Abjad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor het cijfersysteem, zie Abjadcijfers.

Een abjad of consonantschrift is een soort schrift waarin (in tegenstelling tot ''echte'' alfabetten) elke letter of glief staat voor een medeklinker, in feite wordt het aan de lezer overgelaten om zelf een geschikte klinker erbij te lezen. Zogenaamde onzuivere abjad's vertegenwoordigen klinkers - met ofwel optionele diakritische tekens, een beperkt aantal verschillende klinkerletters, of beide. De naam abjad is gebaseerd op de eerste (in de oorspronkelijke volgorde) vier letters van het Arabische alfabet - die overeenkomen met a, b, j, d. De naam werd geïntroduceerd ter vervanging van de meer algemene term "consonantschrift" bij het beschrijven van de familie van schriften geclassificeerd als "West-Semitisch".

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

De naam "abjad" (abjad أبجد) is afgeleid van het uitspreken van de eerste letters van de Arabische alfabetvolgorde, in de oorspronkelijke volgorde. De volgorde (abjadī) van Arabische letters kwam vroeger overeen met dat van de oudere Fenicische, Hebreeuwse en Semitische proto-alfabetten: namelijk, aleph, bet, gimel, dalet.

Terminologie[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens Peter T. Daniels, [1] verschillen abjad's van alfabetten doordat slechts medeklinkers worden gebruikt als de basisgrafemen. Abjad's verschillen van abugida's, een andere categorie die door Daniels wordt gedefinieerd, in de zin dat in abjad's de klinker wordt geïmpliceerd door fonologie, en waar klinkertekens bestaan in het schrift (zoals Niqqud voor het Hebreeuws en ḥarakāt voor het Arabisch) is hun gebruik optioneel en niet de dominante (of geletterde) vorm. Abugida's duiden alle klinkers aan (behalve de "inherente" klinker, meestal /a/) met een diakritisch teken (een kleine toevoegsel aan de letter) of een op zichzelf staande letter. Sommige abugida's gebruiken een speciaal teken om de inherente klinker te onderdrukken, zodat alleen de medeklinker goed kan worden aangeduid. In een syllabisch schrift duidt één teken één volledige lettergreep aan, dat wil zeggen ofwel een enkele klinker of een combinatie van een klinker met een of meer medeklinker(s).

Oorsprong[bewerken | brontekst bewerken]

Een exemplaar van het Proto-Sinaitische schrift met een zin die 'naar Baälat' kan betekenen. De lijn die van linksboven naar rechtsonder loopt, luidt mt l bclt.

Het eerste abjad dat op grote schaal werd gebruikt, was het Fenicische abjad. In tegenstelling tot andere schriften uit die tijd, zoals het spijkerschrift en Egyptische hiërogliefen, bestond het Fenicische schrift uit slechts enkele tientallen tekens. Dit maakte het schrift gemakkelijk te leren en zeevarende Fenicische handelaren namen het schrift mee over de toen bekende wereld.

Het Fenicische abjad was een radicale vereenvoudiging van het fonetische schrijven, omdat hiërogliefen van de schrijver eisten dat hij een hiëroglief koos dat begon met hetzelfde geluid dat de schrijver wilde schrijven om fonetisch te schrijven.

Het Fenicisch leidde tot een aantal nieuwe schriften, waaronder het Griekse alfabet en het Aramees, een veel gebruikt abjad. Het Griekse alfabet evolueerde tot de westerse alfabetten zoals het Klassiek Latijnse alfabet (wat ontwikkelde tot het moderne Latijnse alfabet) en het Cyrillisch, terwijl het Aramees de voorouder werd van vele moderne abjad's en abugida's van Azië.

Onzuivere abjads[bewerken | brontekst bewerken]

Al-ʻArabiyya, wat 'Arabisch' betekent: een voorbeeld van het Arabische schrift, een onzuivere abjad.

Onzuivere abjad's hebben tekens voor sommige klinkers, optionele diakritische klinkertekens of beide. De term zuiver abjad verwijst naar schriften die over helemaal geen klinkerindicatoren beschikken.[2] De meeste moderne abjads, zoals het Arabisch, Hebreeuws, Aramees en Pahlavi, zijn ''onzuivere'' abjads, dat wil zeggen, ze bevatten ook tekens voor enkele klinkers, hoewel deze ook worden gebruikt om bepaalde medeklinkers te schrijven, met name approximanten die klinken als lange klinkers. Een "zuiver" abjad wordt (misschien) geïllustreerd door zeer vroege vormen van het oude Fenicisch, hoewel op een gegeven moment (ten minste in de 9e eeuw voor Christus) het Fenicisch en de meeste andere Semitische abjad's begonen met het gebruiken van een paar medeklinkerletters met een secundaire functie als klinkers, mater lectionis genoemd.[3] Dit gebruik was aanvankelijk zeldzaam en beperkt van omvang, maar werd later in toenemende mate gebruikelijker en meer ontwikkeld.

Toevoeging van klinkers[bewerken | brontekst bewerken]

In de 9e eeuw voor Christus pasten de Grieken het Fenicische schrift aan voor gebruik in hun eigen taal. De fonetische structuur van de Griekse taal veroorzaakte te veel dubbelzinnigheden toen de klinkers niet werden weergegeven, dus werd het schrift aangepast. Ze hadden geen letters nodig voor de keelklanken vertegenwoordigd door alef, he, heth of ayin, dus deze letters kregen vocale waarden toegewezen. De letters waw en yod werden ook aangepast tot klinkertekens; deze werden samen met he in het Fenicisch al als mater lectionis gebruikt. De belangrijkste vernieuwing van het Grieks was om deze symbolen uitsluitend en ondubbelzinnig toe te wijden aan klinkers die willekeurig konden worden gecombineerd met medeklinkers (in tegenstelling tot syllabische schriften zoals Lineaire B die gewoonlijk klinkerletters hebben maar ze niet kunnen combineren met medeklinkers om willekeurige lettergrepen te vormen).

Abugida's ontwikkelden op een iets andere manier. De basale medeklinkerletter werd beschouwd als in het bezit van een inherente "a" klinker. Haken of korte lijnen die aan verschillende delen van de basisletter zijn bevestigd, wijzigen de klinker. Op deze manier evolueerde het Zuid-Arabische alfabet tussen de 5e eeuw voor Christus en de 5e eeuw na Christus tot het Ge'ez-alfabet. Op een vergelijkbare manier ontwikkelde zich rond de 3e eeuw voor Christus het Brahmischrift (van het Aramese abjad, wordt verondersteld).

De andere grote familie van abugida's, Canadese Aboriginal-syllaben, werd aanvankelijk in de jaren 1840 ontwikkeld door missionaris en taalkundige James Evans voor de Cree- en Ojibwe-talen. Evans gebruikte kenmerken van het Devanagari-schrift en Pitman-snelschrift om zijn eerste abugida te creëren. Later in de 19e eeuw pasten andere missionarissen het systeem van Evans aan aan andere inheemse Canadese talen. Canadese syllaben verschillen van andere abugida's doordat de klinker wordt aangegeven door middel van rotatie van de medeklinkerletter, waarbij elke klinker een consistente oriëntatie heeft.

Abjads en de structuur van Semitische talen[bewerken | brontekst bewerken]

De abjad manier van schrijven is goed aangepast aan de morfologische structuur van de Semitische talen waarvoor het is ontwikkeld. Dit komt omdat woorden in Semitische talen worden gevormd uit een wortel die bestaat uit (meestal) drie medeklinkers, waarbij de klinkers worden gebruikt om verbuigende of afgeleide vormen aan te duiden. Bijvoorbeeld van de Arabische wortel ذ ب ح Dh-B-Ḥ (slachten) kunnen de vormen ذَبَحَ dhabaḥa (hij slachtte), ذَبَحْتَ dhabaḥta (jij (mannelijk enkelvoud) slachtte)), يُذَبِّحُ yudhabbiḥu (hij slacht) en مَذْبَح madhbaḥ (slachthuis) worden afgeleid. In de meeste gevallen maakt de afwezigheid van volledige letters voor klinkers de gemeenschappelijke wortel duidelijker, waardoor lezers de betekenis van onbekende woorden uit bekende wortels kunnen raden (vooral in combinatie met contextuele aanwijzingen) en de woordherkenning verbeteren tijdens het lezen voor geoefende lezers.

Daarentegen vervullen de Arabische en Hebreeuwse schriften soms de rol van echte alfabetten in plaats van abjads wanneer ze worden gebruikt om bepaalde Indo-Europese talen te schrijven, waaronder het Koerdisch, Bosnisch en Jiddisch.

Vergelijkende tabel[bewerken | brontekst bewerken]

Naam In gebruik Cursief Schrijfrichting Aantal letters Mater lectionis Oorsprongsgebied Gebruikt door Talen Tijdperiode Beïnvloed door Beïnvloedde schriften
Syrisch ja ja rechts-links 22 medeklinkers 3 Midden-Oosten Kerk van het Oosten, Syrisch-Orthodoxe Kerk van Antiochië Aramees, Syrisch, Assyrisch, Neo-Aramees ~ 100 v.chr.[4] Aramees Nabatees, Palmyrisch, Mandaïsch, Parthisch, Pahlavi, Sogdisch, Avestisch en Manicheïsch [4]
Hebreeuws ja ja als handschrift rechts-links 22 medeklinkers+ 5 eindletters 4 Midden-Oosten Israëliërs, Joodse diaspora gemeenschappen, Judea tijden de Tweedetempelperiode Hebreews, Judeo-Arabisch, Judeo-Aramees 2e eeuw v.chr. Paleo-Hebreeuws, Vroegaramees
Arabisch ja ja rechts-links 28 3 Midden-Oosten Meer dan 400 miljoen mensen Arabisch, Bosnisch, Kasjmiri, Maleis, Perzisch, Pasjtoe, Oeigoers, Koerdisch, Urdu, veel anderen[4] 512 n.chr.[5][4] Nabatees Aramees
Aramees (Keizerlijk) nee nee rechts-links 22 3 Midden-Oosten Achaemenidische, Perzische, Babylonische en Assyrische rijken Keizerlijk Aramees, Hebreeuws ~ 500 v.chr.[4] Fenicisch Laathebreeuws, Nabatees, Syrisch
Aramees (Vroeg) nee nee rechts-links 22 geen Midden-Oosten Verschillende Semitische volken ~ 1000-900 v.chr.[bron?] Fenicisch Hebrew, Keizerlijk Aramees.[4]
Nabatees nee nee rechts-links 22 geen Midden-Oosten Nabatea[6] Nabatees 200 v.chr.[6] Aramees Arabisch
Pahlavischrift nee nee rechts-links 22 3 Midden-Oosten Sassaniden Pahlavi, Middelperzisch Aramees Psalter, Avestisch[4]
Psalter Pahlavi nee ja rechts-links 21 ja Noordwestelijk China [4] Perzisch schrift voor het schrijven op papier[4] ~ 400 n.chr.[7] Syrisch[bron?]
Fenicisch nee nee rechts-links, boustrofedon 22 geen Byblos[4] Kanaänieten Fenicisch, Punisch, Hebreeuws ~ 1000-1500 v.chr.[4] Proto-Kanaänietisch Alfabet[4] Punisch (variant), Grieks, Etruskisch, Latijn, Arabisch en Hebreeuws
Parthisch nee nee rechts-links 22 ja Parthië (wat vandaag de dag overeenkomt met Noordoost-Iran, zuidelijk Turkmenistan en Noordwest-Afghanistan)[4] Parthische & Sassanidische perioden van het Perzische Rijk[4] Parthisch ~ 200 v.chr.[4] Aramees
Sabaisch nee nee rechts-links, boustrofedon 29 geen Zuid-Arabië (Seba) Zuid-Arabieren Sabaisch ~ 500 v.chr.[4] Byblos[4] Ethiopisch (Eritrea & Ethiopië)[4]
Punisch nee nee rechts-links 22 geen Carthago (Tunesië), Noord-Afrika, Mediterraan[4] Punische Cultuur Punisch, Neo-Punisch Fenicisch?[bron?]
Proto-Sinaïtisch, Proto-Kanaänitisch nee nee links-rechts 24 geen Egypte, Sinaï, Kanaän Kanaänieten Kanaänitisch ~ 1900-1700 v.chr. Samen met Egyptische Hiëroglyfen[bron?] Fenicisch, Hebreeuws
Ugaritisch nee ja links-rechts 30 geen, 3 letters voor glottisslag + klinker Ugarit (vandaag de dag noordelijk Syrië) Ugarieten Ugaritisch, Hurritisch ~ 1400 v.chr.[4] Proto-Sinaïtisch
Oud-Zuid-Arabisch schrift nee ja (Zabūr - cursieve vorm van het Zuid-Arabisch schrift Boustrofedon 29 ja Zuid-Arabië (Jemen) D'mt Koninkrijk Amhaars, Tigrinya, Tigre, Semitisch, Koesjitisch 900 v.chr.[bron?] Proto-Sinaïtisch Ge'ez (Ethiopië en Eritrea)
Sogdisch nee nee (ja in latere versies) rechts-links, links-rechts (verticaal) 20 3 delen van China (Xinjiang), Oezbekistan, Tadzjikistan, Pakistan Boeddhisten, Manicheeërs Sogdisch ~ 400 n.chr. Syrisch Oud-Oeigoers alfabet[4]
Samaritaans ja (700 mensen) nee rechts-links 22 geen Mesopotamië of de Levant (Betwist) Samaritanen (Nablus en Holon) Samaritaans Aramees, Samaritaans Hebreeuws ~ 100-0 v.chr. Paleo-Hebreeuws alfabet
Tifinagh ja nee onder-boven, rechts-links, links-rechts 23 ja Noord-Afrika Berbers Berbertalen 2e millennium v.chr.[8] Fenicisch, Arabisch

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Semitic abjads van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.