Weefselkweek (dier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Weefselkweek is een techniek in ontwikkeling om weefsels of organen te kweken. Soms gebeurt dit met behulp van proefdieren. Het ontstane weefsel of orgaan kan gebruikt worden voor transplantatie. Eén van de te nemen obstakels is het doorbloeden van het weefsel. Daarom worden de eerste toepassingen verwacht bij dunne weefsels, zoals de huid en de blaaswand.

Bot en kraakbeen[bewerken]

In Nederland wordt in Amsterdam, Eindhoven, Enschede en Groningen universitair onderzoek gedaan naar de kweek van bot en kraakbeen. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden met stamcellen uit het beenmerg, maar ook uit vetweefsel.

Blaas[bewerken]

In 2006 bleek dat enkele patiënten al een aantal jaren met een gekweekte blaas leefden. Zij hadden spina bifida en werden behandeld met eigen blaasweefsel. Om de nieuwe blaas te maken gebruikten de wetenschappers cellen van de niet werkende eigen blaas. De cellen werden in het laboratorium vermeerderd. Vervolgens werden ze op een kunststof blaasvormige ballon geplaatst. Zo groeiden de cellen in de vorm van een blaas. De voorbereiding nam zestien jaar in beslag.

Na minder dan twee maanden kweken kon de kunstblaas in het lichaam van de patiënt worden geplaatst. Daar loste de kunststof ballon vanzelf op, waardoor alleen het weefsel overbleef. Dat gebeurde al bij negen patiënten in de jaren 1999 tot en met 2001. Vervolgens werden zij jaren lang gevolgd om te controleren of de behandeling werkte.

Inmiddels leven drie jongens en vier meisjes in de leeftijd van vijf tot negentien jaar al vijf jaar met de gekweekte blaas.

Cornea (oog)[bewerken]

In Italië wordt gewerkt aan het herstel van de cornea met cellen die gekweekt zijn uit stamcelachtige cellen uit het onbeschadigde oog.

Hartklep[bewerken]

Onderzoek naar de kweek van hartkleppen uit stamcellen uit de navelstreng is relatief ver gevorderd. Zo kunnen de cellen met een punctie uit de navelstreng worden gehaald. Met deze cellen kan een hartklep gekweekt worden die al klaar is vóór de geboorte. Voordeel is dat een hartklep van eigen weefsel meegroeit waardoor de baby niet meer geopereerd hoeft te worden voor steeds een grotere hartklep zoals nu het geval is.

Huid[bewerken]

In verschillende ziekenhuizen is er de mogelijkheid om langdurige, therapieresistente wonden (bijvoorbeeld een ulcus cruris decubitus wond, trauma wond of diabetische voetwond) te sluiten met autologe (eigen) huid. De huid wordt gekweekt uit minimaal 2 kleine ponsbiopten van 3 millimeter. In de kweekperiode van 3 weken worden in het dermatologisch laboratorium 2 biopten van 3 millimeter opgekweekt tot een stukje eigen huid van anderhalve vierkante centimeter. De zo gekweekte huid product wordt ook wel tiscover genoemd. Dit is een autoloog huidproduct van 2 tot 3 cm2 dat gekweekt wordt van lichaamseigen cellen van de patiënt. Het is autoloog en huid van volledige dikte (epidermale en dermale laag) en zorgt zo voor een sterke stimulering van het inerte wondbed, ingroei van de eigen huid en daardoor sluiting van de wond.

Oor[bewerken]

In 1995 is een studie gedaan om een oor te kweken. Een muis, genaamd “Mickey”, fungeerde als een basis voor het kweken van een menselijk oor. Dokter Charles Vacanti van de Universiteit van Massachusetts (geassisteerd door Dokter Linda Griffith-Cima van het MIT) plaatste bij de muis een constructie op zijn rug in de vorm van een oor. Het gebruikte materiaal bestond uit een nieuw soort poreus biologisch afbreekbaar polyester en was bezaaid met levende (menselijke) kraakbeencellen. De constructie werd vervolgens op de rug van de haarloze muis geïmplanteerd. De cellen hechtten zich vast aan de plastic vezels en groeiden langzamerhand in de vorm van de plastic constructie. Na verloop van tijd loste het model op, maar de kraakbeencellen bleven de vorm aanhouden. Het nieuwe weefsel leek nu op een driedimensionaal, menselijk oor. Dit oor had echter geen functie, aangezien het geen verbinding had met het zenuwstelsel en niet de inwendige structuur van een oor had. De muis bleef gedurende het gehele experiment gezond en in leven. De muis was in deze studie nodig om voor de benodigde warmte en voeding voor de groeiende cellen te zorgen. Hij had een defect immuunsysteem, dat ervoor zou zorgen dat hij het menselijke weefsel niet zou kunnen afstoten. Het idee voor deze studie kwam voort uit het idee van een plastisch chirurg. Deze was geïnteresseerd in het ontwikkelen van technieken die het mogelijk zouden maken om kinderen die uitwendige oorvervormingen hadden of die hun oor verloren hadden in een ongeluk, een nieuw oor te geven. Deze studie zou moeten gelden als een voorbeeld voor de vooruitgang in het kweken van weefsel. De geleerden hopen dat ontwikkelingen in deze techniek ooit zullen helpen om het mogelijk te maken oren, neuzen, huid, botten en zelfs inwendige organen te kweken.