschilder Kazimir Malevitsj aan voor het Russische Ministerie van Cultuur, dat nu permanent wordt geëxposeerd in de Hermitage van Sint-Petersburg.

Media-aandelen[bewerken]

Potanin was eigenaar van de krant Izvestia. Op 3 juni 2005 verkocht hij de krant echter aan Gazprom.[11] De Komsomolskaja Pravda is nog wel in zijn eigendom, maar gezien het feit dat hij voor de verkoop van Izvestia al een hoofdredacteur naar huis stuurde vanwege een kritisch artikel over de gijzeling in Beslan[12], lijkt deze krant ook niet onafhankelijk te zijn.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Forbes - The World's Billionaires 2009
  2. Forbes Vladimir Potanin, geraadpleegd op 13 februari 2014
  3. Universiteit Leiden Joop de Kort, De Jeltsin jaren, economische hervormingen geboekstaafd (PDF)
  4. Interros «Interros» Assets: «Norilsk Nickel» (geraadpleegd op 16 september 2006)
  5. NRC Handelsblad Poetin verklaart tycoons de oorlog - 18 juli 2000
  6. NRC Handelsblad, IJsfossiel van de Sovjet Unie, Garnalen en champagne
  7. Insudok Hans van Bodegom, Ruslands rijksten
  8. RusNet Encyclopedie: Svjazinvest
  9. De Groene Amsterdammer Onno Hansen, De bazen van Rusland - 2 september 1999
  10. RusNet Encyclopedie: Boris Nemtsov
  11. The Times Jeremy Page, Kremlin buys Izvestia to extend media control
  12. Uitpers Freddy de Pauw, Russische media ruiken naar olie en gas. nr. 66, juli-augustus 2005