Amorf (materie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Amorf)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Opaal is een voorbeeld van een amorf mineraal
Schematisch overzicht van de ordening van atomen in kristallijne, polykristallijne en amorfe materie
Zie kristalliniteit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Amorf is een term uit de natuurwetenschappen. Amorf materiaal of een amorfe stof is een vaste stof zonder een kristallijne structuur: de atomen, ionen of moleculen zijn in amorfe materialen volledig willekeurig gerangschikt. Deze fase leidt meestal tot brosse en (semi)transparante materie, zoals glas. Men beschrijft amorfe materie ook wel met de termen glas, glasachtig en glazig.[1]

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

Amorf komt van het Oudgriekse ἄμορφος, amorphos wat letterlijk 'zonder vorm' betekent, namelijk ἀ-: 'zonder' en μορφή: 'uiterlijk, gedaante, vorm'.

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Voorbeelden van amorfe materialen en stoffen zijn:

Vorming van amorfe vaste stof[bewerken | brontekst bewerken]

Een amorfe fase van materie wordt verkregen door materiaal vanuit de vloeibare aggregatietoestand heel snel af te koelen. Voor metalen moet dat met een snelheid van meer dan 1.000 K per seconde, wat gebeurd met een productieproces dat afschrikken wordt genoemd. De atomen of moleculen hebben bij het stollen dan niet voldoende tijd om zich te rangschikken naar een kristalrooster, ook al is de kristallijne fase energetisch gunstiger. De materiaaleigenschappen van amorfe materialen zijn beduidend anders dan die van de kristallijne varianten.[1]

Materiaaleigenschappen[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaan nog veel vragen over het hoe en waarom van de eigenschappen van amorfe stoffen, en er wordt dan ook nog steeds veel onderzoek naar gedaan.

De temperatuur waarbij een amorfe stof smelt wordt de glastemperatuur (Tg) genoemd. De stof is boven de glastemperatuur zeer viskeus. Soms is de glastemperatuur niet goed te bepalen, omdat de overgang van vaste stof naar vloeistof heel geleidelijk verloopt.

Soms is het moeilijk een amorfe vorm van een stof te maken. Het afkoelen moet zeer snel gebeuren. Sommige materialen raken makkelijk in de toestand van onderkoelde vloeistof, die vervolgens zeer snel kan kristalliseren.

Amorfe structuren ontstaan vaak door het toevoegen van een andere stof. Zo ontstaat glas uit siliciumdioxide (SiO2) door toevoegen van soda. Deze techniek wordt al duizenden jaren toegepast. Van het amorfe glas kunnen, juist door de amorfe structuur, gemakkelijk allerlei vormen gemaakt worden. Met kristallijne stoffen gaat dat veel minder goed, vooral als ze hard zijn, zoals siliciumdioxide. Een ductiel (zachter) kristallijn materiaal, zoals metaal, kan wel gevormd worden in allerlei vormen, bijvoorbeeld door de stof te smeden.[1]

Amorfe materialen hebben, door de grotere afstand tussen de atomen, een lagere dichtheid dan een kristallijne vorm van een materiaal.[1] Bovendien zijn de stoffen minder hard, en brosser.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Op andere Wikimedia-projecten