Inanna

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symbool voor Inanna

Inanna, Inana of Ininni, was een grote Sumerische Godin wier cultus een hoogtepunt kent rond 2500 v.Chr.. Vanaf dan is zij de houdster van de Me. Zij wordt veelal vereenzelvigd met de (Semitische) godin Ishtar. Nabij Uruk was een compleet heilig woud aan haar gewijd en er is ook een enorm tempelcomplex opgegraven.

Volgens de oudste inscripties was zij degene, die het goddelijk koningschap naar Ur bracht. Zij was bijgevolg de belangrijkste godin inzake koninklijke rituelen waaronder het sacrale huwelijk.

Inanna werd geassocieerd met de morgenster en de avondster (Venus) en beschouwd als Hemelkoningin. Haar dierenassociaties waren die van slang, of de vogel met leeuwenkop. Epitheta voor Inanna waren: Goddelijke moeder, Zij die de Wetten openbaart, en Labatu (leeuwin).

Naamherkomst[bewerken]

Inanna's naam wordt algemeen afgeleid van Nin-anna "Vrouwe van de Hemel" (van het Sumerisch NIN "dame", AN "hemel")[1], alhoewel het spijkerschriftteken voor haar naam (Borger 2003 nr. 153, U+12239 𒈹) historisch geen ligatuur van beide is. Zij was Gebiedster van de hemel.

Genealogie[bewerken]

Inanna stamde af van de godin Nammu, (die haar grootmoeder was, en wier cultus haar hoogtepunt rond 3500 v.Chr. kende). Haar vader was An of Anu, god van het uitspansel. Volgens andere mythen was hij Enlil, of Enki of Nanna. Haar echtgenoot was Dumuzi, de halfmythische koning, en andere jonge mannen, wie haar liefde fataal werd. Eresjkigal, de Godin van de Onderwereld was haar zuster. Utu is haar broer als Nanna de vader is.

Functie[bewerken]

Inanna was godin van de wijsheid, de liefde en de erotiek, maar ook van de oorlog en de dood. Zij was de bewaarster van de Me, schutsgodin van de tempelprostitués en de hiëros gamos. Opvallend kenmerk was haar machtshonger. Zij werd in die functies opgevolgd door Isjtar (Akkadisch), Asherah (Kanaän, onder wie Israël en Juda) of Astarte (Syrisch).

Mythologie[bewerken]

Inanna is vooral de godin van de liefde en de hoofdpersoon van een uitgebreide cyclus van mythen rond haar en haar echtgenoot, de ongelukkige herdersgod Dumuzi:

Blijkbaar had jaarlijks een mensenoffer plaats en het slachtoffer was de gemaal van de priesteres-koningin, de koning. Zijzelf bleef dan rouwend achter, maar nam spoedig een nieuwe gemaal zoals haar toegestaan was. Later werden deze mensenoffers gesubstitueerd door het offeren van bijvoorbeeld een stier of ram. De nieuwe gemaal werd beschouwd als de herboren jonge koning. Nadat deze 'zoon-minnaar' zich had bewezen bij Inanna door een hieros gamos werd hij Dumuzi. Hij werd tot 'schaapherder van het land' aangewezen. Omdat hij ooit opstandig was geweest, werd hij ter dood gebracht. De hogepriesteres verleende dus aanvankelijk een tijdelijk koningschap. Deze achtergronden spelen in de mythologische verhalen over het sterven van de zoon-minnaar, Dumuzi, die dan in de onderwereld opnieuw moet gehaald worden. Tegelijk is er een sterke verweving met de landbouwcyclus, waar het graan in de duistere wereld verdwijnt, sterft, en dan herboren wordt.

Volgens een mythe maakte Inanna een reis naar de onderwereld, omdat ze de troon probeerde over te nemen van haar zus Eresjkigal die heerste over de onderwereld. Ze moest bij zeven poorten telkens iets afgeven, waardoor ze steeds naakter en kwetsbaarder werd. Uiteindelijk werd ze gedood door haar zus. Haar lichaam werd rottend aan een pin aan de wand gehangen, hetgeen symbool staat voor het sterven van de vruchtbaarheid van de aarde tijdens een rouwperiode. Haar dienares kwam haar echter helpen, en Inanna kon de onderwereld verlaten als ze een menselijke plaatsvervanger achterliet. Dat werd haar echtgenoot koning Dumuzi, die niet had gerouwd om haar dood, maar het er integendeel goed van had genomen. Bij haar terugkeer op aarde neemt Inanna wraak. Dumuzi wordt door de demonen van de onderwereld -de galla's- gedood en naar de onderwereld gesleept.

Deze mythe is verwant met die van Cybele en Attis, van Aphrodite en Adonis, van Osiris en Isis, van Christus en Maria — allemaal verhalen van een jonge god die moet sterven en een (Moeder) godin die rouwt.

In de mythe Enki en de wereldorde: de ordening van de aarde en haar culturele processen is zij de enige die bezwaren maakt tegen de wijze waarop Enki de taken onder de goden verdeelt. Hij verklaart echter dat zij niet alleen een herdersstaf bezit maar ook voorspellingen kan doen over oorlog en vrede, en kleding kan weven.

Tweemaal is ook te lezen dat zij afstand van haar koninklijke scepter heeft gedaan.

Symboliek en voorstelling[bewerken]

In Inanna komen leven en dood, orde en chaos samen. Enerzijds wordt Inanna voorgesteld als een beschroomde maagd, anderzijds als een wulpse hoer. De mythe van Inanna wordt soms gezien als een verhaal over de rijping van een aanvankelijk wispelturige vrouw. Haar reis wordt opgevat als een levensreis die iedereen moet maken: het leven gaat gepaard met teleurstelling, depressie, lijden, verandering en keuzes maken. Maar ook wordt er gefeest, gelachen en lief gehad. In veel afbeeldingen van Inanna is dit zichtbaar.

De godin Inanna terracotta plaket van circa 2000-1700 v.Chr.

Op een terracotta plaket van 2000-1700 v.Chr. staat Inanna afgebeeld als een naakte godin, gevleugeld als een bij, en met een typisch hoofddeksel opgebouwd uit een zes of zevental dikke open ringen, waarvan de geplooide voorkanten iets naar boven staan. Het lijken stierenhoorns. Verder heeft zij voeten als de klauwen van een gier waarmee ze boven op een paar leeuwen staat. In elk van de opgeheven handen houdt deze figuur een oneindigheidslus. Zij wordt geflankeerd door uilen, die later in de Griekse mythologie ook het symbooldier van de wijze goddelijke maagd Pallas Athena zullen blijken te worden.

Inanna werd ook vaak symbolisch afgebeeld als een strijdende leeuwin. Dit en andere bijbehorende symbolen wijzen volgens sommigen, waaronder Sir James Frazer en de Lithouwse archeologe Marija Gimbutas, op de aanwezigheid van een cultus van de Moedergodin, verwant aan die van de Egyptische Isis of Hathor. (De Leeuwenpoort in Mycene is in feite een Leeuwinnenpoort.) Anderen stellen echter expliciet dat zij niet de Moedergodin is.[2]

Inanna is ook symbool van de maan. Het feit dat zij drie dagen in de duistere onderwereld doorbrengt verwijst naar de drie dagen waar de maan duister is alvorens opnieuw te gaan toenemen.

Een andere symboliek is die van het graan dat eerst in de duisternis moet liggen om te kiemen en dan weer in een volgende cyclus tot leven te komen. Deze cyclus komt naar voor in de dood en wederopstanding van Dumuzi.

In de Akkadische tijd werd Inanna vereenzelvigd met Ishtar en namen nieuwe godinnen een aantal van haar functies over.

Inanna wordt tegenwoordig ook gezien als een godin die symbool staat voor een meer zelfstandige positie van de vrouw dan belangrijke vrouwen in het Jodendom, het christendom en de Islam dat doen. Feministen identificeren zich liever met Inanna, dan met minder zelfstandige vrouwen als Eva of Maria.

Cultus[bewerken]

Inanna werd als ongetrouwde jonge vrouw aanbeden als beschermster van de liefde en de seksualiteit. Zij werd vooral vereerd in Uruk (Bijbelse Erech) en was er de beschermster van de centrale graanschuur.
Langs de rivieren de Tigris en de Eufraat worden nog veel tempels gevonden die ter verering van Inanna zijn opgericht. Het tempelcomplex, bekend onder de naam Eanna bij Uruk bevat daarvan de grootste. Dit 5000 jaar oude tempelcomplex werd regelmatig herbouwd. Het bevat onder andere de kalksteentempel en de tempel D (de grootste, nl. 80 meter bij 50). De tempelwand was bekleed met rode, zwarte en witte kegeltjes, vastgedrukt in de zachte leem. De zuilen hadden een hoogte van 3 meter en waren in de vorm van palmbomen gemaakt. Men vond er een beeld van een vrouwenhoofd. Ook de bekende vaas van Uruk (thans in het museum van Bagdad) toont reliëfs die op een Moedergodincultus duiden (aan de godin gewijde bossen, mannen die landvruchten aanbrengen, geiten). Er is ook een reliëf dat de ontvangst van de halfmythische koning Dumuzi door de godin Inanna weergeeft, waar zij hem ontvangt ter gelegenheid van hun sacrale bruiloft op nieuwjaarsdag.

Ook in de Kassitische tijd was er een tempel van Inanna. Deze dateert van de periode 1530 tot 1150 v.Chr.

De Soemerische tempelvrouwen heetten Nadītu. Zij waren betrokken bij zakelijke activiteiten en bezaten onroerend goed in eigen naam. Er waren ook veel schrijfsters bij. Volgens het Gilgamesj-epos wordt de schrijfkunst oorspronkelijk aan de Godin toegewezen. In de tempel van Inanna in Erech zijn de vroegste tabletten met schrift gevonden, daterend uit 3200 v.Chr.. Daar woonden veel Naditu vrouwen.

Volgens archeoloog Stephen Langdon was de cultus van Inanna nauw verbonden met slangenverering (zoals die van de slangengodin van Kreta). Hij beweerde dat Nina een slangengodin was, die ook als profetes en dromenuitlegster werd vereerd. Een gebed op een kleitablet aan haar gericht luidt: "O Nina van de riten van de geestelijkheid, Vrouwe van de waardevolle beslissingen, de Profetes van de Godheden zijt Gij".

Onder de naam Ininni werd zij ook met het epitheton Shala, machtige koningin godin, die hemel en aarde ontwerpt vereerd, met als functie "Goddelijke Moeder die de wetten bekend maakt".

Archeologische verwijzingen[bewerken]

Volgens archeoloog Stephen Langdon, die een aantal van de vroegste opgravingen van Sumerië leidde, was Inanna aanvankelijk bekend als Ininni en zeer nauw met de slangencultus verbonden. Zij werd "De Goddelijke Moeder die de Wetten uitvaardigt" genoemd. Ninna was mogelijk een vroegere vorm van de naam van Inanna en was volgens hem in de oudste Sumerische perioden een slangengodin. Verschillende beelden opgegraven in Sumerië en daterend van circa 4000 v.Chr. geven een vrouwenfiguur met een slangenhoofd weer.

Dr. Walther Hintz verwijst naar een streek nabij Elam en zegt dat daar in de vroegste tijden de Godin het oppergezag had: "Deel van dit eigenste [in Elam] bestaat uit een ongewone verering en respect voor het eeuwig vrouwelijke en de verering van slangen, die haar wortels in de magie heeft". Ook de versiering van het aardewerk van het vierde en het derde millennium v.Chr. krioelt volgens hem van de slangen.

In het Louvre is een terracotta reliëf uit Erech te bezichtigen van een Handwerkman uit circa 2000 v.Chr. Daarop staat de inscriptie: "Inanna, koningin der hemelen, bracht zelf aan deze Sumerische stad de kunst van houtbewerking, metaalbewerking, schrijven, gereedschap maken en leerbewerking".[3] Het werk is een symbool dat de verdienste voor de beschaving bij de godin legt die, als schutsgodin van de stad, deze in haar geheel vertegenwoordigde.

Op een kleitablet met een mythe over Inanna en Enki stond dat ook de heilige seksgebruiken nog een van de gaven was die Inanna schonk om het volk van Erech de beschaving te brengen.

Op een ander Mesopotamisch kleitablet stond te lezen: "Onder leiding van Inanna te Agade gaven de oude mannen en de oude vrouwen van die plaats wijze raad". Men leidt hieruit af dat er een raad van ouderen bestond in de stad die aan het gezag van de tempel verbonden was.

Noten[bewerken]

  1. Wolkstein, Diane and Noah Kramer, Samuel, "Inanna: Queen of Heaven and Earth"
  2. Rivkah Harris Gender and Aging in Mesopotamia. The Gilgamesh Epic and Other Ancient Literature, p. 242: This is not to say that Inanna-Ishtar is a mother goddess. She is not. Although the mother of sons (see Wilcke, "Inanna- Ishtar," 80), her maternity is of no consequence in her myths.
  3. Kramer en Co: Dagelijks leven in de Bijbeltijd, p. 70

Literatuur[bewerken]

  • Balter, Michael The Goddess and the Bull, Free Press, (2005).
  • Baringa, Anna & Cashford, Jules The myth of the Godess – evolution of an image
  • Brown, Dan De Da Vinci Code (2005)
  • Frazer, James, (1890), The Golden Bough, Penguin Classics, Nederlandse vertaling (selectie): ‘De Gouden Tak’
  • Heydecker, Joe J. Die Schwestern der Venus; Die Frau in den Mythen und Religionen, München 1994
  • Kramer, prof. Samuel Noah, Wilson prof. J.A., Wright, dr. G. Ernest, en Saggs H.W.F., 1974: Dagelijks leven in de Bijbeltijd, National Geographic Society, De Haan, ISBN 90-228-31310
  • Neumann, Erich. (1991). The Great Mother. Bollingen; Repr/7th edition. Princeton University Press, Princeton, NJ. ISBN 0691017808.
  • Patai, Raphael The Hebrew Goddess (1967), derde editie (1990) Wayne State University Press, ISBN 0814322719
  • Stone M., Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, Katwijk, 1979. ISBN 9060775821
  • Walker, Barbara G. The Woman's Encyclopedia of Myths and Secrets (1986), Harper & Row, Londen, ISBN 006250925X
  • Baken, Marijke De weg van Inanna (1999-2008), Van Halewyn, Leuven

Zie ook[bewerken]