Wet maatschappelijke ondersteuning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een Nederlandse wet.

Inhoud

[bewerken] Positie

De wet vormt de basis van het stelsel van Zorg en Welzijn. Dit stelsel bestaat naast de Wmo ook uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet (ZVW). De Wmo is van kracht sinds 1 januari 2007 en verving de Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en delen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

[bewerken] Uitvoering

De Wmo wordt uitgevoerd door de gemeenten. Zij hebben veel beleidsvrijheid om de uitvoering zelf vorm te geven waardoor de uitvoering per gemeente sterk kan verschillen. De regering verwacht dat gemeenten via de Wmo de zorg flexibel kunnen verstrekken en een grotere inzet van mantelzorgers en vrijwilligers kunnen realiseren. De verwachting is dat de kosten voor de AWBZ zo worden teruggedrongen. Deze kostenbesparing verwacht de regering te kunnen realiseren door de gemeente een budget te geven voor de uitvoering van de Wmo. Eventuele tekorten zullen door de gemeente zelf gedragen moeten worden. In het eerste jaar is veel onrust ontstaan onder thuiszorgorganisaties. Ze constateerden dat veel gemeenten vooral de goedkopere alpha-hulp indiceerden. Bij de aanbesteding die vooraf ging aan de invoering van de Wmo hadden de thuiszorginstellingen daar niet op gerekend; gevolg dreigende ontslagen van hoger opgeleid personeel en tekort aan alpha-hulpen. Veel gemeentes hebben hierop nieuwe afspraken gemaakt met de thuisorganisaties waar zij contracten mee hadden afgesloten. Deze afspraken hebben veelal de vorm van overgangsregelingen. 2008 Wordt een belangrijk jaar voor de Wmo omdat dan voor de meeste gebruikers van de voorzieningen van de Wmo de overgangsperiode afloopt; dan zal pas echt zichtbaar worden welke gevolgen de wet voor veel mensen heeft.

[bewerken] Inhoud

De Wmo vormt de basis van het gemeentelijk welzijnsbeleid. Kern van de wet is dat gemeenten burgers in staat moeten stellen om mee te doen aan de samenleving ('participeren'). De opdracht aan gemeenten is vorm gegeven in een aantal 'velden'. In feite beslaat de Wmo het oude welzijnsbeleid, aangevuld met de huishoudelijke verzorging, die voor 2007 uit de AWBZ werd gefinancierd. Onder de Wmo zijn gemeenten deze hulp gaan aanbesteden. Om het verschil met het systeem voor 2007 duidelijk te maken spreken zij over Hulp bij het huishouden. Ook de bestrijding van huiselijk geweld, de verzorging van Vrouwenopvang en de zorg voor dak- en thuislozen (Maatschappelijke Opvang) vinden plaats op basis van de Wmo door de gemeenten.

De verwachting was dat op termijn meer onderdelen van de AWBZ naar de Wmo zouden worden overgeheveld. Anno 2009 is daarvan nog geen sprake. Wel zijn onderdelen uit AWBZ geschrapt (de psycho-sociale grondslag bijvoorbeeld) waardoor een toeloop naar gemeentelijke loketten wordt verwacht. De gemeenten zijn hiervoor dan ook financieel gecompenseerd. Bij de behandeling in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel Wmo zijn er aanzienlijke veranderingen in het wetsontwerp doorgevoerd. Allereerst werd in de wet opgenomen dat gemeentes verplicht zijn de burgers keuze te bieden uit een natura-voorziening of een persoonsgebonden budget, waarmee de zorg of hulp zelf ingekocht kan worden. Daarnaast is de compensatieplicht opgenomen. Door de compensatieplicht zijn gemeenten verplicht de beperkingen (zoals huishoudelijke beperkingen) die iemand ondervindt te compenseren door voorzieningen aan te bieden. Vanuit de Wmo zijn gemeentes verplicht Wmo-loketten te openen. De burger moet via dit loket toegang krijgen tot alle Wmo- en AWBZ-voorzieningen.

[bewerken] Externe links

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken