Albinisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een albino in Tanzania

Albinisme is het aangeboren gedeeltelijk of geheel ontbreken van het pigment melanine in haar of huid, wat resulteert in een gedeeltelijk of geheel witte huid en rode ogen. De albinohuid is erg gevoelig voor de zon en verbrandt snel. Het wordt algemeen beschouwd als een afwijking, omdat bij de meeste soortgenoten wel pigment aanwezig is.

Het tegenovergestelde van albinisme is melanisme: een teveel aan donkere pigmenten (vooral melanine). Bij vogels resulteert dit in een donkerder dan normaal (soms zelfs zwart) verenkleed.

Bij de mens[bewerken]

Albinisme
Coderingen
ICD-10 E70.3
ICD-9 270.2
eMedicine oph/315derm/12
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Albinisme geeft allerlei oogklachten:

  • verminderde visus (gezichtsscherpte); sommige patiënten zijn praktisch blind, anderen zijn nauwelijks beperkt.
  • onderontwikkelde gele vlek
  • nystagmus: spontane onwillekeurige oogbewegingen
  • lichtdoorlatende iris
  • soms strabisme (lui oog, scheelzien).
  • soms fotofobie: afkeer en/of pijn bij te fel licht.

Verder blijken de zenuwbanen bij het chiasma opticum afwijkend te zijn aangelegd. Sommige vormen van albinisme blijven tot de oogklachten beperkt: oculair albinisme. Deze vormen erven X-gebonden over, zodat vrouwen (draagster, geen klachten) de ziekte doorgeven aan zonen (wel klachten).

Bij andere vormen van albinisme is pigment ook verminderd of afwezig in huid en haar: oculocutaan albinisme (OCA). Deze erven alle autosomaal recessief over. De meest voorkomende vormen in Europa zijn: OCA1 (onderverdeeld in OCA1a: helemaal geen pigment; en OCA1b: nog enig pigment) en OCA2 (wel enig pigment). OCA3 komt vooral in Afrika voor. OCA4 is erg zeldzaam. Bij OCA1 worden mutaties gevonden in het gen TYR, wat codeert voor tyrosinase. Bij OCA2 worden mutaties gevonden in OCA2, voorheen het P-gen geheten. Dit gen is een belangrijke factor (90%) in de bepaling van oogkleur, en beïnvloedt ook de kans op melanoom. Albinisme van de huid leidt tot snel verbranden. Hierdoor treedt versnelde huidveroudering op, met een verhoogd risico op keratosis actinican en plaveiselcelcarcinomen. Omdat niet alle vormen van albinisme gepaard gaan met een totaal gebrek aan pigment, heeft niet elke albino per definitie wit haar en geheel rode ogen.

Daarnaast zijn er vormen van albinisme die met andere klachten gepaard gaan:

Albinisme in Afrika[bewerken]

In verschillende gebieden in Afrika, zoals in Burundi en Tanzania, schrijven mensen magische krachten toe aan albino's. Dat leidt ertoe dat sommigen van hen daar vermoord en hun lichaamsdelen verkocht worden. Zo werd in Burundi een zesjarig meisje in november 2008 als vierde slachtoffer in korte tijd aan stukken gehakt. In Tanzania waren op dat moment bijna dertig albino's vermoord in de loop van het jaar.[1] Ledematen en genitaliën van albino's zouden voor duizenden dollars verhandeld worden aan "tovenaars". Ook tegenwoordig worden nog altijd albino's aangevallen.[2]

De Malinese filmmakers Adama Drabo en Ladji Diakite maakten in 2008 de film Fantan Fanga (Engelse titel The Power of the Poor) over dit dramatisch probleem van de behandeling van albino's in Afrika. De film werd in maart 2009 gepresenteerd op het Pan-Afrikaans Filmfestival in Ouagadougou, Burkina Faso.

Bij dieren[bewerken]

Snowdrop, een albino zwartvoetpinguïn, geboren in de Bristol Zoo, Engeland.

Albino's komen onder andere voor bij konijnen, fretten, ratten, walvissen en vogels. Wanneer het ontbreken van pigment niet gepaard gaat met rode ogen en overgevoeligheid voor zonlicht, spreekt men van leucisme. Veel vogels hebben dankzij deze aandoening een gedeeltelijk wit verenkleed.

Een wit dier is geen albino wanneer het een kenmerk is van zijn soort. Zo zijn veel dieren die in de poolstreken leven wel wit, maar geen albino's. Sommige diepzeevissen en troglobieten hebben geen pigment nodig omdat ze in een donkere omgeving leven.

Bekende albinodieren[bewerken]

Bij planten[bewerken]

De albino kustmammoetboom

De albino kustmammoetboom is een voorbeeld van een albinoplant, die dus niet in staat is om bladgroen aan te maken. Daardoor heeft hij witte in plaats van groene naalden en kan ook geen fotosynthese laten plaatsvinden. Om te overleven moeten dit soort planten op andere manieren aan hun voedingsstoffen komen en dit gebeurt via parasitisme: de plant tapt met zijn wortels de voedingsstoffen van andere planten af.[3] Er is maar een handvol albinoplanten bekend, met als oorzaak dat deze nooit lang leven. Zo zijn er bijvoorbeeld zo'n 25 albino kustmammoetbomen bekend, waarvan acht in het Henry Cowell Redwoods State Park en een enkele in het Humboldt Redwoods State Park, de exacte locatie is echter niet bekendgemaakt om deze bomen te helpen beschermen.[4]