Woestijnknobbelzwijn
| Woestijnknobbelzwijn IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Phacochoerus aethiopicus (Pallas, 1766) |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
Het woestijnknobbelzwijn (Phacochoerus aethiopicus) is een zwijn uit de familie der varkens (Suidae). Het komt nog voor in de woestijnen van de Hoorn van Afrika (ondersoort delamarei). De ondersoort van Zuid-Afrika, P. a. aethiopicus, is nu uitgestorven.
Het woestijnknobbelzwijn heeft een kop-romplengte van 100 tot 150 cm, een staartlengte van 35 tot 45 cm, een schofthoogte van 50 tot 75 cm en een gewicht van 45 tot 100 kilo. Het lijkt veel op het gewone knobbelzwijn (P. africanus), maar is erg gespecialiseerd naar een drogere omgeving. Het is ook iets kleiner.
De twee ondersoorten, die op grote afstand van elkaar voorkomen of voorkwamen, waren waarschijnlijk in de laatste ijstijd, zo'n 20 000 jaar geleden, verbonden door een "woestijncorridor". Tegenwoordig overleeft P. a. delamarei in een habitat dat veel droger is dan die waarin het gewone knobbelzwijn kan leven.
Het woestijnknobbelzwijn graast en graaft wortels en knollen op met zijn harde, scherpgepunte lippen.
Er bestaan twee ondersoorten:
- Phacochoerus aethiopicus delamerei, uit de woestijnen van de Hoorn van Afrika
- Phacochoerus aethiopicus aethiopicus, Kaap en Karoo, uitgestorven
Bronnen, noten en/of referenties: