Apsu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Apsu (of Abzu in het sumerisch van Ab = water, Zu = ver) is de naam voor de onderwereldse oceaan van zuiver water in de Mesopotamische mythologie. Volgens het daaruit voortvloeiend geloof zouden meren, bronnen, rivieren, waterputten en andere waterpunten uit apsu voortkomen. In de Sumerische religie is Abzu gepersonifeerd tot een god, en bijgevolg is dat ook het geval in de latere Akkadische, Babylonische en Assyrische religies. Daarmee is Abzu een voorbeeld en bestanddeel van andere antieke oriëntaalse godheden en behorend bij andere volken.

Abzu is de goddelijke personificatie van de oeroceaan van zuiver (zoet) water onder het 'wereldoppervlak'. De woonplaats van deze oceaangod draagt zijn naam en ligt diep onder de aarde. Het is de bron van alle zuiver water en ligt in het verborgene. De zeven als Abgal bekende geesteswezens stammen er ook uit.

Ideogram 'Abzu' werd geschreven als 'zu-ab' in Sumerisch. Het symbooltje voor 'zu' is oorspronkelijk een volle maatbeker; en kreeg de betekenis van weten, leren, geleerde en wijsheid. Het ideogram van 'Ab' is een driehoekje met deuropening (twee verticale lijnen en in midden ervan 2 horizontale lijntjes), het is teken van een huis of rieten hut met de betekenis van huisvader, vader. De Sumerische/Akkadische taal werd geschreven tot 100 jaar na Christus maar werd niet meer gesproken. Te vergelijken met het latijn dat 2000 j. later nog geschreven wordt, doch geen mondelinge taal meer is. Restanten Ab, Abba zijn te vinden in Nieuwe Testament Marc.14:36, Rom.8:15, Gal4:6. (Jezus zeide) " Abba, Vader, alles is U mogelijk. "

Abzu kon echter ook geschreven worden met hét teken voor oceaan, 'Engur', en dat is een rechthoek of vierkant (bassin) waarin een ster staat, als teken van goddelijkheid of groot persoon. De namen van de goden in spijkerschrift werden altijd voorafgegaan door een ster. Hét teken voor rivier is 'a.engur', water dat uit de abzu/engur ontspringt. Abzu en engur worden als synoniemen door elkaar gebruikt. Abzu wordt voorgesteld als heilige onderaardse zoetwaterbron. In de Abzu bevond zich namelijk de goddelijke Nammu, wier naam met het logogram 'engur' geschreven werd.

Enki, 'E is Sumerisch voor huis, tempel, paleis', de god van de wijsheid bouwde zijn huis in Abzu. In de 'Oeroceaan van het Zoete Water van de Alwetende Vader'. In Sumerië is alles metaforisch. De gevoeligheden worden niet altijd goed begrepen. Elke naam is dubbel metaforisch.

In het Babylonisch scheppingsverhaal Enoema Elisj wordt Abzu (het oeraanvankelijke) als een diviniteit met primitieve monsterlijke trekken afgeschilderd, gemaakt van zoet water. Hij ontpopt zich daar als de minnaar van de andere primitieve godheid, Tiamat ("die allen baarde"), een schepsel uit zout water. Het zijn de eerste bestaansvormen van lang voor de schepping. Zij brengen meerdere goden voort, zoals Lachmu en Lachamu van wie behalve de naam verder niets bekend is. Later beklaagt Abzu zich bij Tiamat dat hij niet kan slapen omdat zijn nageslacht te luidruchtig is, en hij wil wil het daarom vernietigen. Tiamat weigert hierin, maar Abzu's raadgever en begeleider Mummu steunt hem en werkt het plan voor het doden van de andere goden uit. De god Enki luistert de twee af en laat door toverij Abzu in een diepe slaap verzinken. Daarna doodt hij hem, neemt Mummu gevangen en maakt aanspraak op de woning van Abzu. Hij wordt nu de Heer van het zoet water. Maar Tiamat zweert wraak en start een wraakveldslag tegen de goden.

Volgens de Akkadische traditie is Abzu gemaal en tegenpool van de oceaangodin Tiamat, die het zoutwater symboliseert. Ze brachten samen de levende oeroceaan tot stand van zowel zuiver als zout water.

Abzu is een oude godheid, die door de opstand van Enki (die daardoor "Heer van Abzu" werd) door een jongere generatie goden werd omvergeworpen en gedood. Uit het dode lichaam werd de hemel gemaakt, wat tot het ontstaan van de wereldstructuur en van de mens leidde. De tempel van Enki in Eridu was Eabzu, "Huis van Abzu".

Enki (Ea in het Akkadisch) begon in het Apsu te leven (van voor er menselijke wezens ontstonden) samen met zijn vrouw Damgalnuna en zijn moeder Nammu, en bovendien een menigte ondergeschikte wezens.

Op de binnenpleinen van tempels van Babylonië en Assyrië werden bepaalde waterbekkens ook met de naam apsu of abzu benoemd. Ze werden gebruikt voor rituele zuivering in installaties die te vergelijken zijn met die in sommige Egyptische tempels (meestal aan godinnen gewijd en rond een bron gebouwd) en die tegelijk ook als kuuroord dienden. De installaties voor zuivering in Islamitische moskeeën en de doopvonten (van het Latijnse fons, bron) in de Christelijke kerken zijn hiervan afgeleid. De term apse wordt in navolging hiervan gebruikt voor een christelijk kerkdeel.

Literatuur[bewerken]

  • Helmut Freydank u.a.: Lexikon Alter Orient. Ägypten * Indien * China * Vorderasien, VMA-Verlag, Wiesbaden 1997 ISBN 3-928127-40-3
  • Brigitte Groneberg: Die Götter des Zweistromlandes. Kulte, Mythen, Epen, Artemis & Winkler, Stuttgart 2004 ISBN 3760823068
  • Gods, Demons, and Symbols of Ancient Mesopotamia by Jeremy Black and Anthony Green, ISBN 0-292-70794-0